Names of group members: Tran Khanh Linh Nguyen (461345) – HBO ICT TI Samad Shaikh (444629) – HBO ICT SE Jeroen Stol (453483) – HBO ICT ITSM Jelle van der Weijden (440265) – International Business Dylan Severs (468038) – International Business Jarno van Leeuwen (463788) – Business Administration Milan Kok (469346) – Business Administration Due to the increasing digitalization in the 21st century, the phenomenon to only publish scientific articles online is becoming more common. The debate on the consolidating publishing industry has been arising in the last years due to the high-profit margins that the big publishing companies are earning (Larivière, Haustein, & Mongeon, 2015). After analysing roughly 45 million papers over the period 1973 –2013, research proofs that the academic publishing industry is shifting to an oligopoly with a few publishers who publish over 50% of all published papers (Larivière, Haustein, & Mongeon, 2015). Not only do these big publishers earn revenues from the backs of writers, sometimes they also possess the copyrights of the published articles. Since the introduction of the open-access movement, it is becoming more common for publishers to request the execution of the authors ' copyright, which will be claimed by the publisher after the publication of the article (RUG, 2021). As this movement is influencing the market, more writers are considering other options. Although some writers can accept that the only important factor of publishing papers is the increasing h-index, others prefer lucrative writing and maintaining the copyrights of their publications. To stimulate that the copyrights and earnings stay with the author of the publication, our client asked us to develop BlockPub.
Context When the pandemic hit the world, teachers were forced to change their education from onsite to virtual overnight Understandably, teaching quality decreased in the beginning, as there was little experience in how to adapt the educational design Zuyd University of Applied Sciences ( recognized the problem that teachers were on different didactic and pedagogical levels when it comes to online education Unfortunately, the pandemic made it hard for teachers to connect with each other In the Domain of Health and Welfare, this led to the idea of establishing a professional learning community A professional learning community ( can be seen as an informal group of people who share knowledge and experiences among each other on a common topic they are all highly interested in Zuyd’s vision “passion for development” sets a good basis for the start of such a community. Steps we took In order to find out how a professional learning community can look like in Zuyd, the following steps were taken Firstly, we collected and evaluated literature and best practices around the topic Based on our findings we developed an interview guideline and conducted interviews with eight teachers from the Domain of Health and Welfare Throughout the whole report a SWOT analysis was performed with the literature and best practices filling opportunities and threats and the interviews providing content for strengths and weaknesses Main findings From these sources, we derived enablers for a successful learning community, which led to recommendations for Zuyd on how to strategically position, implement and organize a PLC One of our major recommendations is to make didactic and pedagogical skills an important topic within Zuyd in order to strategically implement the learning community into Zuyd’s strategy Furthermore, we recommend giving the lead in organizing and facilitating the PLC to the blended learning task force To collect a diverse set of interested employees to the core group, the educational managers should personally approach teachers that might be interested The sense of urgency around the topic needs to be addressed regularly through the directors of the Domain, the task force of blended learning, as well as the PLC itself In this way, interest in the topic of didactic and pedagogical skills and blended learning can be enhanced In the report we go into greater detail on how to organize and apply these recommendations. We are convinced that implementing these steps will pay off in the future and will successfully enhance competencies on blended learning and didactic and pedagogical skills through knowledge exchange.
SMEs represent a very important part of the European economy today, and within this SME group the creative sector is recently one of the fastest growing sectors. Our paper studies the innovation management of 105 creative SMEs in Flanders and the Netherlands, based on the innovation diagnostic instrument, developed by Mazzarol & Reboud (2006). On the side of the „innovation climate‟ we identified many stimulating factors such as the well developed infrastructure and proximity of logistics and suppliers and an innovative and stimulating life style in the global area of Flanders and the Netherlands. However, we identified many restricting legislations and regulations that seem to hamper seriously most creative SMEs. Above that, many creative SMEs fail to find sufficient access to capital to invest in their growing innovative activities. We observe that the Dutch creative SMEs find more easily access to external financial resources and governmental support and subventions than their Flemish colleagues. Finally, the use of managerial tools like a SWOT analysis or setting up a solid financial or business plan seems very uncommon but required among creative SMEs.
Langer zelfstandig wonen en leven met een zo’n hoog mogelijke kwaliteit van leven is de uitdaging van vandaag de dag. Gemiddeld genomen is er een steeds hogere levensverwachting en is er de wens om tot op een hoge leeftijd een goede kwaliteit van leven te hebben. Dit in een tijd waarbij de beschikbare zorg onder druk staat. Technologie wordt gezien als een mogelijkheid om zowel de zorgverlening als kwaliteit van leven op hoog niveau te houden. Daarvoor is het noodzakelijk dat de beschikbare technologie (in de brede zin van het woord) onder de aandacht gebracht kan worden, zodat bekend wordt wat technologie voor de zorgverlener -de professional- maar ook de mantelzorger en cliënt / patiënt kan betekenen. Is er eenmaal enige bekendheid met technologie dan is het ook mogelijk om behoeften te gaan inventariseren die je door middel van technologiegebruik kan vervullen. Een tweetal hoofdthema’s staan in deze haalbaarheidsstudie centraal. Het eerste thema betreft de zorgprofessional; welke invloed kan het Mobiel Technologie Experience Centrum (MTEC) hebben op de werkdruk van medewerkers? Het tweede thema betreft de cliënt / patiënt. Hoe kan de verblijfsduur van patiënten verkort worden? Hoe kunnen we zelfredzaamheid motiveren op de afdeling revalidatie door het inzetten van de bus? Hoe kunnen we onrust verminderen bij bewoners met dementie? Het onder de aandacht brengen van deze technologie vindt bij voorkeur plaats op de locatie van handeling. Daarvoor is een ‘mobiele setting’ nodig die dit mogelijk maakt. In deze studie wordt met een groot aantal zorg- bedrijfs- en scholingspartners de haalbaarheid onderzocht naar een MTEC waarmee op locatie zowel de zorgprofessional als de mantelzorger en cliënt kunnen kennismaken en zich vertrouwd laten maken met technologie.
De Verenigde Naties heeft als streefdoel vastgesteld om voedselverspilling te halveren in het jaar 2030 ten opzichte van 2015. Als lid van de Europese Unie heeft Nederland zich verbonden aan het realiseren van dit streefdoel. Bedrijven in de voedselketen hebben behoefte aan inzichten en handelingsperspectieven om voedselverspilling te voorkomen in de praktijk. Het verkrijgen van inzichten in de (indirecte) effecten van handelingen, timing en besluiten tijdens het productieproces zijn van cruciaal belang. Om een concrete invulling te geven aan het voorkomen en verminderen van voedselverspilling, hebben de hogescholen Aeres, Inholland, HAS en HZ en MBO Lentiz samen met bedrijven en platform- en maatschappelijke organisaties dit projectvoorstel opgesteld. In dit project worden bedrijven uit de AGF-, zuivel- en vleesketen actief betrokken om inzicht te krijgen in de mate en oorzaken van voedselverspilling op ketenniveau. Vervolgens worden er praktische handelingsperspectieven toegepast om op ketenniveau maatregelen te nemen om voedselverspilling te voorkomen. Opgedane kennis en tools worden benut door het werkveld en onderwijs. Hiermee levert het groene onderwijs een bijdrage aan de actualisatie van het curriculum; studenten worden hierdoor bewust en competent gemaakt als duurzame agrarische ondernemers en professionals in de agri-foodsector.