Western cities are rapidly densifying, and new building typologies are beinginvented to mitigate high-rise and balance residential, commercial andrecreational functions. This vertical urbanization requires rethinking thetraditional design of public space to promote citizens’ well-being. While the scarce studies on high-rise environments indicate several risks, including social fragmentation and privatization of public functions (Henderson-Wilson 2008; Love et al., 2014), mental stress and undermining attention restoration (Mazumder et al., 2020; Lindal & Hartig 2013), evidence on the potential salutary and mitigating effects of architectural design qualities is limited (Suurenbroek & Spanjar 2023).The Building for Well-being research project combines biometric and socialdata-collection techniques to address this gap. It builds on studies investigatinghow built environments allow user engagement (Mallgrave 2013; Simpson2018) and afford important activities (Gibson 1966). This case study focuseson the experiences of predominant users of the NDSM Wharf in Amsterdamas it is transformed from a post-industrial site into a high-density, mixeduseneighborhood. Using eye-tracking, field and laboratory-based surveys, itexplores how residents, passers-by and visitors visually experience, appreciateand perceive the restorative value of the wharf’s recently developed urbanspaces.Thirty-six university students were randomly recruited as test subjects for thelaboratory test and assigned to one of the three user groups. The residentand passer-by groups were primed for familiarity. Each group was assigneda distinct walking mode and participants were told to imagine they werestrolling (residents), rushing (passers-by) or exploring (visitors). The exposuretime to visual stimuli of participants was five seconds per image. Afterwards,they reported on the perceived restorative quality of ten urban spaces,focusing on: (1) sense of being away, (2) level of complexity-compatibilityand (3) fascination, based on an adapted Restorative Components Scale (RCS,Yin et al. 2022; Laumann et al. 2001). Self-reported appreciation per scenewas measured on a 10-point Likert scale and subjects indicated elements inthe ten urban spaces they liked or disliked (see Figure 1). A semi-structuredon-site survey was also carried out to investigate user experiences furtherand for triangulation. Thirty-one users, consisting of residents, passers-byand visitors to the NDSM Wharf, rated their appreciation of the site and itsperceived restorative and design qualities (following Ewing & Clemente, 2013)on a 10-point Likert scale.The meta-data analysis of RCS statistics, appreciation values, eye-trackingmetrics and heatmaps reveals distinct visual patterns among user groups. Thispoints to the influence of environmental tasks and roles (see Figure 2). Strollingand exploring resulted in a comprehensive visual exploration of scenes with ahigher mean total fixation count and shorter mean total fixation duration thangoal-oriented walking. It suggests that walking mode determines the level ofopenness to the environment and that architectural attributes can also steervisual exploration. Scenes with the highest appreciation scores correlatedwith the RCS outcomes. They displayed coherence and opportunities forsocial engagement, contrasting with scenes with inconsistent industrial andcontemporary features. These findings provide spatial designers with insightsinto the subliminal experiences of predominant user groups to promote wellbeing in urban transformation.
No summary available
A workshop that took place on the conference "The Restoration of Normality – Mirroring the Past in the Future" with the themes (among others) domestic violence, restorative justice, social support for ex-offenders, education & training and building up a probation service.
Strafrechtmediator is een relatief nieuw beroep en de tijd voor reflectie en kwaliteitsvragen is rijp. Een strafrechtmediator heeft, anders dan bij reguliere mediations, niet alleen te maken met de overschrijding van een persoonlijke norm, maar ook met de overtreding van een maatschappelijke norm. De strafrechtmediator opereert in de context van het strafrecht, en heeft daarbij vaak de maken met verdachten en slachtoffers, waarbij psychische problemen een rol speelt. De bestaande kwaliteitsprotocollen van de Mediatorsfederatie Nederland voorzien hier niet altijd in. De voorgeschreven neutraliteit is niet altijd te transformeren naar een strafrechtmediation. Er is sprake van een strafbaar feit en secundaire victimisatie van het slachtoffer tijdens de strafrechtmediation moet worden voorkomen. Mediators zijn echter, uit angst voor een formele klacht, bang om van de voor de mediator geldende gedragsregels af te wijken en worstelen met hetgeen de praktijk vraagt in relatie tot de algemene regels die voor de mediator gelden. Met andere woorden de beroepspraktijk heeft behoefte aan specifieke kwaliteitseisen voor de strafrechtmediator. Deze behoefte wordt onderschreven door strafrechtmediators, verschillende werkveldpartners en kennispartners. Het consortium bestaat uit de twee leidende publieke organisaties op het gebied van strafrechtmediation, namelijk de Mediatorsfederatie Nederland (hierbij zijn vrijwel alle zelfstandig werkende strafrechtmediators aangesloten) en Slachtoffer in Beeld. Ook de vereniging van Mediators in Strafzaken heeft zich aangesloten. Werkveldpartners zijn de drie landelijke reclasseringsorganisaties en het landelijke project ZSM-werkplaatsen, de mediationfunctionarissen van vijf Rechtbanken, het Openbaar Ministerie (Eindhoven) en de politie Utrecht. De Universiteiten Utrecht (faculteit Rechten), Leuven (faculteit psychologie) en Maastricht (educational reseach and development), Restorative Justice Nederland en het European Forum Restorative Justice dragen vanuit hun deskundigheid bij aan dit onderzoek naar en de verdere ontwikkeling van de kwaliteit van de strafrechtmediator. De hoofdvraag van dit onderzoek is dan ook ‘Aan welke kwaliteitseisen moet een strafrechtmediator voldoen? En, hoe kunnen deze kwaliteitseisen worden geborgd?’