Bij het werken met een leerlandschap formuleert een student voor zichzelf - in samenspraak met zijn leerteam - leervragen en leeractiviteiten. Hij doet steeds (pedagogisch) onderzoek in de dagelijkse werkelijkheid van de school. Bij het doen van (pedagogisch) onderzoek kan Digital Storytelling een rol spelen. Een hulpmiddel dat gericht is op het ondersteunen van het complexe proces van observeren, interpreteren, concluderen, documenteren, rapporteren en betekenisgeving. Met het inzetten van multimedia komt bovendien aan de orde: het aantrekkelijke karakter van het werken met deze multimedia. Die aantrekkelijkheid betreft zowel het plezier dat aan het werken met media valt te beleven als de voldoening bij het beantwoorden van een beeldende leervraag.
The Internet’s dominant role in recent years has caused a change in the relationship between media producers, suppliers and consumers in the traditional media landscape. The cultural sector must therefore decide what to do with today’s digital media in response to the general public’s changing role, and for the purpose of improving accessibility. The use of multiple media resources and particularly resources like the Internet and mobile telephony seems to be inevitable. The only question that remains is: how? This paper addresses this question by focussing on social tagging and storytelling, and reports the results of an empirical study on tagging behaviour using the social tagging platform (see also Van Vliet et al., 2010).
Fic-ctio-cra-cy /ˈfɪkʃ(ə)krəsi/ n. pl. – cies. 1. Political regime that, implicitly or explicitly, considers the distinction between fact and fiction irrelevant. 2. A political or social unit that has such regime. 3. The principles of word-building and transmedia storytelling applied to politics and journalism. 4. The title of this longform. [French fictiocracie, from Late Latin fictiocratia]
MULTIFILE
De dataverzamelingsmethodiek ‘verhalen vangen’ (afgeleid is van de methodiek storytelling) die voor het project “Samenwerken met ouders: hoe doe je dat?” is gekozen, is in de praktijk een deel van de oplossing voor de soms moeizame samenwerking tussen ouders en leerkrachten. De verhalen van leerkrachten en ouders zeggen veel over de individuele beleving van de samenwerking. Analyse van de verhalen geeft inzicht in de werkzame factoren en de competenties die een leerkracht nodig heeft om met ouders samen te werken. Maar, de impact van de verhalen is groter. Door aan dit project deel te nemen hebben leerkrachten (en ouders) leren luisteren. Iets wat op het oog vanzelfsprekend en eenvoudig lijkt, bleek in de praktijk verrassend lastig. Het oprecht luisteren naar ouders bleek voor veel leerkrachten een nieuwe en leerzame ervaring. Deze aanpak heeft veel scholen aangesproken. Deze laagdrempelige manier van data verzamelen bleek voor veel schooldirecteuren, leerkrachten en ouders een eye opener. Wij merken dat de methodiek relatief arbeidsintensief en dus duur is omdat alle gesprekken tot nu toe worden opgenomen en getranscribeerd. Uit deze transcripten worden de verhalen van ouders, leerkrachten en kinderen gedestilleerd. Om te kunnen voldoen aan de vraag van scholen om getraind te worden in ‘verhalen vangen’ en dus beter luisteren, willen wij de methodiek minder arbeidsintensief maken. We willen verkennen welke mogelijkheden er zowel inhoudelijk als technisch zijn om de methodiek, met behoud van alle waardevolle gesprekstechnieken, efficiënter te kunnen aanbieden.
A continuation and update of the first ALT-ER project, which produced an app for early-years students that allowed them to express their feelings and tell stories related to pro-social and important developmental themes. This follow-up project will expand the software and themes, particularly in light of the COVID-19 pandemic, to reflect a wider range of experiences for young people.
Het doel van het door Raak Publiek gefinancierde project (2019-2021) Blijf in Beweging ondersteuning Zorgprofessionals (BiBoZ) is om een methode te ontwikkelen waarmee zorgprofessionals, tijdens een consult, hun cliënten op maat kunnen ondersteunen in het bereiken van duurzaam gezond beweeggedrag. Een belangrijke eis is dat de methode leidt tot persoonsgerichte ondersteuning waarbij rekening wordt gehouden met de context van de cliënt. Onder context verstaan we de combinatie van achtergrondkenmerken en het sociaal, psychisch en fysiek functioneren in de eigen leefomgeving. De methode is ontwikkeld vanuit cliëntperspectief en in co-creatie met de doelgroep. Hiervoor zijn ontwerpgericht onderzoekstechnieken gebruikt zoals contextmapping (38 cliënten) en storytelling (11 professionals en 12 cliënten). Met de opbrengsten is in co-creatie met cliënten, professionals, studenten en docentonderzoekers de methode ontwikkeld. Het Behaviour Change Wheel (BCW) gedragsveranderingsraamwerk en informatie uit een systematische review naar effectieve beweeginterventies vormen de theoretische basis van de methode. De methode bestaat uit zes fictieve verhalen en een gespreksondersteuningstool. Als voorbereiding op het consult leest de cliënt de zes verhalen. Op basis van deze voorbereiding vindt het gesprek plaats over gezond bewegen. De professional gebruikt de gespreksondersteuningstool om op de cliënt afgestemde gedragsveranderingstechnieken in te zetten ter bevordering van doelen gericht op gezond bewegen. Cliënt en professional vertalen dit samen naar een actieplan op maat. Om de professional te ondersteunen zijn een handleiding, twee (instructie)filmpjes en een app ontwikkeld. De BiBoZ methode is goed beschreven, theoretisch onderbouwd en getest bij 10 professionals, 8 professionals in opleiding en 25 cliënten. Professionals zijn enthousiast. De volgende stap is het verder integreren van de BiBoZ methode in de werkwijze van beweeg/zorgprofessionals en het implementeren en op effectiviteit evalueren van de methode in de dagelijkse praktijk. Aanpassingen aan de methode op basis van de resultaten van de haalbaarheidsstudie worden tijdens de Top-up subsidie uitgevoerd.