In this paper we explore the influence of the physical and social environment (the design space) son the formation of shared understanding in multidisciplinary design teams. We concentrate on the creative design meeting as a microenvironment for studying processes of design communication. Our applied research context entails the design of mixed physical–digital interactive systems supporting design meetings. Informed by theories of embodiment that have recently gained interest in cognitive science, we focus on the role of interactive “traces,” representational artifacts both created and used by participants as scaffolds for creating shared understanding. Our research through design approach resulted in two prototypes that form two concrete proposals of how the environment may scaffold shared understanding in design meetings. In several user studies we observed users working with our systems in natural contexts. Our analysis reveals how an ensemble of ongoing social as well as physical interactions, scaffolded by the interactive environment, grounds the formation of shared understanding in teams. We discuss implications for designing collaborative tools and for design communication theory in general.
MULTIFILE
LINK
Currently, promising new tools are under development that will enable crime scene investigators to analyze fingerprints or DNA-traces at the crime scene. While these technologies could help to find a perpetrator early in the investigation, they may also strengthen confirmation bias when an incorrect scenario directs the investigation this early. In this study, 40 experienced Crime scene investigators (CSIs) investigated a mock crime scene to study the influence of rapid identification technologies on the investigation. This initial study shows that receiving identification information during the investigation results in more accurate scenarios. CSIs in general are not as much reconstructing the event that took place, but rather have a “who done it routine.” Their focus is on finding perpetrator traces with the risk of missing important information at the start of the investigation. Furthermore, identification information was mostly integrated in their final scenarios when the results of the analysis matched their expectations. CSIs have the tendency to look for confirmation, but the technology has no influence on this tendency. CSIs should be made aware of the risks of this strategy as important offender information could be missed or innocent people could be wrongfully accused.
"Zoekt en gij zult vinden", luidt de bekende uitdrukking. Het Nederlandse MKB heeft veel technieken beschikbaar die voor een bekend probleem in Nederlandse verpleeghuizen een oplossing kan bieden: er raken in verpleeghuizen veel zaken zoek, van hulpmiddelen tot meubilair, wat leidt tot vele uren zoektijd voor zorgprofessionals en bewoners (met dementie) en hun naasten, en wat een negatieve invloed heeft op kwaliteit van zorg en onderhoud. Het doel van dit projectvoorstel is om een oplossing te ontwikkelen voor het zoekraken, niet in kaart hebben en het onbekend zijn met het gebruik, van hulpmiddelen in verpleeghuizen. Er bestaat zogenaamde track & trace technologie om locatie en gebruik van zaken te monitoren. Hoewel deze technologie op terreinen bouw, logistiek en ziekenhuiszorg in opkomst is, wordt deze in verpleeghuizen nog niet grootschalig ingezet. Er is bij bedrijven onvoldoende kennis over hoe deze technologie succesvol kan worden ingezet in verpleeghuizen waarbij de behoeften van zorgprofessionals en bewoners aan de basis van het ontwerp liggen. De maatschappelijke relevantie iets aan de problematiek te doen is niet alleen ingegeven door een behoefte de kwaliteit van zorg te ondersteunen, maar ook om geld te besparen door zoektijd te verminderen, en om beheer- en onderhoud van hulpmiddelen beter te kunnen stroomlijnen (logistiek en financieel) doordat bedrijven en verpleeghuizen een beter inzicht hebben in het gebruik. In dit project wordt met MKB-partners met een achtergrond in elektrotechnische installaties, ICT, bouw en inrichting en hulpmiddelen samengewerkt aan het ontwerpen en evalueren van een ?demonstrator?: een start van een field lab track & trace van hulpmiddelen voor zorginstellingen met twee testlocaties in verpleeghuizen. Dit doen deze partijen samen met twee verpleeghuisorganisaties en hun professionals teneinde een systeem te ontwikkelen dat aansluit bij de behoeften van de werkvloer en derhalve de grootste meerwaarde heeft voor de stakeholders. Hierbij zullen verschillende werkvormen worden gebruikt waarbij de nadruk ligt op de inbreng van alle betrokkenen. Door middel van focusgroep- en ontwerpsessies zullen stakeholders de behoeften op het gebied van track & trace van roerende goederen kunnen definiëren en omzetten in een concreet ontwerp. Het eindresultaat van het project zal naast concrete kennis vooral bestaan uit een tweetal demonstrators die met aanpassing ook in andere zorgsettings ingezet kunnen worden om kwaliteit van zorg en werkprocessen te ondersteunen. Deze demonstrators zullen tevens dienen als platform voor vervolgexperimenten.
In het forensisch werkveld staan drie vragen centraal. Het gaat dan om “wie is het”, “wat is er gebeurd” en “wanneer is het gebeurd”. Alle informatie die bijdraagt aan het beantwoorden van deze vragen is waardevol in zaakonderzoeken. Vaak wordt er wel een biologisch spoor gevonden, maar is er geen “match” met de databank. In dit geval kan profileringsinformatie helpen bij het zoeken naar de juiste persoon. Met profilering wordt hier bedoeld een serie stoffen, ook markers genoemd, die informatie geven over de levensstijl van mensen. De levensstijl kan bestaan uit kenmerken, voeding, gewoonten en activiteiten. Een recent voorbeeld van een profileringsmethode is het analyseren van de buitenzijde van mobiele telefoons. Door het hanteren van de telefoon laten mensen zweet en stoffen achter die gekarakteriseerd kunnen worden. Het profiel van deze stoffen geeft een beschrijving van de levensstijl van de eigenaar. In veel zaken zijn er echter geen mobiele telefoon aanwezig, maar wel andere sporen zoals haar. Daarom is er behoefte aan een methode om haar te gebruiken voor profilering. Bovendien geeft haar een indicatie van tijd en gebeurtenissen uit het verleden omdat het langzaam groeit. In principe kan er dan informatie over de drie vragen (wie, wat, wanneer) verzameld worden. Haren worden op dit moment vooral gebruikt voor het meten van drugs, alcohol gebruik, cortisol en nicotine. Er is echter behoefte aan een breder palet van stoffen dat in één keer in haar kan worden gemeten. Het doel van dit onderzoek is daarom het ontwikkelen van een methode waarmee in één analysegang een profiel van circa 15 uiteenlopende markers kan worden gemeten.
TRACES helps European museums identifying, developing and sharing know-how, competencies and skills required to develop and implement a digital strategy focused on audience development.In an increasingly dynamic digital consumer context, most cultural sectors are lagging behind when it comes to catering to significant shifts in the way people experience, interact or share content. European museums do not all yet fully use the digital technologies available to close this digital gap. TRACES will bring together these museums in need of capacity building about ‘going digital’. In three cross-border workshops, we transfer knowledge and educate museum professionals, together with experts and students, in the deployment of innovative digital technologies to communicate and engage with new or existing audiences. Participants will have hands-on experience on (a) how to develop a digital strategy, (b) create digital stories and (c) integrate innovative media technologies. This project will give museums the necessary insights into how to adjust to the digital shift and will initiate the adaptation of the study programmes to the current need of digitisation in the cultural industries.Partners:Thomas MoreMMEx