Goede, ondernemende zorgprofessionals in de ouderenzorg vertrekken regelmatig uit organisaties om te starten als ZZP’er. Om deze ondernemende zorgprofessionals te behouden is geëxperimenteerd met het concept Ondernemend Werknemerschap. Ondernemend Werknemerschap is de arbeidsrelatie die de Ondernemende Werknemer heeft met de werkgever, waarbij de werkgever ruimte biedt aan de Ondernemende Werknemer om zelf invulling te geven aan kansen die deze ziet in de externe omgeving en autonoom mag handelen op het terrein van arbeidsinhoud, binnen de kaders van de overkoepelende organisatiedoelen. Het onderzoek bestaat uit een interviewstudie onder 17 experts naar Ondernemend Werknemerschap en twee uitgebreide casestudies in de Ouderenzorg. De algemene conclusie die getrokken kan worden is dat Ondernemend Werknemerschap voor medewerkers en cliënten leidt tot een betere kwaliteit van leven en werken.
DOCUMENT
De publicatie ‘De kracht van verbinding: Loopbaanthematieken in het licht van veranderende beroepsbeelden” is modulair opgebouwd. Iedere module behandelt een stukje van de thematiek, waarbij steeds vanuit een ander perspectief wordt gekeken: vanuit kiezende jongeren, vanuit de veranderingen die plaatsvinden in de maatschappij en die ons werk beïnvloeden, vanuit de Nederlandse arbeidsmarkt, vanuit onderwijsorganisaties en vanuit arbeidsorganisaties.
DOCUMENT
Het aantrekken en behouden van de juiste mensen voor de organisatie, vereist het zijn en blijven van een aantrekkelijk werkgever. Experimenteren met nieuwe en andere vormen van arbeidsrelaties kan daarvoor een juist middel zijn.
DOCUMENT
Purpose: Employer branding (EB) has become a powerful tool for organizations to attract employees. Recruitment communication ideally reveals the image that companies want to portray to potential employees to attract talents with the right skills and competences for the organization. This study explores the impact of EB on employer attractiveness by testing how pre-existing employee preferences interact with EB and how this interaction affects employer attractiveness. Design/methodology/approach: A quasi-experiment among 289 final-year students was used to test the relationships between EB, perceived employer image, person-organization (P-O) fit and employer attractiveness, and the potential moderating variables of pre-existing preferences, in this case operationalized as locational preferences. Students are randomly assigned to four vacancies: one with and one without EB cues in two different locations: Groningen and Amsterdam. The authors used standard scales for attractiveness, perceptions of an employer and person-organization fit. The authors test the relationships using a regression analysis. Findings: Results suggest that if respondents have previous predispositions, then their preference can be enhanced using an EB-targeted strategy. Based on these results, the authors can conclude that EB and related practices can be successful avenues for organizations in the war for talent, particularly if they reaffirm previous preferences of potential employees. Originality/value: The research is original in the way it provides empirical evidence on the relationship between EB and attractiveness, particularly when previous employee preferences exist. This is of value to employers using EB as a tool to influence employer attractiveness.
DOCUMENT
In onderwijs- en arbeidsorganisaties bestaan grote problemen op het gebied van loopbaanontwikkeling. Veel scholieren en studenten vallen uit of switchen vroeg of vaak van opleiding. Veel arbeidsrelaties zijn voor werknemer of werkgever onbevredigend, maar duren toch voort. Uit onderzoek blijkt dat goede loopbaanbegeleiding helpt om dergelijke problemen te voorkomen of op te lossen. Hoewel hiermee in materiële en immateriële zin veel te verdienen valt, is goede loopbaanbegeleiding zeldzaam. Hoe komt dit? Er zijn de laatste jaren in het beroepsonderwijs grote investeringen in studieloopbaanbegeleiding gedaan. Waarom leveren deze inspanningen niet meer op? Waarom wordt in arbeidsorganisaties niet meer aan loopbaanbegeleiding gedaan? Hoe kan het beter? Dit zijn enkele van de vragen die in deze oratie aan de orde komen. Voor een deel wordt de stagnatie verklaard door de versnippering van het vakgebied. Daarnaast speelt het voortbestaan van hardnekkige, inadequate, maar dominante beelden een rol, zoals het beeld van 'de goede keuze', die het individu moet maken door informatie te verzamelen en na te denken. Wat is daar misleidend aan? Wat zijn de consequenties? Hoe kunnen we dit beeld bijstellen? Onder meer de risico's van reflectie komen aan de orde.
DOCUMENT
Een whitepaper over de rol van banken kan verschillende doelen hebben. Met dit paper willen we oplossingen bieden voor uitdagingen in het bankwezen. We willen helpen om de kennis, geloofwaardigheid en innovatie binnen het bankwezen te vergroten zodat het kan bijdragen aan het oplossen van maatschappelijke problemen. Dit whitepaper is een werkdocument waarmee we een eerste stap willen zetten.
DOCUMENT
Deze rapportage bevat een analyse van het maatschappelijk debat over de terreinen onderwijs, cultuur, wetenschap en media. De analyses zijn in de periode 2010-2015 gemaakt. De analyses van het maatschappelijk debat zijn bedoeld om het beleid beter te doen aansluiten bij de maatschappelijke vraag. De analyse van het media-debat is van de hand van Andra Leurdijk en Saskia Welchen.
DOCUMENT
Het onderwijs aan de hogescholen is van oudsher vooral georiënteerd op de eisen die de professionele beroepspraktijk stelt. De entree van de lectoraten binnen het HBO in 2001 om de kennisfunctie van de hogescholen een extra impuls te geven, heeft aan deze oriëntatie niets veranderd1. ‘Professionalisering’ was kort gezegd de opdracht die de lectoren meekregen. Die professionalisering hield in het versterken van de externe oriëntatie binnen het hbo, de vernieuwing van het curriculum, de professionalisering van docenten en de versterking van de kenniscirculatie en kennisontwikkeling. Dit alles echter met in het achterhoofd de beroepspraktijk.
DOCUMENT
Elk dorp en elke stad heeft een kloppend hart nodig. Een plaats om te ontmoeten, te ontspannen en om geld uit te geven. Het is het visitekaartje, maar ook een belangrijke werkgever. Die economische functie staat de laatste jaren onder druk. Winkelketens gaan failliet, panden staan leeg, straten worden getekend door verloedering en leegstand. Wat heeft de binnenstad nodig om te bloeien? Dat stond centraal in het onderzoeksproject De Ondernemende Binnenstad. In deze publicatie staat de vraag centraal welke meerwaarde een op samenwerking van publieke en private stakeholders gerichte centrumorganisatie kan opleveren. Aan de hand van vijf deelthema's - de factor mens , organisatiekracht, onderscheidingskracht, betaalbaarheid en vitaliteit - wordt verkend hoe deze samenwerking eruit zou kunnen zien en welke eisen moeten worden gesteld aan centrummanagers en andere professionals die werkzaam zijn in een 'Ondernemende Binnenstad’.
DOCUMENT