Voor u ligt de voorlichtingspublicatie "Constructiestaalsoorten met hoge sterkte". Deze voorlichtingspublicatie is bedoeld voor allen die te maken hebben of te maken krijgen met toepassing en verwerking van de moderne staalsoorten met hoge sterkte. Daarbij moet worden gedacht aan bijvoorbeeld constructeurs, lastechnici, werkvoorbereiders, enzovoorts.
DOCUMENT
De eerste uitgave van deze publicatie is in 1996 samengesteld door de werkgroep "Dieptrekken van dunne plaat, staal, aluminium" en geeft gerichte theoretische en praktische informatie ten behoeve van respectievelijk de gebruikers van de diverse materialen welke bij het omvormproces (dieptrekken, kraagtrekken, strekken, alsmede buigen en scheiden) worden gebruikt, geïnteresseerden in de betreffende processen, technische cursussen en opleidingen. In 2008 is de inhoud aangepast aan de huidige stand der techniek. De inhoud van deze publicatie behandelt de belangrijkste materialen (zowel product- en gereedschapmaterialen alsmede hulpstoffen) welke bij het vormgeven van dunne plaat van belang zijn. In de voorlichtingspublicaties VM 110 "Dieptrekken", VM 113 "Buigen" alsmede VM 114 "Scheidingstechnieken voor metalen" vindt u gegevens m.b.t. de diverse omvormprocessen en in VM 112 "Machines en gereedschappen" worden de machines en gereedschappen behandeld.
DOCUMENT
De eerste uitgave van deze publicatie is in 1996 samengesteld door de werkgroep "Buigen van dunne plaat" en geeft gerichte theoretische en praktische informatie ten behoeve van respectievelijk de gebruikers van het buigproces, geïnteresseerden in dit proces, technische cursussen en opleidingen. In 2009 is deze publicatie aangepast aan de huidige stand der techniek. De inhoud van deze publicatie behandelt de aspecten welke voor het vormgeven van plaat door middel van buigen van belang zijn. De achterin toegevoegde supplementen over materialen en over machines en gereedschappen geven processpecifieke informatie over de desbetreffende onderwerpen. In de voorlichtingspublikaties VM 111 "Materialen" en VM 112 "Machines en gereedschappen" worden de algemene gegevens over deze onderwerpen behandeld.
DOCUMENT
Deze voorlichtingspublicatie is een herziening van de in 1991 verschenen publicatie VM 83 en is tot stand gekomen door samenwerking van de Vereniging FME-CWM, M2i (Materials Innovation Institute v/h het Netherlands Institute for Metals Research (NIMR)), het Nederlands Instituut voor Lastechniek en het Aluminium Centrum. De publicatie volgt in hoofdlijnen de vroegere indeling, maar is wat de inhoud betreft aangepast aan de meest recente ontwikkelingen op het gebied van aluminium en lasprocessen. Bij de hoofdstukindeling is rekening gehouden met het gebruik ervan op verschillende plaatsen binnen het bedrijf. De eerste vijf hoofdstukken zijn speciaal bedoeld om te gebruiken in de tekenkamer en bij de werkvoorbewerking, terwijl de hoofdstukken zes tot en met elf meer zijn bedoeld voor de uitvoering en niet alleen voor diegenen die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van laswerk, maar ook voor de lassers zelf. Er is daarom meer informatie over de lasprocessen zelf gegeven en er is getracht in deze publicatie zoveel informatie hierover te geven, dat het raadplegen van andere bronnen beperkt kan blijven. Dat betekent niet dat alle benodigde kennis over dit onderwerp in deze publicatie is opgenomen. Deze publicatie is tevens bedoeld om in het onderwijs te worden gebruikt, aangezien vergelijkbare leerstof voor het reguliere onderwijs in Nederland niet voorhanden is.
DOCUMENT
Voor u ligt de voorlichtingspublicatie "TIG- en plasmalassen". Deze voorlichtingspublicatie is bedoeld voor allen die te maken hebben of te maken krijgen met toepassing van de betreffende verbindingstechnieken. Daarbij moet worden gedacht aan bijvoorbeeld constructeurs, lastechnici, werkvoorbereiders, enzovoorts. Deze voorlichtingspublicatie is een update van de voorlichtingspublicaties VM 81 uit 1990. De updating was noodzakelijk daar zich in de afgelopen jaren een groot aantal belangrijke ontwikkelingen heeft voorgedaan op het gebied van deze technieken.
DOCUMENT
Voor u ligt de voorlichtingspublicatie "Zacht- en hardsolderen". Deze voorlichtingspublicatie is bedoeld voor allen die te maken hebben of te maken krijgen met de techniek van solderen. Daarbij moet worden gedacht aan bijvoorbeeld constructeurs, ontwerpers, lastechnici, werkvoorbereiders, enzovoorts.
DOCUMENT
Voor u ligt de voorlichtingspublicatie "Onder poeder lassen". Dit blad is een update van het NIL-voorlichtingsblad "Onder poeder lassen" dat in 1988 is opgesteld als onderdeel van het gelijknamige onderzoeksproject dat uitgevoerd is onder supervisie van het Nederlands Instituut voor Lastechniek. Daar er in de periode tussen verschijning van de eerste uitgave en nu een aantal belangrijke ontwikkelingen op het gebied van het onder poeder lassen is geweest, was een aanpassing aan de huidige stand der techniek noodzakelijk. De Nederlandse overheid heeft geld ter beschikking gesteld om een aantal verouderde voorlichtingspublicaties aan te passen aan de stand der techniek; de FME heeft de coördinatie daarvan op zich genomen. Voor de aanpassing van deze publicatie heeft zij het NIL de opdracht gegeven. De oude voorlichtingspublicatie vormt de basis van deze update, zodat verwijzingen naar geraadpleegde literatuur aanvullend aan de oude publicatie zijn.
DOCUMENT
Een van de instrumenten voor de bepaling van de kwaliteit en van de aanwezigheid van opgetreden schade vormt het niet-destructief onderzoek (NDO), waarvan vele uitvoeringsvormen zijn ontwikkeld en waaraan binnen de kaders van de wetgeving en de in gebruik zijnde Codes zowel aan de apparatuur als aan de bediening eisen worden gesteld. Zo moeten ook de uitvoerders van NDO in de praktijk gecertificeerd zijn.
DOCUMENT
Deze publicatie is tot stand gekomen in het kader van een updateproject, waarbij een groot aantal technische voorlichtingspublicaties wordt aangepast aan de huidige stand der techniek. Hierbij heeft een nauwe samenwerking plaatsgevonden tussen de op de laatste pagina van deze publicatie vermelde partijen. Deze publicatie is een update van de publicaties "Construeren voor booglassen met robots" (VM 105, FME, 1997), "Sensoren voor booglassen" (VM 96, FME,1993) en "Booglassen met robots" (VB920901, NIL,1992) en vormt samen met de publicaties "TI.07.39 - Eenvoudige mechanisatie bij het booglassen" en "TI.07.40 - Ontwerp voor gemechaniseerd lassen" een overzicht met betrekking tot de automatisering van het lasproces. Al deze geupdate publicaties zijn, evenals de andere in dit updateproject vervaardigde en uitgegeven publicaties, als pdf-file vrij te downloaden vanaf de websites "www.verbinden-online.nl", "www.dunneplaat-online.nl" en via de websites van de deelnemende organisaties.
DOCUMENT
Objective: Despite the increasing availability of eRehabilitation, its use remains limited. The aim of this study was to assess factors associated with willingness to use eRehabilitation. Design: Cross-sectional survey. Subjects: Stroke patients, informal caregivers, health-care professionals. Methods: The survey included personal characteristics, willingness to use eRehabilitation (yes/no) and barri-ers/facilitators influencing this willingness (4-point scale). Barriers/facilitators were merged into factors. The association between these factors and willingness to use eRehabilitation was assessed using logistic regression analyses. Results: Overall, 125 patients, 43 informal caregivers and 105 healthcare professionals participated in the study. Willingness to use eRehabilitation was positively influenced by perceived patient benefits (e.g. reduced travel time, increased motivation, better outcomes), among patients (odds ratio (OR) 2.68; 95% confidence interval (95% CI) 1.34–5.33), informal caregivers (OR 8.98; 95% CI 1.70–47.33) and healthcare professionals (OR 6.25; 95% CI 1.17–10.48). Insufficient knowledge decreased willingness to use eRehabilitation among pa-tients (OR 0.36, 95% CI 0.17–0.74). Limitations of the study include low response rates and possible response bias. Conclusion: Differences were found between patients/informal caregivers and healthcare professionals. Ho-wever, for both groups, perceived benefits of the use of eRehabilitation facilitated willingness to use eRehabili-tation. Further research is needed to determine the benefits of such programs, and inform all users about the potential benefits, and how to use eRehabilitation. Lay Abstract The use of digital eRehabilitation after stroke (e.g. in serious games, e-consultation and education) is increasing. However, the use of eRehabilitation in daily practice is limited. As a first step in increasing the use of eRehabilitation in stroke care, this study examined which factors influence the willingness of stroke patients, informal caregivers and healthcare professionals to use eRehabilitation. Beliefs about the benefits of eRehabilitation were found to have the largest positive impact on willingness to use eRehabilitation. These benefits included reduced travel time, increased adherence to therapy or motivation, and better health outcomes. The willingness to use eRehabilitation is limited by a lack of knowledge about how to use eRehabilitation.
MULTIFILE