Presentatie aan directeuren, Vereniging Hogescholen, HEO Sector 6 maart 2015.
DOCUMENT
Met Situatiegericht inzamelen de kledingafvalberg te lijf. Voor u ligt het adviesrapport, dat is ontstaan door het uitvoeren van onderzoek door studenten aan drie verschillende hogescholen in Nederland: Utrecht, Rotterdam en Zuyd. De uitkomsten van het onderzoek dat de studenten verrichtten, is met resultaten van eerdere onderzoeken vergeleken door onderzoekers van het lectoraat Procesinnovatie en Informatiesystemen aan de Hogeschool Utrecht. Hieruit is dit adviesrapport opgesteld. De resultaten uit de onderzoeken van de studenten en van al bestaande rapporten komen in dit verslag samen tot een advies aan de Vereniging Nederlandse Gemeenten. Hoewel voor dit resultaat met name een inspanningsverplichting gold, brengt het resultaat een belangrijke eerste inzicht en daarmee een boodschap aan de (Vereniging) Nederlandse Gemeenten. Het advies is slechts een richtlijn, omdat de resultaten voortgekomen zijn uit zeer beperkte casus-bestudering.
DOCUMENT
Uit het rapport: "Hogescholen verrichten praktijkgericht onderzoek. Dit onderzoek is gericht op het verhogen van de kwaliteit van de hbo-afgestudeerden, op het responsief houden van het onderwijs én op het innoveren van de beroepspraktijk. Hogescholen worden dan ook al geruime tijd betrokken bij het nationaal en regionaal beleid dat zich richt op de maatschappelijke waardecreatie vanuit kennis ofwel valorisatie. Zo zijn zij sinds het ontstaan actief betrokken bij het Valorisatieprogramma (2010) en wordt in het Hoofdlijnenakkoord (2011) gesproken over het ontwikkelen van een eigen set valorisatieindicatoren voor hogescholen. De brief ‘Wetenschap met Impact’ van staatssecretaris Dekker van 19 januari 2017 richt zich echter voornamelijk op de universiteiten. Dit is mede aanleiding voor de Vereniging Hogescholen om een eigen visie te ontwikkelen op de maatschappelijke waardecreatie vanuit kennis in het hbo en hier uitwerking aan te geven. Daarvoor is een Ad hoc commissie opgericht bestaande uit bestuurders en lectoren. In dit rapport presenteren zij hun visie en de uitwerking daarvan."
DOCUMENT
Rapport, geschreven in opdracht van de Commissie Internationaal van de Nederlandse Vereniging van Maatschappelijk Werkers (NVMW). Het rapport beoogt door middel van onderzoek een bijdrage te leveren aan de uitvoering van het plan van de NVMW om haar internationale activiteiten te revitaliseren. Het onderzoek “Internationalisering van de Nederlandse Vereniging van Maatschappelijk Werkers” is een onderdeel van het gelijknamige project, dat in 2004 is geïnitieerd door de Commissie Internationaal van de NVMW. De commissie gaf opdracht tot het verrichten van onderzoek, dat antwoord moest geven op de vraag: Wat zijn voor de beroepsvereniging en de maatschappelijk werkers die ze vertegenwoordigt de mogelijkheden om zich te internationaliseren? Het onderzoek is opgezet vanuit drie uitgangspunten. 1. Ten eerste wordt ervan uitgegaan, dat internationalisering van het maatschappelijk werk implicaties heeft voor het beroepsprofiel van het maatschappelijk werk. 2. Verder wordt uitgegaan van de veronderstelling, dat netwerkvorming de beste strategie is voor internationalisering van het maatschappelijk werk. 3. Tenslotte wordt aangenomen dat internationalisering begint in en vanuit de micro-omgeving van het organisatienetwerk van de vereniging. 1. Door middel van deskresearch en interviews met experts is kwalitatief onderzoek verricht naar de internationale ontwikkeling van het beroep. Het domein van maatschappelijk werk wordt in verschillende landen verschillend bepaald. Het Nederlandse maatschappelijk werk is een deelverzameling van wat in veel landen “social work” heet, een brede professie die min of meer alles omvat wat in Nederland valt onder het beroependomein van het sociaal agogisch werk. In internationale verhoudingen zal het Nederlandse maatschappelijk werk zich tot deze brede definitie van de professie moeten verhouden. 2. Er is ook kwalitatief onderzoek verricht naar internationale netwerkvorming als strategie voor de internationalisering van de NVMW. Het voorstel is gedaan om internationale uitwisseling tussen maatschappelijk werkers te ondersteunen, zowel in het binnenlands als in het buitenlands netwerk van de vereniging, zowel langs de gouvernementele als de niet-gouvernementele weg. Dit is verder uitgewerkt in vijf thema’s, die verschillende aspecten van internationale uitwisseling belichten: academiesering van het maatschappelijk werk, euregionale samenwerking tussen hogescholen, Europees sociaal beleid, grensoverschrijdende hulp en internationalisering van de website. 3. Tenslotte is kwantitatief onderzoek gedaan onder de leden van de vereniging waarbij hun mening over de internationalisering van de NVMW is gepeild. Uit de resultaten komt het volgende beeld naar voren. Ruim een derde van de leden die hebben gereageerd heeft een beroepspraktijk met een internationale context. Meer dan de helft daarvan heeft door directe ervaring of opleiding met internationale aspecten van het beroep te maken gehad. De meeste leden willen dat de NVMW internationaal actief is. Velen willen daar zelf actief aan deelnemen. Niet iedereen vindt het belangrijk om zelf internationale ervaring op te doen, wel om kennis te verwerven.
DOCUMENT
Slotinterview. Regieorgaan SIA en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) hebben de ambitie om de samenwerking tussen gemeenten en hogescholen structureler van aard te maken, onder meer op de thema’s leefbaarheid en veiligheid. Hoe willen zij daar met elkaar komen? En welke barrières moeten nog doorbroken worden? Katja Rusinovic, lector Grootstedelijke Ontwikkelingen (De Haagse Hogeschool), en Ben Kokkeler, lector Digitalisering en Veiligheid (Avans Hogeschool), interviewden hierover Leonard Geluk, directeur van de VNG, en Richard Slotman, directeur van SIA.
MULTIFILE
Projectrapport doel 6, Project Je Ogen Uitkijken. Het blijvend ontwikkelen van toetsbekwaamheid is belangrijk gebleken binnen het hoger beroepsonderwijs. De invoering van de BKE- en SKE-trajecten en het ontwikkelen van het Protocol Afstuderen zijn recente ontwikkelingen die deze ontwikkeling verder aanjagen. Hogescholen werken daarin veelvuldig samen en dat heeft zijn vruchten afgeworpen, onder andere in het netwerk toetsbekwaamheid. In het kader van het project Je Ogen Uitkijken zijn interviews afgenomen binnen de hogescholen van de kerngroepleden en het netwerk, met sleutelfiguren die inhoudelijk betrokken zijn bij de uitvoering van professionaliseringstrajecten voor toetsbekwamheid, om te onderzoeken hoe het proces van de implementatie van de kwaliteiten BKE en SKE en eventueel de tools, is ervaren. Het doel van dit onderzoek was om inzicht te krijgen in het proces en de ervaringen van de implementatie van de kwaliteiten. In dit rapport worden de resultaten daarvan beschreven.
DOCUMENT
Hoe bestrijden we energiearmoede die ontstaat in de private huursector? Hoe versterk je de cyberweerbaarheid van het mkb? En hoe kunnen we afgeschreven windmolens hergebruiken als nieuw bouwmateriaal? Het zijn slechts drie van de talloze voorbeelden van actueel praktijkgericht onderzoek aan hogescholen. Onderzoek dat direct is verbonden met grote maatschappelijke opgaven, bijvoorbeeld op het gebied van energie, klimaat, technologisering en kansengelijkheid. Voor die opgaven hebben we nieuwe kennis nodig die we snel kunnen omzetten in nieuwe producten en oplossingen. Het praktijkgericht onderzoek aan hogescholen is daarvoor een onmisbare schakel tussen fundamenteel onderzoek en onze samenleving.
MULTIFILE
In het najaar van 2015 heeft het bestuur van de Vereniging Hogescholen de werkgroep gevraagd advies uit te brengen over kwaliteitscriteria voor praktijkgericht onderzoek en het lectoraat.
DOCUMENT
De onafhankelijke commissie ‘positionering hoger beroepsonderwijs’ heeft het rapport ‘Focus op professie’ aangeboden aan het bestuur van de Vereniging Hogescholen. Het rapport vormt belangrijke input voor de standpuntbepaling van de Vereniging Hogescholen ten aanzien van de toekomst van het hoger beroepsonderwijs, mede in het licht van de toekomstverkenning van het hoger onderwijs die minister Dijkgraaf van OCW in gang heeft gezet.
LINK
In januari 2019 is het project “Je Ogen Uitkijken” van start gegaan. Dit project wordt uitgevoerd in opdracht van de Vereniging Hogescholen en gefinancierd door de Vereniging Hogescholen en het Ministerie van OCW. Het project “Je Ogen Uitkijken” is een vervolg op Vreemde ogen dwingen (2012) en Zienderogen vooruit (2017), met als doel het versterken van de toetskwaliteit in het hbo. Het doel van het project “Je Ogen Uitkijken” is het ondersteunen en professionaliseren van hogescholen rondom de inrichting van BKE/SKE en het gebruik van Protocol Afstuderen 2.0. Het project kent daarmee twee onderdelen (BKE/SKE en Protocol Afstuderen) die ook weer nauw met elkaar verbonden zijn. Als eerste fase van dit project is een verkenning uitgevoerd onder de hogescholen in Nederland naar de huidige implementatie van Protocol Afstuderen (Beoordelen is Mensenwerk 2.0; Andriessen et al., 2017). In deze beknopte rapportage bespreken we de werkwijze van de verkenning, de resultaten en de implicaties voor het verdere project Je Ogen Uitkijken.
DOCUMENT