Jongeren nemen een bijzondere positie in bij de ontwikkeling van stad en streek. Economische, sociale en ruimtelijke transformaties beïnvloeden de condities waarbinnen zij opgroeien en de mogelijkheden waarover zij beschikken om hun toekomst vorm te geven. Veranderingen in de economische structuur van een regio leiden tot veranderingen in de kennisinfrastructuur en in de aantrekkelijkheid van een gebied als woonoord en leefomgeving. Omgekeerd is de leefwereld van jongeren van invloed op de transformaties van een regio. Hun motivatie om iets van het leven te maken en hiervoor de benodigde competenties te verwerven vormt een belangrijke conditie voor economische en sociale vooruitgang. Hun gedrag in de openbare ruimte en hun bereidheid en competentie om een actieve bijdrage te leveren aan het maatschappelijke leven bepaalt mede de leefbaarheid voor andere inwoners van een regio. Werken aan duurzame stad- en streekontwikkeling betekent dat gunstige voorwaarden geschapen worden om de toekomst van jongeren te waarborgen. Een belangrijke conditie is dat jongeren goed voorbereid worden op die toekomst, dat ze competent gemaakt worden om zelf die toekomst in handen te nemen. In de oratie (uitgesproken d.d. 26-3-07) wordt beschreven wat competent worden in de huidige samenleving méér inhoudt dan de basiskwalificaties die het onderwijs verschaft (of zou moeten verschaffen). In het laatste gedeelte wordt beschreven hoe binnen het Kenniscentrum Duurzame Stad- en Streekontwikkeling (KDS) studenten competent gemaakt worden door hen te betrekken bij duurzame stad- en streekontwikkeling en tegelijkertijd gebruik te maken van hun jeugdcultureel kapitaal.
De Stichting Jeugdteam Zaanstad en de Huisartsenzorg Zaanstreek Waterland hebben, in nauwe samenwerking met de gemeente Zaanstad, de handen ineen geslagen en gezamenlijk besloten POH’s Jeugd en Gezin in te zetten in de gemeente. Op 1 januari 2023 is een pilotfase gestart met zeven huisartsenpraktijken en vijf POH’s Jeugd en Gezin. Dit onderzoek evalueert het eerste half jaar van deze implementatie en heeft twee onderzoeksvragen: 1) Wat zijn de ervaringen van huisartsen, POH’s Jeugd en Gezin en cliënten met het werken met/als een POH Jeugd en Gezin in de gemeente Zaanstad? En 2) Hoe is de implementatie van de POH Jeugd en Gezin in de gemeente Zaanstad verlopen? Er zijn 22 participanten geïnterviewd (vijf POH’s Jeugd en Gezin, vijf huisartsen, drie cliënten, en negen partners betrokken bij de implementatie). Uit de interviews blijkt dat de POH Jeugd en Gezin ervaren wordt als passende en toegankelijke zorg. Huisartsen en POH’s vinden de samenwerking over het algemeen prettig, maar zijn ook nog zoekende op welke manier ze goed contact met elkaar kunnen houden, voor welke vragen en problemen huisartsen kunnen doorsturen naar de POH Jeugd en Gezin, en wat de grenzen zijn van wat een POH Jeugd en Gezin kan. De implementatie werd tot nu toe positief beoordeeld, al werd ook erkend dat het nog te vroeg was om goed te kunnen beoordelen. Succesfactoren waren onder andere: het projectleiderschap; de tijdsinvestering in het ophalen van behoeftes en creëren van draagvlak; de goede onderlinge samenwerking; en dat de POH Jeugd en Gezin goed aansluit bij de visies van partners, bewegingen in de samenlevingen en oplossingen biedt voor bestaande problemen. Een belangrijke belemmerende factor was dat huisartsen veel werkdruk ervaren, zelfstandige ondernemers zijn (en dus zelf mogen besluiten of ze een POH Jeugd en Gezin willen) en er een gebrek was aan korte communicatielijnen met de huisartsen. Daarnaast waren de kosten voor de spreekkamer niet voor alle huisartsen kostendekkend, was er niet voor alle POH’s een geschikte spreekkamer en wensten sommige huisartsen en POH’s een gedeelde ICT infrastructuur.