From the article: "Individuals with dementia often experience a decline in their ability to use language. Language problems have been reported in individuals with dementia caused by Alzheimer’s disease, Parkinson’s disease or degeneration of the fronto-temporal area. Acoustic properties are relatively easy to measure with software, which promises a cost-effective way to analyze larger discourses. We study the usefulness of acoustic features to distinguish the speech of German-speaking controls and patients with dementia caused by (a) Alzheimer’s disease, (b) Parkinson’s disease or (c) PPA/FTD. Previous studies have shown that each of these types affects speech parameters such as prosody, voice quality and fluency (Schulz 2002; Ma, Whitehill, and Cheung 2010; Rusz et al. 2016; Kato et al. 2013; Peintner et al. 2008). Prior work on the characteristics of the speech of individuals with dementia is usually based on samples from clinical tests, such as the Western Aphasia Battery or the Wechsler Logical Memory task. Spontaneous day-to-day speech may be different, because participants may show less of their vocal abilities in casual speech than in specifically designed test scenarios. It is unclear to what extent the previously reported speech characteristics are still detectable in casual conversations by software. The research question in this study is: how useful for classification are acoustic properties measured in spontaneous speech."
MULTIFILE
Pauses in speech may be categorized on the basis of their length. Some authors claim that there are two categories (short and long pauses) (Baken & Orlikoff, 2000), others claim that there are three (Campione & Véronis, 2002), or even more. Pause lengths may be affected in speakers with aphasia. Individuals with dementia probably caused by Alzheimer’s disease (AD) or Parkinson’s disease (PD) interrupt speech longer and more frequently. One infrequent form of dementia, non-fluent primary progressive aphasia (PPA-NF), is even defined as causing speech with an unusual interruption pattern (”hesitant and labored speech”). Although human listeners can often easily distinguish pathological speech from healthy speech, it is unclear yet how software can detect the relevant patterns. The research question in this study is: how can software measure the statistical parameters that characterize the disfluent speech of PPA-NF/AD/PD patients in connected conversational speech?
DOCUMENT
Geriatrische revalidatie: Lectorale rede Marije Holstege Inspiratie uit de praktijk Mijn interesse voor de geriatrische revalidatie is gewekt toen ik als fysiotherapeut aan het werk ging in verpleeghuis De Noordse Balk in Wormerveer. Daar zag ik de grote uitdagingen die gepaard gaan met de groep kwetsbare ouderen die na een meestal acute opname in het ziekenhuis vanwege een beroerte, gebroken heup of achteruitgang van functioneren, gaan revalideren om weer terug naar huis te kunnen. Dit doen zij onder begeleiding van een team van professionals met verschillende expertises. De ervaringen die ik heb opgedaan en de voorbeelden uit de praktijk inspireren mij nog steeds in mijn huidige werk als onderzoeker. Bijzonder lectoraat Geriatrische revalidatie Het bouwen aan het praktijkonderzoek in de geriatrische revalidatie en de al bestaande samenwerkingen tussen Omring en Hogeschool Inholland maakten dat er ook een gezamenlijke ambitie was om een bijzonder lectoraat in te stellen voor geriatrische revalidatie. De leeropdracht richt zich op het optimaliseren van de geriatrische revalidatie door het slimmer (met innovatieve interventie én door inzet digital health) en het samen door ontwikkelen naar toekomstbestendige zorg. Dit om de best mogelijk passende zorg te kunnen geven samen met de professionals, revalidanten en hun naasten. Ik ben er trots op dat Omring deze leerstoel heeft ingesteld in samenwerking met Hogeschool Inholland en het daarmee mogelijk maakt om de onderzoekslijnen binnen deze leerstoel verder te verstevigen. Dit doe ik door een bijdrage te leveren aan de verbinding tussen onderzoek, praktijk en onderwijs. Ik krijg vaak de vraag wat een lector eigenlijk doet. Een lector doet praktijkgericht onderzoek naar vraagstukken uit de praktijk om te achterhalen wat oorzaken zijn en mogelijke oplossingen. Dit om bij te dragen aan het verder optimaliseren van geriatrische revalidatie, zelfredzaamheid en eigen regie van revalidanten en naasten, professionalisering van studenten, docenten en professionals van Hogeschool Inholland en Omring. En daarbij ook landelijk deze kennis te delen. Door deze samenwerking kunnen we het onderwijs en de studenten structureel verbinden aan relevante praktijkgerichte vraagstukken. Dit doe ik zeker niet alleen, maar met een heel team van onderzoekers binnen het lectoraat; we noemen dit de kenniskring. De onderzoekers in de kenniskring doen naast het werk in de praktijk onderzoek. Ze doen dit samen met studenten, die onderzoek- en innovatieopdrachten uitwerken, samen met gedreven professionals uit de praktijk én in samenwerking met docenten, collega-lectoren en externe onderzoekspartners. Vooral het samen doen maakt dit werk ontzettend leuk. Aan het eind van mijn rede kom ik terug op hoe die samenwerking eruitziet.
DOCUMENT
Dit rapport beschrijft de achtergrond en bevindingen van een studie naar de bijdrage van job crafting aan duurzame inzetbaarheid. Job crafting gaat uit van het principe dat werknemers zelf bewust (en soms minder bewust) aanpassingen doen aan de taakinhoud en –uitvoering, zodat het werk beter aansluit bij veranderende behoeftes, sterktes en (cognitieve of fysieke) vermogens. In het kader van een TNO-onderzoeksprogramma1 gericht op de bevordering van duurzame inzetbaarheid onder oudere werknemers in de context van lagergeschoold werk zijn de mogelijkheden van job crafting binnen 3 pilotorganisaties verkend.
DOCUMENT
Onderzoek laat zien dat schulden veel voorkomen onder delinquenten, maar dat hiervoor nog relatief weinig aandacht is. Schulden onder delinquenten zijn complex, diepgeworteld en sterk verweven met problemen op andere levensdomeinen. Bovendien belemmeren ze resocialisatie en verhogen ze het risico op terugval in criminaliteit. In de aanpak van schulden kampen delinquenten met gevoelens van stress en machteloosheid. Ook lopen zij vaak aan tegen beperkte toegang tot hulp en een benadering vanuit instituties die niet aansluit op hun vermogens en behoeften. Professionals missen veelal handvatten om hen adequaat te begeleiden. Schuldenproblematiek is dan ook typisch een vraagstuk om interdisciplinair aan te pakken. Daarbij is het nodig om als professionals vanaf de start van begeleidingstrajecten systematisch en integraal samen te werken rondom delinquenten met schulden.
DOCUMENT
Oudere werknemers hebben behoefte aan zinvolle arbeid en daar schort het aan.De gangbare inrichting van de werkplek en het beleid van arbeidsorganisatie maakt dat oudere werknemers hun vermogens daar nauwelijks kunnen inzetten.
DOCUMENT
De krappe arbeidsmarkt vraagt om een andere aanpakvan het instroombeleid. Om te kunnen zorgen voorvoldoende instroom moet HRM optimaal gebruikmaken vande diversiteit aan talenten en vermogens op de arbeidsmarkt; kiezen voor inclusiviteit.
DOCUMENT
In het kader van de beroepskolom worden een aantal Fontysbrede projecten uitgevoerd, één van die projecten is de Fontys competentiewijzer. De FCW is een instrument in ontwikkeling dat beoogt vroegtijdig interesses, ambities en vermogens van mbo-ers zichtbaar te maken, zodat meer mbo-ers meer kans maken op een succesvolle start in het hbo. Deze definitiestudie onderzoekt welke vorm, inhoud en werkwijze het beste past bij dit instrument.
DOCUMENT
Uitgangspunt van dit artikel is dat er bij het ouder worden niet alleen achter‐uitgang van arbeidsvermogens plaatsvindt, maar dat er ook vermogens zijn die metde jaren toenemen, ook al gebeurt dit bij de ene werknemer meer dan bij de andere:‘verrijkte’ vermogens waarmee oudere werknemers zich kunnen ontwikkelen, mitsde werksituatie dat niet verhindert. Werkgevers hebben echter nauwelijks oog voorde leer- en ontwikkelingsmogelijkheden van oudere werknemers. In een actieonder‐zoek onder een team van laagopgeleide oudere vrouwen in een zorginstelling werdsamen met de betrokkenen een leerproces op gang gebracht dat tot de groei van hunarbeidsvermogens en verbetering van hun functioneren bleek te leiden. Ditgebeurde met behulp van een leerprogramma dat aansloot bij hun eigen wensen enervaringen, en dat gekenmerkt wordt door een grote nadruk op ervaringsleren, col‐lectief leren en zelfsturing. Tegelijkertijd bleken er ook veranderingen in de arbeids‐relatie (meer delegatie van bevoegdheden door de leidinggevenden en een meercoachende manier van leidinggeven) en in de arbeidsinhoud (in de richting van bre‐dere functies met meer regel- en samenwerkingsmogelijkheden) plaats te vinden diede effecten van het leerprogramma verder versterkten. Ten gevolge van de combi‐natie van externe bezuinigingsdruk en interne rationalisering bleek na een jaar eengroot deel van de veranderingen echter weer te zijn verdwenen.
DOCUMENT
Oudere werknemers worden gezien als de categorie werknemers die in de beeldvorming over leeftijd afwijkt van de normaliteit in sociologische en economische zin. Zij krijgen van vele werkgevers het stempel van verlies aan capaciteiten, worden geconfronteerd met processen van uitsluiting en worden vooral op de arbeidsmarkt als homogene categorie benaderd. Opmerkelijk omdat deze categorie grote verschillen laat zien: naast een divers verlies aan capaciteiten ook een diverse groei van verrijkte vermogens. Daarmee kunnen 'oudere werknemers' zich ontwikkelen, mits de werksituatie dat niet verhindert.
DOCUMENT