Vaktherapie maakt deel uit van het behandelaanbod voor mensen met een licht verstandelijke beperking (LVB) binnen de gespecialiseerde GGZ-instellingen. In de praktijk valt op dat mensen met een LVB en bijkomende problematiek binnen hun eigen leefomgeving nauwelijks beroep kunnen doen op vaktherapie. Om vaktherapie toegankelijker te maken in de eigen leefomgeving werd een kader voor samenwerking met ambulante behandelteams ontwikkeld en in een pilot onderzocht. In onderstaand artikel wordt ingegaan op de werkwijze van samenwerking en hoe deze van invloed was op de vaktherapeutische behandeling voor de cliënt, de indicatiestelling en op de keuze voor de locatie om behandeling aan te bieden.
DOCUMENT
In dit artikel wordt eerst beschreven wat het verschil is tussen Evidence Based Practice (EBP) en Practice Based Evidence (PBE). Vervolgens wordt ingegaan op het toepassen van EBP en PBE in de praktijk. Dit gebeurt met behulp van de begrippen normativiteit en contextualiteit. Tot slot worden, in het licht van het voorafgaande, de rollen beschreven die de professional kan innemen ten aanzien van het verbeteren en ontwikkelen van zijn handelen. Aan bod komen de 'reflective practitioner', de 'evidence based practitioner' en de 'scientist practitioner'.
DOCUMENT
Non-verbale, ervaringsgerichte behandelinterventies zoals vaktherapie zijn een belangrijk onderdeel van het behandelaanbod voor mensen met een lichte verstandelijke beperking (LVB) binnen de gespecialiseerde ggz-instellingen. In de praktijk valt op dat mensen met LVB en bijkomende problematiek binnen hun eigen leefomgeving nauwelijks een beroep kunnen doen op vaktherapie. En dat terwijl we in de zorg een verplaatsing zien van wonen in een instelling naar het blijven wonen in de wijk. Vaktherapeuten vragen zich af hoe ze mee kunnen bewegen in deze ontwikkelingen en hun aanbod meer in de leefomgeving van mensen met LVB kunnen laten plaatsvinden. Als antwoord op deze vraag is in het onderzoek ‘(Be)leef in de wijk’ een kader voor samenwerking ontwikkeld en geëvalueerd.
DOCUMENT
Door COVID-19 hebben professionals in de geestelijke gezondheidszorg gemerkt dat online kunnen werken van belang is voor het bieden van continuïteit van zorg. Online therapie geven lijkt in de toekomst niet meer weg te denken. Uit een enquête onder vaktherapeuten (maart, 2020, N = 281) bleek dat vaktherapeuten zich onvoldoende bekwaam voelen om online vaktherapie te kunnen aanbieden; 91% van hen geeft aan `helemaal/ bijna geen’ ervaring te hebben met online werken. Ook missen zij voor hen geschikte digitale tools. Een eerste pilottraining in online vaktherapie bieden, ontwikkeld in een eerder project van slechts drie maanden, liet zien dat vaktherapeuten op deze manier hun kennis en vaardigheden kunnen vergroten. De vaktherapeuten werden vaardiger en ontwikkelden kennis. Tegelijkertijd werd duidelijk dat zowel de methodiek als het prototype van de virtuele multi-player vaktherapieruimte waarin ervaringsgericht gewerkt kan worden verder doorontwikkeld zou moeten worden. Uniek aan deze VR-therapieruimte is dat de cliënt vanuit zijn eigen huis aan de therapie kan deelnemen en de therapeut tegelijkertijd in dezelfde VR-ruimte aanwezig is. Deze kan zo zijn specifieke interventies op afstand toepassen. Tot nu toe zijn er enkel VR-interventies bekend in de internationale literatuur waarbij de cliënt in een VR ruimte oefent, terwijl de therapeut vanaf buiten de techniek verzorgt. Door te werken in de VR-vaktherapieruimte kunnen vaktherapeuten continuïteit van behandeling bieden, zeker in tijden waarin mogelijkheden beperkt worden en cliënten het extra nodig hebben.