Nieuwe materialen zijn gemaakt door plastic van biologische oorsprong te mengen met textielafval. Dit nieuwe materiaal is recyclebaar en biologisch afbreekbaar. Het is CO2 neutraal, vermindert de afvalstroom en draagt niet bij aan de uitputting van de voorraad fossiele grondstoffen. De textielvezels versterken het plastic en verlagen de kostprijs. Door de unieke eigenschappen kunnen van het materiaal designproducten gemaakt worden die niet alleen duurzaam zijn, maar ook een geheel eigen uitstraling hebben.
Via de Open Oproep Ruimte voor rechtvaardigheid wordt in 12 projecten op basis van ontwerpend onderzoek gewerkt aan vernieuwende strategieën voor rechtvaardigheid en inclusie, zodat de grote verbouwing van Nederland vanuit een bewust gedefinieerd rechtvaardigheidsperspectief kan plaatsvinden.De oproep is onderdeel van het Actieprogramma Ruimtelijk Ontwerp van het Stimuleringsfonds. Met dit programma wordt de inzet van ruimtelijk ontwerp bij de aanpak van deze opgaven versterkt en een integrale benadering gestimuleerd. Lees meer over Actieprogramma Ruimtelijk Ontwerp: stimuleringsfonds.nl/dossiers/actieprogramma-ruimtelijk-ontwerpHet Stimuleringsfonds heeft procesbegeleiders Max Weghorst en Marthe Singelenberg gevraagd om te reflecteren op de eerste fase die de ontwerpteams voor deze oproep hebben doorlopen.
MULTIFILE
Dit boekje bevat de samenvatting van onderzoek dat is uitgevoerd binnen het project Recycling in Ontwerp (RiO). Op overzichtelijke wijze wordt inzicht gegeven in de verschillende uitkomsten van de onderzoeken binnen het thema recycling in ontwerp. Onderwerp van studie zijn onder andere de eigenschappen van gerecycled materiaal, het uitvoeren van levenscyclus analyses (LCA 's) en de acceptatie van gerecyclede materialen in een product. De verschillende onderzoeken zijn voornamelijk uitgevoerd door studenten van Windesheim en Saxion, in opdracht van bedrijven en onder begeleiding van docenten en onderzoekers. Gedetailleerde informatie kunt u vinden op de website van het project: recyclinginontwerp.com
MULTIFILE
Hout is een veelgebruikt duurzaam (bouw)materiaal met belangrijke ecologische voordelen: Het is hernieuwbaar en fungeert als CO2-opslag. Een nadeel van hout is echter dat het alleen met verspanende technieken (draaien, frezen, zagen) verwerkt kan worden, hetgeen veel houtafval veroorzaakt. Daarbij wordt het afval en hout dat ongeschikt is als constructiemateriaal slechts ingezet in laagwaardige toepassingen of verbrand. Afgezien van het gebruik van houtvezels als filler materiaal bij 3D-printen van kunststoffen, wordt 3D-printen van hout(afval) nog niet toegepast, hoewel dit wel mogelijk is: Alle plantaardige materialen bevatten natuurlijke polymeren, lignine en cellulose, welke voor mechanische eigenschappen zorgen. Door deze polymeren uit plantaardige materialen te scheiden kunnen deze, met behulp van enkele additieven, in een thermoplastisch verwerkbaar materiaal worden omgezet dat extrudeerbaar is. Door de locatie van de extruder te manipuleren en hier laagsgewijs een object mee te maken ontstaat een additive manufacturing (AM) proces: een 3D ‘hout’printer! Naast materiaalefficiëntie biedt AM unieke voordelen, namelijk grote vormvrijheid en de mogelijkheid van seriematige enkelstuksproductie. Indien gecombineerd met de ontwerptechnieken parametrisch en topologische ontwerpen zijn vergaande optimalisaties van materiaalgebruik en productvariaties mogelijk. Met AM ontstaat zodoende een enorm nieuw spectrum van hoogwaardige toepassingsmogelijkheden voor hout(afval). In dit projectvoorstel wordt via de driehoek van ‘materiaal – proces – toepassing’ simultaan onderzoek gedaan naar: (1) Geschikte combinaties (blends) van cellulose en lignine om mee te kunnen extruderen; (2) Het ontwikkelen van een 3D-printproces en setup voor het verwerken van deze materiaal-combinaties; (3) Het identificeren van geschikte toepassingen. Geschikte toepassingen worden beïnvloed door materiaaleigenschappen en het printproces. Beide aspecten hebben ook onderlinge wisselwerking. Daarom wordt binnen casestudies van mogelijke toepassingen de onderlinge invloed integraal onderzocht. De doelstelling is daarbij om een werkende 3D ‘hout’printer met een werkend receptuur te ontwikkelen en de haalbaarheid van innovatieve, duurzame en voor de markt relevante toepassingen aan te tonen middels cases.
Wire Arc Additive Manufacturing (WAAM) is een vorm van 3D metaalprinten waarbij een lasapparaat, gemonteerd op een industriële robotarm, laag voor laag 3D objecten print. Voordelen van WAAM ten opzichte van andere 3D metaalprinttechnieken zijn lagere kosten, groter printvolume en meer kg/h materiaal depositie. Ondanks de grote interesse in WAAM komen er maar mondjesmaat nieuwe toepassingen voorbij. Eén van de voornaamste struikelblokken voor de (WAAM) maakbedrijven is dat ze vaak een lang en onzeker traject met potentiële klanten doorlopen om tot een goede toepassing te komen. De bedrijven zijn hierdoor veel tijd en geld kwijt zonder duidelijk zicht op de uitkomst. Met name voor innovatieve bedrijven is dit geld dat ze liever uitgeven aan innovatie en ontwikkeling. Het doel van dit project is een selectiemethode voor WAAM te ontwikkelen waarmee maakbedrijven hun klanten snel en gericht advies kunnen geven over de toepassingsmogelijkheden van WAAM. Als uitgangspunt wordt een selectiemethode voor Selective Laser Melting (SLM) gebruikt. Deze selectiemethode is ontwikkeld in voorgaande 3D metaalprintprojecten (BIZ 1&2). De selectiemethode identificeert producten met de hoogste potentiële impact door bedrijfswaarden te koppelen aan sterktes van 3D metaalprinten. Door de SLM selectiemethode om te zetten naar WAAM kunnen WAAM maakbedrijven sneller tot een goed advies voor potentiële klanten komen. Op deze manier stimuleren we de zinvolle toepassing van WAAM als productietechniek en zorgen we ervoor dat maakbedrijven meer tijd kunnen besteden aan het (door)ontwikkelen van deze 3D metaalprinttechniek.
In dit project wordt onderzocht welke opkomende data-gedreven ontwerptechnieken interessant zijn voor de beroepspraktijk. Doel In dit project proberen we samen met de beroepspraktijk grip te krijgen op nieuwe data-gedreven technieken in de UX-beroepspraktijk, zoals data-gedreven personas en usability mining en we proberen in te schatten hoe kansrijk deze technieken zijn. Resultaten We werken toe naar een routekaart waarin we voor elke techniek in kaart brengen op welke termijn we een rol weggelegd zien in de beroepspraktijk en welke barrières er zijn voor adoptie. Looptijd 01 januari 2021 - 01 augustus 2021 Aanpak We vergelijken eerst twee technieken die nu veel gebruikt worden: A/B Testen en biometrics. Daarna gebruiken we de lessen die we hier uit trekken om beter in te kunnen schatten wat nieuwe technieken kunnen brengen. Relevantie van het onderzoek We stellen vaak dat data-gedreven ontwerp meer is dan A/B testen. In dit project maken we concreet wat het nog meer is.