Het hoger beroepsonderwijs heeft de afgelopen 20 jaar veel veranderingen meegemaakt. De geschiedenis van het onderwijsbeleid van de Hogeschool van Amsterdam is te verdelen in twee periodes: ‘Leren-Leren’ (midden jaren ’90) en ‘Competentiegericht Opleiden’(vanaf 2000). Wat in deze periodes van onderwijsbeleid opvalt, is dat de stem van de docent niet is gehoord. Wat voor onderwijs gaven en geven docenten? Wat zou er in dat onderwijs verbeterd kunnen worden? Uit onderzoek is bekend dat de opvattingen van docenten over onderwijzen een cruciale rol spelen bij de acceptatie van onderwijs-vernieuwingen. Beleid gericht op het verbeteren en vernieuwen van onderwijs heeft de medewerking van docenten nodig. Daarbij is het niet vanzelfsprekend dat de doelen van het onderwijsbeleid ook de persoonlijke doelen van docenten zijn. Om te weten te komen in hoeverre het onderwijsbeleid aansluit bij de persoonlijke doelen van docenten is het nodig om inzicht te hebben in de manier waarop docenten aan de HvA feitelijk hun onderwijs vormgeven en hoe ze met veranderingen omgaan. Daarom is dit onderzoek gericht op de wijze waarop docenten hun onderwijs in de praktijk vormgeven en hoe ze veranderen en met veranderingen omgaan. Twee hoofdvragen staan in dit onderzoek centraal. Wat willen docenten studenten leren en hoe doen ze dat? Zijn de opvattingen van de docenten over onderwijzen veranderd? Zo ja, hoe en onder invloed waarvan? Bij de laatste onderzoeksvraag is onder andere gevraagd hoe docenten zijn omgegaan met de twee grote onderwijsvernieuwingen aan de HvA
Samenvatting boek: De bacheloropleiding Social Work mondt uit in drie verschillende profielen die ook in dit document worden beschreven: sociaal werk – welzijn en samenleving, sociaal werk – zorg en sociaal werk - jeugd. Een deel van de hogescholen handhaaft de bacheloropleiding Pedagogiek als zelfstandige opleiding. Deze mondt uit in het profiel sociaal werk – jeugd. Dit Landelijk opleidingsdocument sociaal werk vormt voor alle Nederlandse hogescholen het formele inhoudelijke referentiepunt bij de inrichting van hun curriculum van de bacheloropleiding Social Work of bacheloropleiding Pedagogiek. Dat biedt duidelijkheid over de generieke basis (kennis en kwalificaties sociaal werk), waarover iedere afgestudeerde beschikt en over de profielspecifieke bagage waarmee zij zijn toegerust. Het opleidingsdocument biedt hogescholen ook ruimte voor specifieke invulling en inkleuring. Elke hogeschool zal de generieke basis en profielen in lijn kunnen brengen met de eigen profilering en toe kunnen snijden op specifieke kenmerken van de beroepspraktijk en de wensen van partners in de eigen regio.
LINK
Nieuwe onderwijsconcepten vragen om een passende beoordelingssystematiek. Zonder adequaat instrumentarium voor toetsing van het geleerde, is onbekend of afgestudeerden zich een juiste professionaliteit hebben eigen gemaakt. Het beste is om van meet af aan de beoordelingssystematiek in het ontwerp van nieuw onderwijs mee te nemen.(...) Het onderhavige onderzoek laat zien hoe binnen de academie voor sociale professies van De Haagse hogeschool met het hiervoor beschreven vraagsstuk wordt omgegaan. De vernieuwing van de opleiding heeft geleid tot een bezinning op de eisen en waardering van het afstuderen. Door een afstudeeropdracht dienen studenten aan te tonen dat zij het bachelorniveau van het beroep hebben behaald. Met het formuleren van nieuwe eisen wil men twee vliegen in een klap slaan. Ten eerste geeft men de kennisproducerende rol van de aankomend professional een veel dominanter plek dan voorheen. De redenering hiervoor is dat ook in de sociale professies opleidingen zich steeds minder kunnen veroorloven zich te beperken tot reproductief vakmanschap. Het werkveld verwacht van afgestudeerden dat ze beschikken over reflectieve en ondernemende vaardigheden en de bereidheid hebben om nieuwe kennis te ontwikkelen en toe te passen. Routineus werk leveren wordt niet meer als voldoende beschouwd. Men moet de instelling hebben om de eigen professie verder te ontwikkelen. Vernieuwen wordt dan tot routine. Een belangrijke tweede eis is dat men de kennisproducerende rol direct in verband brengt met actuele en authentieke vragen van het werkveld. De hedendaagse afgestudeerde dient een bijdrage te kunnen leveren aan de verbetering en vernieuwing van de beroepspraktijk. Voor hogeschool en werkveld wordt de afstudeeropdracht zo een middel voor zowel het werken aan een nieuwe professionaliteit als aan innovatie van het werkveld.