Background: Intravenous (IV) therapy using short peripheral IV catheters (PIVC) is commonplace with neonatal patients. However, this therapy is associated with high complication rates including the leakage of infused fluids from the vasculature into the surrounding tissues; a condition referred to as, peripheral IV infiltration/extravasation (PIVIE). Objective: The quality improvement project aimed to identify the prevalence of known risk factors for PIVIE in the neonatal intensive care unit (NICU) and explore the feasibility of using novel optical sensor technology to aid in earlier detection of PIVIE events. Methods: The plan, do, study, act (PDSA) model of quality improvement (QI) was used to provide a systematic framework to identify PIVIE risks and evaluate the potential utility of continuous PIVC monitoring using the ivWatch model 400® system. The site was provided with eight monitoring systems and consumables. Hospital staff were supported with theoretical education and bedside training about the system operations and best use practices. Results: In total 113 PIVIE's (graded II-IV) were recorded from 3476 PIVCs, representing an incidence of 3.25%. Lower birth weight and gestational age were statistically significant factors for increased risk of PIVIE (p = 0.004); all other known risk factors did not reach statistical significance. Piloting the ivWatch with 21 PIVCs using high-risk vesicant solutions over a total of 523.9 h (21.83 days) detected 11 PIVIEs (graded I-II). System sensitivity reached 100%; 11 out of 11 PIVIEs were detected by the ivWatch before clinician confirmation. Conclusions: Prevailing risk factors for PIVIE in the unit were comparable to those published. Continuous infusion site monitoring using the ivWatch suggests this technology offers the potential to detect PIVIE events earlier than relying on intermittent observation alone (i.e. the current standard of care). However, large-scale study with neonatal populations is required to ensure the technology is optimally configured to meet their needs.
LINK
This thesis focuses on topics such as preterm birth, variation in gross motor development, factors that influence (premature) infant gross motor development, and parental beliefs and practices. By gaining insight into these topics, this thesis aims to contribute to clinical decision-making of paediatric physiotherapists together with parents, and with that shape early intervention.
Dit document geeft middels ontwerprichtlijnen antwoord op de vraag; “Op wat voor manier kunnen ouders van het ToP programma digitaal ondersteund worden door zorgprofessionals om (thuis) zelfstandig (betrouwbare) informatie te vinden die helpt bij het begeleiden van de ontwikkeling van hun prematuur geboren kind?” Voor het beantwoorden van deze vraag zijn interviews en focusgroepen gehouden met zorgprofessionals en ouders. Deze interviews zijn geanalyseerd en verwerkt tot ontwerprichtlijnen van een systeem dat ouders kan ondersteunen in het zelfstandig vinden van betrouwbare informatie. De ontwerprichtlijnen bestaan uit een doelgroepomschrijving, lijst van eisen, systeem diagram en interface concepten.Behoefte InventarisatieOm informatie over de behoeftes en mogelijkheden voor een informatieplatform te verzamelen zijn interviews afgenomen met ouders en professionals die participeren in het ToP programma. Er zijn twee focusgroepen met totaal 13 professionals en 10 interviews met ouders gehouden. Hieruit is naar voren gekomen dat er vraag is naar gepersonaliseerde informatie betreffende het prematuur geboren kind. Denk hierbij aan gedoseerde afgifte van informatie, en informatie over specifieke complicaties of aandoeningen dat het prematuur geboren kind zou kunnen hebben. Ouders komen nu vaak bij informatie terecht die niet relevant of toepasbaar is voor hun kind en situatie. Uit ons onderzoek bleek dat ouders en professionals behoefte hebben aan een (online) applicatie als aanvulling op het ToP programma. Deze applicatie zal moeten aangeven in wat voor ontwikkelingsfase het kind zich bevindt; zal rekening moeten houden met de tijdsverloop van de ontwikkeling van het prematuur geboren kind; en zal deelbare informatie moeten bevatten voor de sociale omgeving, zoals grootouders.OntwerprichtlijnenNa het analyseren van de behoeftes zijn er ontwerprichtlijnen opgesteld voor een te realiseren informatieplatform. De richtlijnen bestaan uit een doelgroepomschrijving, lijst van eisen en conceptuele vormgeving.Om op maat informatie aan te bieden aan ouders in verschillende situaties en achtergronden (zoals ouders die moeite hebben met de Nederlandse taal), dient informatie bij voorkeur beschikbaar zijn in verschillende media type, denk hierbij aan tekst, audio, video, animatie en schematische weergaven. De betrouwbaarheid van de informatie moet aangegeven zijn middels bronvermelding. Verder moet de informatie gemakkelijk doorzoekbaar zijn via een zoekfunctie dat gebruik maakt van tagging. Er zijn verschillende gebruikersinterfaces voorgesteld, die informatie beter inzichtelijk en doorzoekbaar moeten maken. De concepten zijn: een document structuur, fase structuur en visuele structuur.Het platform dient beschikbaar te zijn als: smartphone app (Android en iPhone) en website. De interface is toegankelijk en sluit aan bij bekende applicaties van de doelgroep. Het platform heeft een aparte server voor het tonen van statische publieke informatie. Voor de opslag van persoonlijke en medische gegevens wordt een losse, extra beveiligde, server gebruikt welke voldoet aan de wetgeving Algemene verordening gegevensbescherming (AVG).ConclusieDe gepresenteerde ontwerprichtlijnen geven een voorstel voor een online platform als antwoord op de hoofdvraag. Deze richtlijnen kunnen doorontwikkeld worden naar een prototype platform.
Nature areas in North-West Europe (NWE) face an increasing number of visitors (intensified by COVID-19) resulting in an increased pressure on nature, negative environmental impacts, higher management costs, and nuisance for local residents and visitors. The high share of car use exaggerates these impacts, including peak pressures. Furthermore, the almost exclusive access by car excludes disadvantaged people, specifically those without access to a car. At the same time, the urbanised character of NWE, its dense public transport network, well-developed tourism & recreation sector, and presence of shared mobility providers offers ample opportunities for more sustainable tourism. Thus, MONA will stimulate sustainable tourism in and around nature areas in NWE which benefits nature, the environment, visitors, and the local economy. MONA will do so by encouraging a modal shift through facilitating sustainableThe pan-European Innovation Action, funded under the Horizon Europe Framework Programme, aims to promote innovative governance processes ,and help public authorities in shaping their climate mitigation and adaptation policies. To achieve this aim, the GREENGAGE project will leverage citizens’ participation and equip them with innovative digital solutions that will transform citizen’s engagement and cities’ effectiveness in delivering the European Green Deal objectives for carbon neutral cities.Focusing on mobility, air quality and healthy living, citizens will be inspired to observe and co-create their cities by sensing their urban environments. The aim to complement, validate, and enrich information in authoritative data held by the public administrations and public agencies. This will be facilitated by engaging with citizens to co-create green initiatives and to develop Citizen Observatories. In GREENGAGE, Citizen Observatories will be a place where pilot cities will co-examine environmental issues integrating novel bottom-up process with top-down perspectives. This will provide the basis to co-create and co-design innovative solutions to monitor environmental problems at ground level with the help of citizens.With two interrelated project dimensions, the project aims to enhance intelligence applied to city decision-making processes and governance by engaging with citizen observations integrated with Copernicus, GEOSS, in-situ, and socio-economic intelligence, and by delivering innovative governance models based on novel toolboxes of decision-making methodologies and technologies. The envisioned citizens observatory campaigns will be deployed and fully demonstrated in 5 pilot engagements in selected European cities and regions including: Bristol (the United Kingdom), Copenhagen (Denmark), Turano / Gerace (Italy) and the region of Noord Brabant (the Netherlands). These innovation pilots aim to highlight the need for smart city governance by promoting citizen engagement, co-creation, gathering new data which will complement existing datasets and evidence-based decision and policymaking.
We produceren en consumeren meer mode dan we nodig hebben, met te veel impact op mens en milieu. Mode aankopen zijn vaak impulsief en worden ter plekke, in de winkel besloten. Daar ligt dus een kans, maar wanneer gaan we als consument vaker voor duurzame mode kiezen, en hoe kunnen duurzame mode retailers ons daartoe verleiden?Doel Annuska werkt vanuit Lectoraat Marketing en Customer Experience (HU) samen het Copernicus Institute of Sustainable Development (Universiteit Utrecht) aan promotie onderzoek. Het doel van haar promotieonderzoek is om vanuit marketing perspectief bij te dragen aan duurzaamheidsdoelstellingen en consumenten te bewegen naar een duurzame kledingkast. Resultaten Het promotie onderzoek heeft de vorm van een monografie. Tussentijds worden deelresultaten verspreid, bijvoorbeeld in de vorm van blogs bij SWOCC, samenwerking met het UU Sustainable Behavior team & UU fashion onderzoekers, bijdrage aan (internationale, academische) congressen zoals PLATE, en door kennis te delen in onderwijs op de Hogeschool Utrecht (bijv. in de Minor ‘Marketing van duurzame oplossingen’). In een deel van het onderzoek wordt het SHIFT framework gehanteerd als analytische lens. In onderstaande kennisclip legt Annuska deze lens kort uit. iFrame: Looptijd 01 november 2020 - 31 december 2024 Aanpak Dit mixed-method onderzoek kent vier deelstudies, waaronder 1) literatuuronderzoek naar factoren die consumenten beïnvloeden om duurzame mode te kiezen, 2) interviews met duurzame mode retailers hoe zij consumenten overtuigen, 3) een verdiepende vergelijking tussen twee perspectieven voor Resale, en 4) kwantitatief onderzoek.
Het aantal alarmen dat afgaat op een Neonatale Intensive Care Unit (NICU) is hoog omdat de vitale fysiologische parameters van de neonaten als vanzelfsprekend continu gemonitord worden door medische apparatuur. Dit leidt tot een enorme alarmdruk bij NICU-verpleegkundigen, want elk alarm moet beoordeeld worden. Echter, slechts 20% van de klinische alarmen is relevant, wat niet alleen leidt tot inefficiënte werkprocessen, maar ook tot alarmmoeheid en daarmee bedreiging van patiëntveiligheid. Literatuur- en praktijkonderzoek door studenten HBO-ICT en onderzoekers van het lectoraat ICT-innovaties in de Zorg (Hogeschool Windesheim) op de NICU van Isala ziekenhuis in Zwolle laat zien dat er winst lijkt te behalen in het slim combineren van alarmen en het aanpassen van grenswaarden. Hier kan uiteraard niet zomaar mee geëxperimenteerd worden in de werkelijke klinische setting. Isala heeft daarom behoefte aan een testomgeving waarin de impact van alarmaanpassingen op alarmreductie gemeten kan worden zonder dat patiëntveiligheid daarmee in gevaar komt. Een digital twin kan hier een oplossing bieden. Dit is een replica van de fysieke, dynamische NICU-setting waarin data van patiënten, apparaten en hun onderlinge interacties gesimuleerd kunnen worden en artificial intelligence voorspellingen kan doen over de impact van veranderingen. In de gezondheidszorg wordt de potentie van digital twins de laatste twee jaar gezien en het aantal publicaties en best practices neemt toe, maar toepassingen op de intensive care-setting zijn nog dun gezaaid. Dit project, waarvoor Windesheim, Isala en data science agency Little Rocket de krachten bundelen, levert hier een bijdrage aan