Transitions in health care and the increasing pace at which technological innovations emerge, have led to new professional approach at the crossroads of health care and technology. In order to adequately deal with these transition processes and challenges before future professionals access the labour market, Fontys University of Applied Sciences is in a transition to combining education with interdisciplinary practice-based research. Fontys UAS is launching a new centre of expertise in Health Care and Technology, which is a new approach compared to existing educational structures. The new centre is presented as an example of how new initiatives in the field of education and research at the intersection of care and technology can be shaped.
Background Interprofessional education is promoted as a means of enhancing future collaborative practice in healthcare. We developed a learning activity in which undergraduate medical, nursing and allied healthcare students practice interprofessional collaboration during a student-led interprofessional team meeting. Design and delivery During their clinical rotation at a family physician’s practice, each medical student visits a frail elderly patient and prepares a care plan for the patient. At a student-led interprofessional team meeting, medical, nursing and allied healthcare students jointly review these care plans. Subsequently, participating students reflect on their interprofessional collaboration during the team meeting, both collectively and individually. Every 4 weeks, six interprofessional team meetings take place. Each team comprises 9–10 students from various healthcare professions, and meets once. To date an average of 360 medical and 360 nursing and allied healthcare students have participated in this course annually. Evaluation Students mostly reported positive experiences, including the opportunity to learn with, from and about other healthcare professions in the course of jointly reviewing care plans, and feeling collectively responsible for the care of the patients involved. Additionally, students reported a better understanding of the contextual factors at hand. The variety of patient cases, diversity of participating health professions, and the course material need improvement. Conclusion Students from participating institutions confirmed that attending a student-led interprofessional team meeting had enabled them to learn with, from and about other health professions in an active role. The use of real-life cases and the educational design contributed to the positive outcome of this interprofessional learning activity.
Purpose: Interprofessional collaboration and adaptation of e-health are necessary to implement innovative exercise and nutrition interventions in health practice. The aims of this qualitative study were 1) determine the relevant factors related to successful interprofessional collaboration, and 2) determine the relevant factors for implementation and susceptibility of our blended interventions in older adults, by allied health professionals in the Amsterdam metropolitan region.Methods: This explorative qualitative study was the next step in implementation, subsequent to the VITAMIN RCT. In total 45 physiotherapy and 27 dietician practices were selected for recruitment. We combined fourteen semistructuredinterviews with dieticians with two focus-groups of mixed exercise- and physiotherapists. After each focus-group and interview the two researchers evaluated and discussed the statements, factors and common believes in relation to the research questions. Transcripts were analyzed with MAXQDA software, and open, axial and selective coding was adapted by two independent researchers. A third researcher was available if consensus could not be reached.Results: In current practice interprofessional collaboration is not common, mainly due to lacking knowledge about the other profession. Location is a facilitator, as well is previous experience. External factors as higher financialcompensation to implement interprofessional work meetings were defined as possible facilitator to collaboration. The professionals defined a shared electronic patient database as necessity to interprofessional collaboration,especially due to the privacy regulations. Main encouraging factors related to blended interventions were timesaving consults, ability to reach immobile older adults, and cost saving healthcare. Main barrier was lacking e-health literacyof older adults.Conclusions: This study shows that the exercise and nutrition professionals have a positive attitude towards future implementation of these types of blended and combined interventions for older adults. Furthermore, interprofessional collaboration is a point of attention in our regional allied healthcare system. Several external factors related to implementation, like financial compensation, make the adaptation of combined interventions with e-health for older adults challenging.
Het is essentieel dat cliënten na een opname in een ziekenhuis of revalidatiecentrum blijven werken aan een actieve leefstijl die bijdraagt aan preventie, participatie en kwaliteit van leven. Hoewel gezondheid en gedrag primair de verantwoordelijkheid is van mensen zelf, is niet iedereen in staat na thuiskomst het geleerde zelfstandig voort te zetten. Na een opname wordt de transitie naar de thuissituatie door patiënten als moeilijk ervaren, soms met achteruitgang en heropnames als gevolg. Zorgprofessionals herkennen dit ook en willen de transitie naar huis beter vormgeven. De centrale vraag die Hogeschool Leiden (Lectoraat Eigen Regie bij Fysiotherapie en Beweegzorg), Haagse Hogeschool (Lectoraat Revalidatie en Technologie), Hanze Hogeschool (Lectoraat Healthy Ageing, Allied Health & Nursing Care), zorginstellingen Basalt (revalidatiecentrum) en Nij Smellinghe (ziekenhuis) en fysiotherapiepraktijken Medifit en Havenfysio (MKB-bedrijf) willen beantwoorden is: WAT is, gezien vanuit het perspectief van de ervaringsdeskundige cliënt, bepalend voor het fysiek actief blijven en integreren van duurzaam beweeggedrag in de eigen thuissituatie tot 1 jaar na transitie vanuit de intramurale zorg. Vanuit positieve gezondheid wordt breed onderzocht hoe mensen de fysieke, sociale en emotionele uitdagingen in relatie tot fysieke activiteit hebben benaderd en ervaren in hun thuissituatie na intramurale zorgopname. Cliënten wordt gevraagd naar hun meest waardevolle en frustrerende ervaringen en activiteiten met betrekking tot fysiek actief blijven in de eerste 3 tot 12 maanden na thuiskomst. Door het gebruik van storytelling worden de ervaringsdeskundigheid en dieperliggende motivaties van cliënten centraal gesteld binnen hun persoonlijke thuissituatie. We brengen vervolgens beïnvloedbare factoren van fysieke activiteit in de thuissituatie van mensen in kaart vanuit de perspectieven positieve gezondheid, eigen regie en gedrag. Op basis van de bevindingen wordt in co-creatie een innovatieve interventie agenda opgeleverd over hoe de betrokken partners fysieke activiteit in de thuissituatie kunnen ondersteunen en hoe de samenwerking in de zorgketen beter georganiseerd kan worden.
Ouderen hebben bij een stijgende leeftijd een grotere kans op frailty (kwetsbaarheid), een toestand van verminderde reservecapaciteit die ontstaat door afname van fysieke, psychologische en sociale capaciteit. Een relatief kleine aandoening of gebeurtenis kan een sterke achteruitgang in functioneren en zorgafhankelijkheid veroorzaken, waardoor ernstige complicaties kunnen ontstaan, zoals valincidenten, ziekenhuisopname en vroegtijdig overlijden. Het is daarom van belang dat (toekomstige) zorgverleners vroegtijdig en adequaat ingrijpen om frailty te voorkomen/verminderen. Dit project is ingebed in het Centre of Expertise Healthy Ageing (speerpunt FRAILTY), het Lectoraat Healthy Ageing, Allied Health Care and Nursing (LAHC) en het SPRONG-onderzoeksprogramma FAITH, welke focust op frailty. Praktijkpartners maken structureel onderdeel uit van FAITH en van het lectoraat. Het onderzoek sluit aan bij bestaande innovatie-/kenniswerkplaatsen waarin onderwijs, onderzoek en praktijk al samenwerken. Op dit moment worden o.a. de behoeften van werkveldpartners geïnventariseerd door een student aan de hand van interviews. Er zijn veel instrumenten voorhanden om de frailty status van een cliënt te bepalen. Echter deze worden in de praktijk vaak niet gebruikt. De (toekomstige) professional beoordeelt frailty soms helemaal niet of alleen globaal op eigen oordeel. Het gevolg hiervan is dat de cliënt niet optimaal behandeld wordt met alle medische en economische (kosten) gevolgen van dien. Het doel van dit project is om: • Het professioneel handelen te versterken door het concept frailty toepasbaar te maken voor de zorgpraktijk en het zorgonderwijs • Toepasbare assessmenttools te ontwikkelen waarmee frailty beoordeeld kan worden en leidend kunnen zijn in de keuze voor interventies en dit te implementeren in het onderwijs • Te analyseren wat de kostenbesparing is voor de gezondheidszorg als de professional het bruikbare meetinstrument of set instrumenten tijdig en optimaal inzet vergeleken met de huidige situatie waarin dit niet gebeurt (zoals boven beschreven). Bedoeling is om de postdoc-positie na 2 jaar te continueren en structureel te maken.