10554
MULTIFILE
This article examines the impact of the COVID-19 pandemic on the sign language interpreting profession drawing on data from a fourth and final survey conducted in June 2021 as part of a series of online “living surveys” during the pandemic. The survey, featuring 331 respondents, highlights significant changes in the occupational conditions and practices of sign language interpreters due to the sudden shift towards remote video-mediated interpreting. The findings reveal a range of challenges faced by interpreters, including the complexities of audience design, lack of backchanneling from deaf consumers, the need for heightened self-monitoring, nuanced conversation management, and team work. Moreover, the study highlights the physical and mental health concerns that have emerged among interpreters as a result of the shift in working conditions, and a need for interpreters to acquire new skills such as coping with the multimodal nature of online interpreting. While the blend of remote, hybrid, and on-site work has introduced certain advantages, it also poses new challenges encompassing workload management, online etiquette, and occupational health concerns. The survey’s findings underscore the resilience and adaptability of SLIs in navigating the shift to remote interpreting, suggesting a lasting transformation in the profession with implications for future practice, training, and research in the post-pandemic era.
DOCUMENT
To enhance our understanding of forest carbon sequestration, climate change mitigation and drought impact on forest ecosystems, the availability of high-resolution annual forest growth maps based on tree-ring width (TRW) would provide a significant advancement to the field. Site-specific characteristics, which can be approximated by high-resolution Earth observation by satellites (EOS), emerge as crucial drivers of forest growth, influencing how climate translates into tree growth. EOS provides information on surface reflectance related to forest characteristics and thus can potentially improve the accuracy of forest growth models based on TRW. Through the modelling of TRW using EOS, climate and topography data, we showed that species-specific models can explain up to 52 % of model variance (Quercus petraea), while combining different species results in relatively poor model performance (R2 = 13 %). The integration of EOS into models based solely on climate and elevation data improved the explained variance by 6 % on average. Leveraging these insights, we successfully generated a map of annual TRW for the year 2021. We employed the area of applicability (AOA) approach to delineate the range in which our models are deemed valid. The calculated AOA for the established forest-type models was 73 % of the study region, indicating robust spatial applicability. Notably, unreliable predictions predominantly occurred in the climate margins of our dataset. In conclusion, our large-scale assessment underscores the efficacy of combining climate, EOS and topographic data to develop robust models for mapping annual TRW. This research not only fills a critical void in the current understanding of forest growth dynamics but also highlights the potential of integrated data sources for comprehensive ecosystem assessments.
LINK
Recent advancements in mobile sensing and wearable technologies create new opportunities to improve our understanding of how people experience their environment. This understanding can inform urban design decisions. Currently, an important urban design issue is the adaptation of infrastructure to increasing cycle and e-bike use. Using data collected from 12 cyclists on a cycle highway between two municipalities in The Netherlands, we coupled location and wearable emotion data at a high spatiotemporal resolution to model and examine relationships between cyclists' emotional arousal (operationalized as skin conductance responses) and visual stimuli from the environment (operationalized as extent of visible land cover type). We specifically took a within-participants multilevel modeling approach to determine relationships between different types of viewable land cover area and emotional arousal, while controlling for speed, direction, distance to roads, and directional change. Surprisingly, our model suggests ride segments with views of larger natural, recreational, agricultural, and forested areas were more emotionally arousing for participants. Conversely, segments with views of larger developed areas were less arousing. The presented methodological framework, spatial-emotional analyses, and findings from multilevel modeling provide new opportunities for spatial, data-driven approaches to portable sensing and urban planning research. Furthermore, our findings have implications for design of infrastructure to optimize cycling experiences.
MULTIFILE
Het project van Aeres Hogeschool Dronten heeft als doel om via het delen en analyseren van telersdata binnen een groep van dertien telers te komen tot nieuwe inzichten, betere bedrijfsvoering en efficiëntere ketens, gericht op economische en ecologische duurzaamheid. Hiervoor wordt een data-infrastructuur gerealiseerd waarmee telers gefaciliteerd worden in het verzamelen, delen en analyseren van data en toegang krijgen tot complexere analyse technieken. Het project beoogt een groep telers op te leiden om de infrastructuur en tools te gebruiken en gezamenlijk data te delen en te analyseren om de teelt te verbeteren. Aan het einde van het project worden concrete verbeteringen verwacht op het gebied van input en opbrengst in de aardappelteelt.Het project richtte zich op het onderzoeken van hoe data van agrarische ondernemers in Flevoland gebruikt en gedeeld kan worden om economische en ecologische verbeteringen te bereiken. De landbouwsector verzamelt steeds meer gegevens over variabelen die de groei en bewaring van gewassen beïnvloeden, waarmee de benadering van landbouw verduurzaamd kan worden. Echter, het gebruik van data staat nog in de kinderschoenen en beslissingen worden vaak genomen op basis van advisering van externe commerciële partijen. Het delen van data is ook nog gevoelige materie. Het project wil deze drempels verlagen door telers meer data onderling te laten uitwisselen en met partners in de keten.De data-infrastructuur wordt gerealiseerd voor een groep van 15-20 telers die bereid zijn teelt- en/of bewaarsturing te doen op basis van beschikbare object-specifieke en actuele data. De data kunnen met elkaar gedeeld worden en zo kunnen de bedrijven verbeterd worden. De telers krijgen via de infrastructuur toegang tot complexere analyse technieken. Het project is opgedeeld in drie groepen op basis van locatie in de provincie: een groep telers rond een pilot bedrijf in Dronten, een groep rond een pilot bedrijf in Swifterbant en een groep in de NOP.De drie pilot bedrijven hebben aan het begin van het project een inventarisatie gedaan op basis van een door Aeres opgestelde vragenlijst om inzicht te krijgen in de minimale beschikbare data voor deelname aan het project. De meeste gevraagde data zijn reeds beschikbaar, behalve bij het pilot bedrijf in de NOP. De ontbrekende data kunnen worden opgevraagd bij lokale weerstations of in het project door projectpartners worden gerealiseerd.In de agrarische sector komt het vaak voor dat er ontbrekende data zijn over de factoren die bijdragen aan mislukkingen in de precisielandbouw. Dit komt doordat er vaak wordt gedacht in termen van wat wel werkt, in plaats van wat niet werkt. Een manier om dit tegen te gaan is door bewust te zijn van de ontbrekende data en deze proactief op te zoeken. Dit kan bijvoorbeeld door onderzoek te doen naar de milieu-impact van landbouw.Door dit project is beter inzicht verkregen in de effectiviteit van inputs alsmede met betrekking tot de impact op de omgeving. De volgende verbeteringen zijn gerealiseerd:• Beter inzicht in timing van teelthandelingen waardoor de bodem wordt ontzien.• Beter inzicht in effecten van teeltrotaties waardoor gekozen kan worden voor rotaties met minder impact en toch goede financiële resultaten behaald worden.• Door vergelijking kan er effectiever omgegaan worden met inputs zoals mest en gewasbeschermingsmiddelen waardoor naast minder gebruik ook minder af- en uitspoeling zal plaatsvinden.• Door effectiever gebruik van inputs zal per kg geproduceerde aardappelen minder oppervlakte, energie en chemie nodig zijn.Trefwoorden: digitalisering boerenbedrijf, data, pop3, databoeren, precisielandbouw RVO zaaknummer: 17717000042
DOCUMENT
Soil organic carbon (SOC) prediction from remote sensing is often hindered by disturbing factors at the soil surface, such as photosynthetic active and non–photosynthetic active vegetation, variation in soil moisture or surface roughness. With the increasing amount of freely available satellite data, recent studies have focused on stabilizing the soil reflectance by building reflectance composites using time series of images. Although composite imagery has demonstrated its potential in SOC prediction, it is still not well established if the resulting composite spectra mirror the reflectance fingerprint of the optimal conditions to predict topsoil properties (i.e. a smooth, dry and bare soil).
LINK
Dit boekje geeft de inaugurele rede van Wierd Koops weer waarin hij zijn visie op de toekomst geeft: welke nieuwe bedreigingen kunnen wij verwachten en hoe goed is Nederland hier op voorbereid
DOCUMENT
Hebben nieuwbouwwoningen en huurwoningen een hogere versteningsgraad van hun tuinen dan andere woningen? Met die vraag hielden twee studenten van hogeschool Van Hall Larenstein zich eind vorig jaar, begin dit jaar bezig. Een voorzichtige conclusie: er is een verband tussen de grootte van een tuin en verstening. Een harde conclusie: er dient vervolgonderzoek te komen.
DOCUMENT
In this Smart Forests Radio episode in conversation with tree-ring researcher Ute Sass Klaassen at Van Hall Larenstein and Wageningen University & Research, and multi-species geographer Clemens Driessen at Wageningen University & Research. Their research illustrates different more-than-human approaches to engaging with seemingly slower entities like trees and snails by using digital technology. Ute discusses in this podcast how sensors enable the analysis of the interaction between tree vitality and climate change, such as rate of growth and water transport in stems. To obtain a fuller picture of how trees react to extreme climate events, she explores ways to combine remotely sensed data from drones and satellites with data from tree sensors. Clemens shares an artistic design research project, Unwhorl, developed in collaboration with Mari Bastashevski and Sam Lavinge, which visualises the traces snails leave as they interact with an iPad.
LINK