Vlaanderen voert sinds meer dan vier decennia een autonoom sportbeleid. Dit heeft een impact op hoe het Vlaamse sportlandschap gestructureerd is. In het voorliggende werk staan de organisatie en de planning van de sport en het sportbeleid in Vlaanderen centraal. De krijtlijnen van het speelveld bestaat uit twee delen. In het eerste deel wordt een beeld gegeven van de beleidsruimte. Hier worden eerst ontwikkelingen geschetst inzake sportparticipatie, sportaanbod, sporttewerkstelling, alsook de economische betekenis van sport in Vlaanderen. Vervolgens wordt ingegaan op de organisatie van de sport, met name de omgeving van de sport en de sportsector zelf. Heel wat (sport)actoren en hun onderlinge relaties passeren daarbij de revue. Het tweede deel focust op de beleidsontwikkeling. We beschrijven de evolutie van het sportbeleid in Vlaanderen, het beleidsproces alsook het instrumentarium dat gehanteerd wordt om tot besluitvorming, en beleidsvoering in het algemeen, te komen. Dit boek richt zich tot studenten die inzicht wensen te verwerven in hoe sport(beleid) in Vlaanderen georganiseerd is. Ook beleidsmakers, sportmanagers en andere professionals die interesse hebben voor sport bieden we met dit werk een handig overzicht en interessant naslagwerk. Er wordt in dit boek dan ook de nodige zorg besteed aan figuren waarin concepten en modellen schematisch worden weergegeven
Versterken symbiose tussen Vlaanderen en Nederland in de regio tussen Turnhout en Tilburg door het verzilveren van het duurzaam toeristisch potentieel. Het beter ontsluiten en verbinden van activiteiten en nieuwe belevenissen voor verschillende doelgroepen: bezoekers, bewoners, ondernemers, jongeren, senioren, gezinnen.Collaborative partnersAPB Toerisme Provincie Antwerpen, Gemeente Alphen-Chaam, Gemeente Arendonk, Gemeente Baarle-Hertog, Gemeente Baarle-Nassau, Gemeente Goirle, Gemeente Merksplas, Gemeente Ravels, Gemeente Tilburg, Stad Hoogstraten, Stad Turnhout, Thomas More Mechelen-Antwerpen.
Toerisme Vlaanderen is bezig met de ontwikkeling van een meetkader om de nieuwe strategische visie omtrent toerisme te ondersteunen. Hierbij zou de carbon footprint van inkomend toerisme een indicator moeten zijn. Er is op dit moment geen carbon footprint berekening van toerisme in of naar Vlaanderen beschikbaar. Toerisme Vlaanderen beschikt wel over voldoende data over het inkomend toerisme, maar niet over voldoende kennis m.b.t. het berekenen van carbon footprints en heeft daarom het CSTT benaderd. Gelijkenissen met Nederlandse data zijn groot, maar er moet een nieuwe “syntax” moeten worden ontwikkeld, om de data over inkomend toerisme naar carbon footprint gegevens te vertalen en in heldere tabellen om te zetten. Deze tabellen zullen geanalyseerd worden, waarna een rapportage kan worden geschreven. Het gaat hier om een nulmeting die in de toekomst relatief eenvoudig herhaald kan worden.Het eindproduct is een gedetailleerde rapportage over de carbon footprint van inkomend toerisme naar Vlaanderen over 2019.
Afasie is een ingrijpend gevolg van een beroerte. Iemand met afasie kan niet meer zeggen wat hij wil of bedoelt, en heeft ook vaak moeite met het begrijpen van wat iemand anders zegt. Dit heeft een grote impact op het dagelijks leven van de persoon zelf en zijn naasten. Het onvermogen te spreken leidt tot arbeidsongeschiktheid, vereenzaming en depressie. Het levert ook ingewikkelde situaties op in de communicatie met zorgprofessionals. Personen met een afasie (PMA) hebben door miscommunicatie een verhoogde kans op het ontvangen van ongepaste of inadequate zorg; dit leidt zelfs tot een verhoogde kans op overlijden. Zorgprofessionals geven aan dat zij onzeker zijn over de communicatie met de PMA, en dat zij zich onvoldoende vaardigheden hebben om vertrouwelijk en effectieve communicatie mogelijk te maken. Betrokkenheid van de patiënt staat centraal in huidige visies omtrent gezondheidszorg (Kaljouw & van Vliet, 2015) en Evidence-based Medicine, maar er wordt nauwelijks aandacht besteed aan hoe deze communicatie vormgegeven kan worden, zeker wanneer de patiënt een communicatiestoornis heeft. Internationaal onderzoek laat zien dat communicatie tussen zorgprofessional, PMA en naasten kan worden verbeterd, wanneer gesprekspartners van PMA getraind zijn. In Nederland wordt deze communicatietraining nog niet toegepast. De eerste pilotstudie lijkt veelbelovend, en heeft geleid tot dit projectvoorstel waarin de interventie ‘CommuniCare’ ontwikkeld, toegepast en geëvalueerd in een groot aantal CVA zorginstellingen. De doelstelling van het consortium is om communicatie tussen PMA, zorgprofessional en naasten te verbeteren. Na afronding van dit project, is de geprotocolleerde en op effectiviteit getoetste interventie CommuniCare klaar om landelijk uitgerold te worden, op basis van een implementatieplan met aanbevelingen voor adaptieve strategieën voor succesvolle implementatie in de CVA-zorg.