Understanding the factors that may impact the transfer, persistence, prevalence and recovery of DNA (DNA-TPPR), and the availability of data to assign probabilities to DNA quantities and profile types being obtained given particular scenarios and circumstances, is paramount when performing, and giving guidance on, evaluations of DNA findings given activity level propositions (activity level evaluations). In late 2018 and early 2019, three major reviews were published on aspects of DNA-TPPR, with each advocating the need for further research and other actions to support the conduct of DNA-related activity level evaluations. Here, we look at how challenges are being met, primarily by providing a synopsis of DNA-TPPR-related articles published since the conduct of these reviews and briefly exploring some of the actions taken by industry stakeholders towards addressing identified gaps. Much has been carried out in recent years, and efforts continue, to meet the challenges to continually improve the capacity of forensic experts to provide the guidance sought by the judiciary with respect to the transfer of DNA.
The Design-to-Robotic-Production and -Assembly (D2RP&A) process developed at Delft University of Technology (DUT) has been scaled up to building size by prototyping of-site a 3.30 m high fragment of a larger spaceframe structure The fragment consists of wooden linear elements connected to a polymer node printed at 3D Robot Printing and panels robotically milled at Amsterdam University of Applied Science (AUAS). It has been evaluated for suitability for assembly on-site without temporary support while relying on human-robot collaboration. The constructed architectural hybrid structure is proof of concept for an on- and off-site D2RP&A approach that is envisioned to be implemented using a range of robots able to possibly address all phases of construction in the future.
BackgroundScientific software incorporates models that capture fundamental domain knowledge. This software is becoming increasingly more relevant as an instrument for food research. However, scientific software is currently hardly shared among and (re-)used by stakeholders in the food domain, which hampers effective dissemination of knowledge, i.e. knowledge transfer.Scope and approachThis paper reviews selected approaches, best practices, hurdles and limitations regarding knowledge transfer via software and the mathematical models embedded in it to provide points of reference for the food community.Key findings and conclusionsThe paper focusses on three aspects. Firstly, the publication of digital objects on the web, which offers valorisation software as a scientific asset. Secondly, building transferrable software as way to share knowledge through collaboration with experts and stakeholders. Thirdly, developing food engineers' modelling skills through the use of food models and software in education and training.
MKB-bedrijven op het gebied van architectuur, gebiedsontwikkeling, ontwerp, digital design en technologie-ontwikkeling zien een nieuwe ‘markt’ ontstaan in de toenemende interesse voor de stedelijke commons. Dat zijn lokale gemeenschappen waarin mensen resources zoals energie, mobiliteit of woonruimte met elkaar delen en beheren, op een duurzame en pro-sociale manier. MKB-bedrijven zien kansen om in co-creatie met deze leefgemeenschappen nieuwe diensten en producten te ontwikkelen waarmee bewoners hun hulpbronnen gemeenschappelijk kunnen managen. MKB-bedrijven zien de ontwikkeling van stedelijke commons daarnaast als mogelijke oplossing voor urgente maatschappelijke vraagstukken en missies op het gebied van inclusieve woningbouw, duurzaamheid en de energietransitie. Voor het goed functioneren van de commons is een heldere articulatie en implementatie van hun onderliggende (maatschappelijke) waarden essentieel. Dit vraagt van MKB-bedrijven een zoektocht naar nieuwe manieren van gebieds- en technologie-ontwikkeling in samenwerking met bewoners. Een specifiek probleem daarbij betreft het vertalen van de commons-waarden naar een technologisch systeem dat het gezamenlijk beheer van hulpbronnen mogelijk maakt. Hiervoor wordt veel verwacht van digitale platformen en distributed ledgers technologies zoals de blockchain. Dit zijn databases die precies bijhouden wie wat bijdraagt en gebruikt. Ze koppelen zo’n boekhouding ook aan rechten, plichten en reputaties van de deelnemers. Bij de inrichting van zo’n systeem moeten ontwerpers steeds keuzes maken en rekening houden met spanningen tussen bijvoorbeeld privacy en transparantie, of individuele en collectieve belangen. In dit ontwerpproces stuiten MKBs op een kennishiaat. Hoe kunnen de onderliggende (maatschappelijke) waarden van commons-gemeenschappen 1) worden gearticuleerd en 2) vertaald naar een ontwerp voor de organisatie van een stedelijke commons met behulp van digitale platformen? Dit onderzoek verkent deze vragen in een fieldlab in Amersfoort, op twee ‘transfersites’ in Amsterdam en Birmingham, en met community of practice partners. Samen met hen worden een set design-principes en richtlijnen ontwikkeld voor het ontwerp van DLTs voor de stedelijke commons.
Doel van het project is om kansloze kandidaten op de arbeidsmarkt toch de gelegenheid te bieden om op enigerlei wijze te participeren op de arbeidsmarkt. Dit wordt vormgegeven door het ontzorgen van zowel werkgever/opdrachtgever als de werkzoekende.
Urban open space has a huge impact on human health, well-being and urban ecosystems. One of the open spaces where the environmental and ecological challenges of cities manifest the most is the urban riverfront, often characterised by fragmented land use, lack of accessibility, heavy riverside vehicular traffic, and extreme degradation of river hydrology and ecology. More often than not, the current spatial design of the riverfront hinders rather than supports the delivery of ecosystem services and, in consequence, its potential to improve the health and well-being of urban inhabitants is diminished. Hence, the design of riverside open spaces is crucial. Urban and landscape design in those spaces requires instruments that can aid designers, planners, decision-makers and stakeholders in devising spatial interventions that integrate complex environmental and ecological goals in high quality public space design. By recognising the multiple environmental and ecological benefits of green space and water in the city, the project “I surf” applies a set of four design instruments, namely the Connector, the Sponge, the Integrator, and the Scaler. I surf is a three-phased project that tests, validates and updates these instruments through a design-driven research methodology involving two design workshops and expert meetings addressing three different riverside urban spaces in Amsterdam: in the Ij waterfront, along River Amstel, and on a site located on the canal network. The project concludes with an updated and transferrable instrument set available for urban and landscape design applications in Amsterdam and in other Dutch cities crossed by rivers.