Compared to macroeconomic factors, the financial situation of the individual may provide better insight into the relationship between debt and crime. However, the relationship between debt and crime is still unclear and little is known about the causality of this relationship and the factors that influence it. To obtain more insight into this relationship, a systematic and scoping literature review was conducted. Five articles were analyzed in the systematic review, and 24 articles in the scoping review. The results of the systematic review show a strong association between debt and crime whereby debt is a risk factor for crime, especially for recidivism and regardless of the type of crime, and crime is a risk factor for debt. The scoping review provided additional and in-depth insight, and placed the results of the systematic review in a broader perspective. Moreover, it emphasized the prevalence of debt among offenders, regardless of age, and identified the factors that influence the relationship between debt and crime.
Antenne Nederland 2022-2023 schetst een actueel beeld van risicojongeren en hun middelengebruik, verteld door (ambulant) jongeren- en straathoekwerkers. Vanaf de frontlinies van het sociale domein vertellen ze over de huidige leefwerelden van minderjarige jongeren en jongvolwassenen in vinexwijken en arme volksbuurten, in dun- en dichtbevolkte delen van het land én over plekken waar ze elkaar treffen en soms ook alcohol en drugs gebruiken: van keet tot voetbaltribune, van de straat tot clubs en raves. De regiomonitor ondersteunt professionals en beleidsmakers in het sociale- en veiligheidsdomein bij het begrijpen en duiden van alcohol- en drugsgebruik in risicogroepen die beginnen te experimenteren of al fors gebruiken, met alle gezondheidsrisico’s van dien.
MULTIFILE
Although studies point to a relationship between debt and crime, there is a limited understanding of their reciprocal relationship and possible mediating risk factors. Moreover, knowledge about the prevalence and scope of debt among offenders is lacking. Therefore, the present study analyzed 250 client files including risk assessment data from the Dutch probation service on the prevalence of debt and possibly related risk factors. The results show that debt is highly prevalent and complex, which underlines the importance of acquiring more knowledge about debt as a potential risk factor for relapse during supervision. It was found that problems with regard to childhood and living situation, education and work/daytime activities, and mental and physical health may be possible underlying risk factors in the relationship between debt and crime. These insights can help professionals adequately support clients with regard to debt in order to prevent recidivism
MULTIFILE
Aanleiding Sinds de intrede van Amendement 80 in de nieuwe Jeugdwet zijn de gemeenten wettelijk verplicht om uithuisgeplaatste jongeren onder te brengen in een pleeggezin of gezinshuis. Opvang in een leefgroep mag alleen nog onder strikte voorwaarden. Bij langdurige uithuisplaatsing én meervoudige gedragsproblematiek van het kind heeft een gezinshuis daarom steeds vaker de voorkeur. Gezinshuizen zijn kleinschalige woonvormen waar één of meerdere kinderen/jongvolwassenen worden opgenomen in het eigen gezin van de ‘gezinshuisouder’, een hiervoor opgeleide professional. Een belangrijk oogmerk van een gezinshuis is dat een kind er langdurig en veilig kan opgroeien (‘permanency’). Praktijkprobleem Echter, vooral bij adolescenten komt vroegtijdige en ongeplande uitplaatsing (‘breakdown’) relatief vaak voor – vaak met als directe aanleiding escalerend probleemgedrag. Breakdown is altijd schadelijk voor alle partijen (vooral voor de jongere zelf). 65% van de gezinshuisouders heeft een dergelijke situatie meegemaakt. Eén van de oorzaken van breakdown is dat biologische ouders de plaatsing in het gezinshuis niet goed kunnen accepteren. Hierdoor kan de jongere een loyaliteitsconflict krijgen, wat zich kan uiten in escalerend probleemgedrag. Om de acceptatie door biologische ouders van de plaatsing te bevorderen, heeft een gezinshuisouder de professionele taak om samen te werken met de biologische ouders. Hoewel gezinshuisouders deze taak erkennen en zich hiervoor inspannen, geven zij in (voor)onderzoek aan dat zij dit als complex ervaren en meer ondersteuning in vaardigheden en kennis wensen. Doelstelling Dit consortium wil daarom onderzoek doen naar constructieve samenwerking tussen gezinshuisouders en biologische ouders rond de zorg en opvoeding van een uithuisgeplaatste jongere. Met dit onderzoek worden ondersteunende richtlijnen ontwikkeld voor gezinshuisouders, die eraan moeten bijdragen dat de samenwerking met biologische ouders verbetert. Het uiteindelijke doel is dat het aantal breakdowns van plaatsingen van jongeren in gezinshuizen in de toekomst zal afnemen.