Jaarlijks worden 175 baby’s geboren met een klompvoet. Na een aantal behandelingen kunnen zij vaak goed mee. Maar sommige kinderen hebben de pech dat de voet opnieuw vergroeit. Wat zijn daarvoor de eerste aanwijzingen en kun je op het schoolplein al zien bij wie het misgaat?
Veel kinderen hebben al gaatjes voordat ze voor het eerst naar de tandarts gaan. Hoewel mondzorg verzekerd is voor kinderen, maken veel ouders hier geen gebruik van. Kan een mondzorgcoach op het consultatiebureau problemen helpen voorkomen?Doel We onderzoeken of een mondzorgcoach op het consultatiebureau kan helpen om mondproblemen zoals gaatjes bij peuters te voorkomen. De coach onderzoekt baby's en peuters tijdens hun bezoek aan het consultatiebureau en neemt preventieve maatregelen wanneer nodig. We willen weten of het haalbaar is om mondzorgcoaches op deze manier in te zetten en of de kosten opwegen tegen de opbrengsten. Resultaten Voor de Gezonde Peutermonden interventie zijn protocollen, patiëntenkaarten en een gebitsgroeiboekje ontwikkeld. De eindmetingen van het effectonderzoek zijn in november 2022 afgerond. Naar verwachting is een publicatie over de effecten van het onderzoek in de tweede helft van 2023 gereed. Looptijd 01 april 2017 - 31 december 2020 Aanpak Dit onderzoek heeft de vorm van een klinische trial, waarbij we twee groepen kinderen en hun ouders volgen. De eerste groep wordt tijdens het bezoek aan het consultatiebureau behandeld door de mondzorgcoach. De tweede groep krijgt normale zorg van het consultatiebureau, zonder mondzorgcoach. Docenten Mondzorgkunde van de Hogeschool Utrecht en Hogeschool InHolland werken in dit project als mondzorgcoach bij verschillende consultatiebureaus.
Hoe verschillen baby’s van elkaar in hun grof motorische ontwikkeling? En welke omgevingsfactoren, zoals opleidingsniveau van de moeder, kunnen deze variatie verklaren? Onderzoek hiernaar levert inzichten voor het onderwijs en kinderfysiotherapeuten.Doel Met dit GODIVA-project willen we antwoord vinden op de volgende vraag: Welke, longitudinaal gemeten (iedere 2 maanden), grof motorische ontwikkelingstrajecten van gezonde Nederlandse jonge kinderen zijn te onderscheiden? Hierbij kijken we naar snelheid en volgorde van ontwikkeling. Daarnaast onderzoeken we welke omgevingsfactoren deze variatie (deels) kunnen verklaren. We hebben drie doelstellingen: Voor de praktijk: een videomethode ontwikkelen voor het testen en volgen van de grof motorische ontwikkelingen bij baby’s. Voor de praktijk: meer inzicht krijgen in de natuurlijke variatie in de grof motorische ontwikkeling tussen baby's. Deze kennis moet de kinderfysiotherapeut in de praktijk ondersteunen bij het klinisch redeneren. Voor het onderwijs: een beelddatabank opzetten met filmbeelden die de variatie in motorische ontwikkeling van baby’s laten zien. Deze databank kan worden ingezet bij het opleiden van studenten (kinder-)fysiotherapie en het betrouwbaar leren afnemen van de AIMS. De Alberta Infant Motor Scale (AIMS) is een methode die de grof motorische ontwikkeling meet vanaf geboorte tot het onafhankelijke lopen van een kind. Resultaten Dit onderzoek loopt nog. Na afronding vind je hier een samenvatting van de resultaten. Looptijd 01 januari 2016 - 01 september 2021 Aanpak De home video methode is ontwikkeld en getest. Op de projectsite is het instructiemateriaal in het Nederlands en Engels te vinden. Met behulp van de videomethode is de grof motorische ontwikkeling van ruim 100 baby's uit heel Nederland een jaar lang gevolgd. Daarbij hebben ouders een aantal vragenlijsten ingevuld, onder andere over hun ideeën en overtuigingen over de motorische ontwikkeling. In 2020-2021 beschrijven we de resultaten van deze studie.
Kinderfysiotherapeuten begeleiden baby's waarbij er zorgen zijn over de motorische ontwikkeling. Een goed ontwikkelde motoriek is belangrijk voor o.a. de cognitieve en de taalontwikkeling, en maakt het gemakkelijker om een fysiek actieve leefstijl te ontwikkelen die voorwaardelijk is voor een lang gezond leven. Interventies van kinderfysiotherapeuten bij baby’s met een bewegingsprobleem richten zich op het ondersteunen van ouders in een gelijkwaardige samenwerking. Kinderfysiotherapeuten zien daarbij een diversiteit in ideeën en overtuigingen die ouders hebben over ontwikkeling. Deze ideeën en overtuigingen, ook wel Parental Beliefs genoemd, vormen de basis van hun doen en laten in het zorgen voor hun baby (Parental Practices). Om een interventie goed te laten aansluiten bij het gezin, is het belangrijk dat kinderfysiotherapeuten zicht hebben op de Parental Beliefs. Kinderfysiotherapeuten ervaren echter belemmeringen om dit uit te vragen en werken hierin nu vaak intuïtief, omdat goede instrumenten ontbreken. In het project PEBBLES (ParEntal Beliefs concerning their Baby, Lifestyle and Experience Study) staat daarom de volgende onderzoeksvraag centraal: Hoe kunnen we samen met ouders en kinderfysiotherapeuten tools voor het in kaart brengen van Parental Beliefs & Practices ten aanzien van de motorische ontwikkeling van kinderen van 0-2 jaar ontwikkelen, die ingezet kunnen worden in de kinderfysiotherapeutische beroepspraktijk en in interventiestudies? In het PEBBLES-project ontwerpen we een toolbox om kinderfysiotherapeuten te ondersteunen bij het in kaart brengen van het denken en doen van ouders. In een iteratief proces ontwikkelen we dit samen met co-designers, Living Labs van zes MKB-kinderfysiotherapiepraktijken, ouders en onderzoekers. Een co-design-aanpak met aandacht voor de menselijke waarden borgt dat er tijdens het ontwerpproces voldoende aandacht is voor de impact van deze innovaties op de ouders en kinderfysiotherapeuten. Ook doen kinderfysiotherapeuten ervaring op met ontwerpprocessen en ontwikkelen daarbij ontwerpend vermogen.