Energiebeheer gericht aanpakken, Het analyseren van doelstellingen, resultaten en impacts van energie- en broeikasgasbeheersprogramma’s in bedrijven (met een samenvatting in het Nederlands): De wereldwijde uitstoot van broeikasgassen moet drastisch worden teruggebracht om de mondiale stijging van de temperatuur tot het relatief veilige niveau van maximaal 2 graden Celsius te beperken. In de komende decennia zal de verbetering van de energie-efficiëntie de belangrijkste strategie zijn voor het verminderen van de energiegerelateerde uitstoot van broeikasgassen. Hoewel er een enorm potentieel is voor verbetering van de energie-efficiëntie, wordt een groot deel daarvan nog niet benut. Dit wordt veroorzaakt door diverse investeringsbarrières die de invoering van maatregelen voor energie-efficiëntie verbetering verhinderen. De invoering van energiemanagement wordt vaak beschouwd als een manier om dergelijke barrières voor energiebesparing te overwinnen. De invoering van energiemanagement in bedrijven kan worden gestimuleerd door de introductie van programma's voor energie-efficiëntie verbetering en vermindering van de uitstoot van broeikasgassen. Deze programma's zijn vaak een combinatie van verschillende elementen zoals verplichtingen voor energiemanagement; (ambitieuze) doelstellingen voor energiebesparing of beperking van de uitstoot van broeikasgassen; de beschikbaarheid van regelingen voor stimulering, ondersteuning en naleving; en andere verplichtingen, zoals openbare rapportages, certificering en verificatie. Tot nu toe is er echter beperkt inzicht in het proces van het formuleren van ambitieuze doelstellingen voor energie-efficiëntie verbetering of het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen binnen deze programma's, in de gevolgen van de invoering van dergelijke programma's op de verbetering van het energiemanagement, en in de impact van deze programma's op energiebesparing of de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen. De centrale onderzoeksvraag van dit proefschrift is als volgt geformuleerd: "Wat is de impact van energie- en broeikasgasmanagement programma’s op het verbeteren van het energiemanagement in de praktijk, het versnellen van de energieefficiëntie verbetering en het beperken van de uitstoot van broeikasgassen in bedrijven?".
The article evaluates the effectiveness of implementing a Dutch certifiable scheme for carbon reporting. This CO2 Performance Ladder is described as a energy management schemes and focuses on CO2 emission reduction in the construction industry sector. A literature study was combined with interviews.
Stakeholders in the Netherlands' rail cargo sector exhibit strategic behavior that causes irregularity and unpredictability in freight trains. This leads to the suboptimal use of scarce rail capacity. The authors present the results of a research project that used gaming to explore and validate alternative organizational methods for the management of rail cargo capacity with decision makers and subject matter experts from ProRail, the Netherlands' railway infrastructure manager. Various scenarios for the organization of rail cargo capacity management were played out, tested, and extensively debriefed in three project phases. The gaming sessions demonstrated that open information sharing among stakeholders does not depend on the introduction of price mechanisms and is, indeed, a more effective way of managing capacity. The authors conclude that it is vital to introduce gaming gradually and build up organizational acceptance for this method. However, once acceptance has been achieved, gaming can generate valuable insight into strategic behavior and the performance of sociotechnical infrastructures.
LINK
Het aantal dierlijke graverijen in fysieke infrastructuren, waaronder waterkeringen, spoordijken en autowegen, neemt de laatste jaren hard toe. Dit komt door exponentiële groei van de bever die in Nederland een beschermde status heeft. Waterschappen geven aan dat de inspectie en detectie van graverijen door bevers geen gemakkelijke opgave is. De gevolgen voor de veiligheid van primaire waterkeringen en spoordijken kunnen aanzienlijk zijn. Om grip te krijgen op graverijen, zijn tot op heden verschillende aanpakken gehanteerd van lopen door watergangen in waadpakken met prikstokken t/m de inzet van GPR, camera- en sonartechnologie alsook getrainde speurhonden. Tot op heden is er nog geen oplossing gevonden voor ongewenste graverijen door bevers. Met dit onderzoeksproject wordt nieuwe technologische kennis ontwikkeld en toegevoegd aan de state-of-the-art op het gebied van detectie van beveractiviteiten (graverijen). In dit project wordt een robot platform (hardware/software) ontwikkeld dat beverschades aan kritieke publieke infrastructuren kan detecteren en monitoren. Hiervoor zijn robuuste technologieën nodig die gangenstelsels/kamers kunnen waarnemen (perceptie), zelfstandig in kaart kunnen brengen (autonome navigatie). Daarnaast moeten operators (veldwerkers) het robot platform eenvoudig kunnen toepassen in hun dagelijkse gebruik (mens-robot interactie). Het consortium bestaat uit publiek partijen (waterschappen, Rijkswaterstaat, provincies), prorail technologieontwikkelaars en dienstleveranciers (MKBs, ander privaat partijen), onderzoeksgroepen van Saxion (lectoraten SMART en TCI), opleidingen en overkoepelende innovatie boosters. Zij zetten kennis en capaciteit in om antwoord te geven op de centrale onderzoeksvraag: “Welke bestaande navigatie- en perceptietechnologieën kunnen binnen een periode van 2 jaar worden doorontwikkeld tot de realisatie en inzet van een gebruiksvriendelijk beverbeheer robotplatform waarmee ongewenste beveractiviteiten vroegtijdig kunnen worden gedetecteerd en herstelmaatregelen effectief kunnen worden ingezet?” Opbrengsten van het project dragen bij aan duurzaam beverbeheer, preventieve detectie en kosteneffectieve inzet van maatregelen die nadien op basis van de verschillende detectiemethoden kunnen worden ontwikkeld. Daarnaast vindt borging van (technologische) kennis plaats in alle deelnemende partijen en opleidingen.
In treinstellen die Nedtrain onderhoudt, bevinden zich onderdelen bestaand uit thermohardend glasvezel bevattend composiet. Dit materiaal laat zich niet meer opsmelten en is als zodanig dus lastig te recyclen. Recent is er echter door het lectoraat Kunststoftechnologie van de hogeschool Windesheim een methode ontwikkeld waarbij dergelijk materiaal van boten of windmolens eerst tot langwerpige vlokken wordt verwerkt waarna het ingezet kan worden als verstevigingsmateriaal in nieuw composiet. Door het inbedden van deze langwerpige elementen in nieuw composiet kunnen de goede eigenschappen die het oude composiet nog steeds heeft, zoals mechanische sterkte en corrosiebestendigheid, opnieuw worden benut en hoeft in het nieuwe composiet dus minder nieuwe (‘virgin’) materiaal gebruikt te worden. In het onderhavige project wordt beoogd om het composiet materiaal uit oude treinstellen opnieuw in te zetten als grondstof in betonproducten voor de railinfrastructuur. Er zal onderzoek gedaan worden naar het exacte type gebruikte thermohardende hars, de lange duureffecten van de hoge pH waarde van beton op het composiet afval en er zal gevarieerd worden met de beton formulering. De partner Delta Concrete Consults BV is kennisdrager op het gebied van de chemie achter betonformuleringen en hun lange duurgedrag. Tevens hebben zij kennis van een nieuwe generatie beton op basis van geo-polymeren, dat een gunstig milieu-impact heeft ten opzichte van traditioneel cement. De projectpartner Zeus BV is producent van betonproducten voor de railinfrastructuur en toeleverancier van ProRail wiens betonformuleringen gebruikt zullen worden. Bij het lectoraat Kunststoftechnologie van de hogeschool Windesheim is veel kennis aanwezig van de materiaal combinatie kunststof en composiet met beton in de civiele techniek, en ook op de glasvezelversterking en de chemie van de thermohardende harsen. Daarnaast zal de kennis ingebracht worden van de nieuwe methode van hergebruik van composiet.
Spoorbeheerder Prorail heeft jaarlijks aanzienlijke hoeveelheden afgedankte rails (spoorstaven), deze worden omgesmolten voor de staalproductie (recycling). Omsmelten kost energie en er gaat veel waarde verloren. Prorail wil naar een meer circulaire toepassing. Alternatieven waarbij spoorstaven hoogwaardig hergebruikt worden zijn nodig! Het is goed te voorspellen wanneer spoorstaven afgedankt zullen worden. Spoorstaven zijn een kwalitatief hoogwaardig product, gemaakt uit de grondstof ijzer. Het spoorwegnet is dan ook de ideale grondstoffenbank: een product van goede kwaliteit dat in substantiële en voorspelbare hoeveelheden beschikbaar is. Dankzij de uitstekende materiaaleigenschappen zijn afgedankte spoorstaven vermoedelijk goed bruikbaar als constructief element in gebouwen of infrastructurele objecten. Over de eigenschappen en toepassingsmogelijkheden van spoorstaven in relatie tot deze nieuwe functie is echter weinig bekend. De participerende (MKB)bedrijven zien hier kansen voor het ontwikkelen van nieuwe circulaire producten en diensten. Daarom wordt gekeken of spoorstaven een tweede (en volgende) leven kunnen leiden als constructie materiaal. Met dit voorstel wordt onderzocht welke constructieve en materiaaltechnische aspecten relevant zijn bij het gebruik van spoorstaven als constructiemateriaal. Mogelijkheden voor hoogwaardig hergebruik van spoorstaven worden gegenereerd. Er wordt een constructief ontwerp voor een demontabele modulaire voetgangersbrug gemaakt. Inzicht in businesscase en milieu-impact worden gegeven. De ontwikkelde kennis wordt gedeeld via kennisdelingsbijeenkomsten, rapporten en een factsheet. Studenten worden betrokken bij dit project.