Across European cities local entrepreneurs are joining forces in new ways, forming collectives to stimulate business growth and innovation and to create a more attractive business environment. The value of such collectives is increasingly recognized by local governments and policy measures to stimulate these initiatives are being developed. Amsterdam hosts different collaborative initiatives, including 39 business improvement districts (BIDs).The Knowledge Mile is such a collective in which shopkeepers, other local SMEs, residents work together to collectively improve a large retail area. The city of Amsterdam is also a stakeholder. Government can fill an important role in enabling the creation of collective resource management in urban settings. However, if effective regulation is missing, citizens and governing bodies have to look for incentives to find new means of addressing governance. As such, the potential for collective management of urban commons may be greater than realized so far, as there is still a lack of knowledge in this area. In this paper, we aim to bridge this gap. By means of an embedded case study approach, we analyze the interaction between the stakeholders in their development of a green zone, the Knowledge Mile Park, in the Wibautstraat. In the coming years, roofs, facades and ground level will be changed through a collaboration of residents, entrepreneurs, researchers, civil servants and students in a metropolitan Living Lab. In this Living Lab, solutions for a healthy and social environment, climate resistance and biodiversity are jointly developed, tested and shown. In our study, we will analyze the role of the governing bodies in such initiatives, and make recommendations how collectives can become more mainstream with new kinds of institutions, without an undue burden on the community.
MULTIFILE
Full text te downloaden via link. Anderhalf jaar na het uitbrengen van de eerste druk is dit handboek alweer toe aan een tweede druk. Daar zijn we erg blij mee. Het handboek wordt veelvuldig gebruikt door professionals, vrijwilligers en ouderen zelf om samen aan de slag te gaan rondom het thema gezondheid. In de eerste druk hebben we ons, als docenten en onderzoekers Social Work, vooral gericht op sociale gezondheid. Dit hebben we gedaan omdat sociale gezondheid vaak onderbelicht is, als het gaat over gezondheid, terwijl uit menig onderzoek blijkt dat sociale activiteiten een grote positieve invloed hebben op de gezondheid. Vanuit de Hogeschool Utrecht kwam de vraag naar meer beweegactiviteiten. Daarom hebben we nu (alleen voor de Nederlandse versie) een bijlage ontwikkeld met beweegactiviteiten, als extra-onderdeel bij het Handboek ‘Gezond Ouder worden’. Studenten, professionals en vrijwilligers kunnen hiermee aan de slag binnen hun contact met 65-plussers. Zij kunnen op een laagdrempelige manier allerlei activiteiten met ouderen doen, die ouderen wel laten bewegen, maar die niet expliciet tot sport gerekend kunnen worden. De sociale component is ook hierin aanwezig. Plezier staat voorop. Wij hopen dat deze bijlage een nuttig hulpmiddel zal zijn bij het bevorderen van het plezier in bewegen voor ouderen.
MULTIFILE
Dit project sluit naadloos aan op de Nationale transitieagenda circulaire economie voor de materialengroep ThermoPlastische Composieten (TPC): (Ontwikkelrichting 1: Preventie): Dankzij de toepassing van vezels kan zaanzienlijk op het verbruik van materialen worden bespaard, hetgeen bovendien kan leiden tot kostenbesparingen en tot CO2 besparing tijdens de productiefase en de gebruiksfase. (Ontwikkelrichting 2: Meer hernieuwbare kunststoffen): Door toepassing van gerecyclede en biokunststoffen, die vervolgens ook goed recyclebaar zijn en in de meeste gevallen bioafbreekbaar wordt een belangrijke bijdrage aan de hernieuwbaarheid geleverd. Het Lectoraat Lichtgewicht Construeren verricht al meer dan 5 jaar onderzoek naar industriële verwerkingstechnieken voor TPCs ten behoeve van grootserie producten, maar tot nog toe is nauwelijks onderzoek verricht naar beoogde materialen. Het Lectoraat Sustainable Polymers van de NHL Stenden hogeschool verricht al jaren onderzoek naar bio-gebaseerde en bioafbreekbaar thermoplasten en vezels. Hoewel er ook al veel toegepaste kennis is opgedaan met biocomposieten, zijn de cruciale verwerkingstechnieken in dit project geheel nieuw voor het betrokken lectoraat, en ook geheel nieuw in de TPC markt. Nieuw in dit project betreft daarom de circulariteit van de te onderzoeken TPC materialen in combinatie met de nieuwste grootserie productietechnieken. Iedere vezel-thermoplast combinatie heeft zijn specifieke eigenschappen ten aanzien van maakbaarheid, verwerkbaarheid en uiteindelijke eigenschappen bij gebruik. Deelnemende bedrijven willen de circulariteit van hun materialen nog verder vergroten en hebben daarom behoefte aan verder onderzoek. De centrale onderzoeksvraag luidt: In hoeverre zijn circulaire thermoplastische composieten te ontwikkelen die seriematig te verwerken zijn met de nieuwste TPC-processen? Bij de uitwerking van de onderzoeksvraag richten we ons concreet op onderzoek naar: • Produceerbaarheid van halffabricaten (commingled weefsels, tape, inserts) van circulaire TPCs • Verwerkbaarheid in producten en recyclebaarheid van circulaire TPCs • Bepalen van materiaalprestaties, waaronder: mechanische eigenschapen, levenscyclus analyse (LCA) en bestendigheid tegen weersinvloeden van circulaire TPCs
Overgewicht en obesitas komen steeds vaker voor onder kinderen met een lage sociaal economische status (SES) (1). Het drinken van suikerhoudende dranken (SHD) wordt genoemd als één van de veroorzakers van overgewicht bij kinderen (2). Het stimuleren van water drinken in plaats van SHD kan bijdragen aan de preventie van overgewicht en obesitas (3). Met name het stimuleren van water drinken vroeg in de ontwikkeling van voedingsgewoontes, tussen de 6-12 maanden. Hiertoe hebben de gemeente Breda, Spadel, Service Design bureau Ideate, en het lectoraat Crossmediale Communicatie in het Publieke Domein (PubLab) in 2016 de ‘Waterbox’ ontwikkeld binnen het landelijke programma Jongeren op Gezond Gewicht (JOGG). De ‘Waterbox’ is een cadeaubox voor ouders van jonge kinderen (tussen 6-12 maanden) met een lage SES, waarin verschillende middelen zitten (beker, slabbetje, waterwijzer, boekje) om water drinken als bijvoeding te stimuleren (zie figuur 1). Om gedragsverandering te bereiken bij ouders is de box ontworpen om op het consultatiebureau (CB) af te geven en thuis te gebruiken. De eerste evaluatie (4) wijst uit dat er veel potentie zit in het product en het CB als uitgiftepunt. Ouders zijn positief, de box is laagdrempelig en geeft tips over water drinken met hun kindje. Ook het CB is enthousiast. Doordat de box als een cadeau is vormgegeven communiceert dit op een luchtige en visuele manier het gewenste gedrag. Dit bevordert de communicatie met ouders met een lage SES aangezien zij voornamelijk visueel zijn ingesteld en minder openstaan voor directief advies van het CB (5). Om het prototype door te ontwikkelen tot een effectief product hebben verschillende CBs en JOGG regisseurs binnen drie gemeenten (Breda, Oss en Den Bosch) PubLab gevraagd om hier ontwerpend onderzoek naar te starten. Dit KIEM project richt zich op de doorontwikkeling van de Waterbox tot een effectief en aantrekkelijk product voor CBs en ouders. Het doel is tweeledig; enerzijds de doorontwikkeling van de inhoud van de Waterbox, anderzijds inzicht krijgen in de werking van de box in zijn context: het consult op het CB en het bijvoedingsmoment thuis. Daarmee investeren de JOGG-regisseurs en de CBs in een innovatieve manier van het ter sprake brengen van deze voedingsgewoonte en het geven van effectiever drinkadvies aan ouders.