Hoe bouwen we aan een samenleving waarin iedereen kan meedoen, tot zijn recht komt en zich veilig voelt? Hier doen de lectoraten praktijkgericht onderzoek van het Kenniscentrum Sociale Innovatie van Hogeschool Utrecht onderzoek naar, met en voor (aankomend) sociale professionals in het brede sociaal domein. Onze missie is om samen met partners uit praktijk, onderwijs en beleid bij te dragen aan ‘beter samen leven’ en het verkleinen van sociale ongelijkheid. Dit doen wij door praktijkgericht onderzoek, ontwikkeling en agendering van actuele maatschappelijke en sociale vraagstukken op het vlak van participatie, welzijn, zorg en ondersteuning, jeugdhulp, werk en inkomen, schuldenproblematiek, dak- en thuisloosheid, toegang tot recht, reclassering, sociale veiligheid, en deelname aan onderwijs, sport en cultuur.
De overheid stimuleert bewoners met een licht verstandelijke beperking (LVB) zelfstandig te wonen in de wijk en hun sociale contacten en lichte ondersteuning vooral te vinden in de ‘sociale basis’. Wij, onderzoekers Stedelijk Sociaal Werk (Hogeschool van Amsterdam), onderzochten hoe dit in de praktijk verloopt, in het bijzonder bij ontmoetingsactiviteiten.
LINK
Uit de Vijfde Landelijke Groeistudie is gebleken dat jonge kinderen nog steeds dikker worden (Schönbeck et al., 2011; Van Dommelen, Schönbeck, Van Buuren, & HiraSing, 2014). Overgewicht en obesitas nemen inmiddels schrikbarende waarden aan. Minder eten en meer bewegen zijn de simpele remedies, maar gedragsverandering is moeilijk te bewerkstellingen. Dit door KIEM gelden van NWO gefinancierde voorstel behelst een inventarisatie van de mogelijkheden om met een geïnstrumenteerd vest waarmee de veranderende lichaamsdimensies van de scholier eenvoudig te bepalen tijdens de lessen lichamelijke oefening. De docent krijgt op deze manier goede informatie over de puberteitstoestand van de scholier en kan op basis hiervan in het kader van het Athletic Skills Model (ASM: Wormhoudt, Teunissen,& Savelsbergh, 2012) de oefenstof optimaal afstemmen op de scholier. Het ASM is een talentontwikkelingsmodel voor zowel de breedte- als de topsport. Het ASM heeft als speerpunt het ontwikkelen van het atletisch vermogen met aandacht voor welzijn, gezondheid en prestaties. Het kent een holistische visie over bewegen, onderbouwd door praktische- en wetenschappelijke kennis. Bewegen wordt gezien als basis voor een betere gezondheid en daarmee als basis voor een betere sportieve prestatie. Gezondheidsaspecten vinden we terug bij hedendaagse lifestyle problematiek als obesitas, diabetes maar ook blessures. Blessures doordat de huidige generatie kinderen minder basisvaardigheden ontwikkelt, veroorzaakt door meerdere factoren. Voor de prestatieve kanten binnen de talentontwikkeling is het natuurlijk ook van belang dat de kansen op blessures verkleinen. Voor de specifieke groeispurt fase van jongens en meisjes heeft het ASM in zijn programma’s veel aandacht. Het te ontwikkelen vest c.q. meetinstrument zal het inzetten als het verloop van de groeispurt op een eenvoudige en frequente manier kunnen meten (wekelijks) waardoor doormiddel van ASM programma’s de kans op blessures en overtraining voorkomen kunnen gaan worden.
Het doel van het project is het ontwerpen en evalueren van een voorleesrobot die meertalige kleuters in het basisonderwijs in hun thuistaal kan ondersteunen en ingezet kan worden voor programmeeronderwijs voor oudere kinderen. Het gebruik van thuistalen in het onderwijs is belangrijk voor de (taal)ontwikkeling van meertalige kinderen, maar blijkt vaak lastig voor leerkrachten als zij deze talen niet spreken. Een robot kan eenvoudig geprogrammeerd worden om in allerlei talen voor te lezen, waardoor leerkrachten de robot kunnen inzetten om meertalige kinderen in hun thuistaal extra ondersteuning te bieden. Robots zijn bij uitstek een geschikte vorm van technologie voor voorlezen, vanwege hun fysieke en sociale aanwezigheid en de mogelijkheid tot het maken van spraakondersteunende gebaren. De robot wordt in dit project op verschillende manieren ingezet: enerzijds als co-voorlezer naast de leerkracht, waarbij de leerkracht in het Nederlands voorleest en de robot in de thuistaal van kinderen, en anderzijds als zelfstandige pre-teachingactiviteit, waarbij de robot kinderen in de thuistaal voorleest voorafgaand aan klassikale Nederlandstalige voorleesactiviteiten. De verwachting is dat de voorleesactiviteiten met de robot het woord- en verhaalbegrip en de betrokkenheid van meertalige kinderen tijdens klassikale Nederlandstalige activiteiten ondersteunen en dat de robot het welbevinden van meertalige kinderen bevordert door hun thuistaal in het onderwijs te erkennen en gebruiken. Binnen dit project is het uitgangspunt om te zorgen voor een robotprogramma dat eenvoudig uit te breiden is naar andere verhalen én talen. Er wordt daarom ingezet op eenvoudig te programmeren software, waarbij kinderen uit groep 7 en 8 van het basisonderwijs de robot kunnen programmeren. Naast het hoofddoel van het ondersteunen van meertalige kinderen, is het secundaire doel om kinderen uit groep 7 en 8 programmeeronderwijs te bieden dat aansluit bij hun belevingswereld en hen kan helpen basisvaardigheden in het programmeren onder de knie te krijgen.
Burgerschapsonderwijs wordt in een polariserende samenleving steeds belangrijker. Een uitdaging is het bespreken van maatschappelijk gepolariseerde vraagstukken, zoals zwarte piet, terrorisme en migratie, en daarmee bij te dragen aan de burgerschapsvorming van jongeren. Docenten zijn zoekende naar manieren om deze onderwerpen te behandelen. Met dit onderzoek willen we meer inzicht krijgen in de manieren waarop docenten vorm kunnen geven aan kritische dialogen over maatschappelijke gepolariseerde vraagstukken. Er wordt daarbij specifiek aandacht besteed aan het aanleren van basisvaardigheden en -houdingen voor dialoog. Een consortium van HvA, UvA, scholen van onder meer de Scholenpanels Burgerschap, de NVLM, VGN en Dialooggroep Burgerschap Amsterdam, gaat een interventie ontwikkelen gericht op het bespreken van deze onderwerpen voor alle maatschappijvakken in vmbo en havo/vwo. In het project wordt onderzocht wat de effecten zijn van de interventie op het burgerschap van leerlingen waarbij docenten hebben deelgenomen aan een professionaliseringstraject. In fase 1 van het project wordt, uitgaande van de kaders van de wetenschappelijke literatuur, samen met expertdocenten een prototype van de interventie bestaande uit handelingsprotocollen (gericht op basisvaardigheden en -houdingen voor dialoog), lessenseries (gericht op het voeren van kritische dialogen over maatschappelijk gepolariseerde vraagstukken) en een professionaliseringstraject ontwikkeld. In fase 2 worden interventie en professionaliseringstraject uitgeprobeerd, geëvalueerd en bijgesteld. In fase 3 wordt de effectiviteit van de ontwikkelde interventie onderzocht onder een grote groep docenten en leerlingen in een quasi-experimenteel design met een voormeting, nameting, retentiemeting en controlegroep. Het onderzoek levert kennis op over hoe docenten maatschappelijke gepolariseerde vraagstukken effectief kunnen inzetten om de burgerschapsvorming van leerlingen te bevorderen. Daarbij levert het project evidence-based handelingsprotocollen, lessenseries en een professionaliseringstraject op voor docenten van de maatschappijvakken in het voortgezet onderwijs. De lesmaterialen zijn zo vormgegeven dat ze toepasbaar zijn bij uiteenlopende maatschappelijk gepolariseerde vraagstukken die docenten in hun lessen aan de orde willen stellen.
Het project Gecijferdheid als Basisvaardigheid is gericht op het versterken van gecijferdheid onder de Nederlandse bevolking. Gecijferdheid vormt samen met geletterdheid en digitale vaardigheid, de drie basisvaardigheden in de 21ste eeuw die een individu nodig heeft om volwaardig te kunnen participeren in het dagelijks leven en in de maatschappij. We vragen met het project aandacht voor het belang van rekenen-wiskunde-statistiek-gecijferdheid in een leven lang ontwikkelen. Het project is een vervolg van Gecijferdheid Telt Mee. Doel Ongeveer 1 op de 6 personen van 16 jaar en ouder hebben moeite met gecijferdheid. Dit betekent dat zij het lastig vinden om te werken met rekenkundige informatie en ideeën die ingebed zijn in een context waarmee zij dagelijks te maken krijgen, bijvoorbeeld het doen van boodschappen, medische informatie interpreteren, reisplannen maken, belastingaangifte doen, etc. Het gaat met name om de interpretatie van cijfermatige gegevens en om statistische informatie die in tabellen en grafieken wordt weergegeven, het nemen van besluiten op basis van berekeningen waarbij er gewerkt wordt met cijfers, decimalen, percentages, fracties, en om het decoderen van getalsmatige visuele representaties. Werken aan het versterken van gecijferdheid is een blinde vlek in Nederland. Vandaar dat er een dringende noodzaak is om dit probleem uitgebreid onder de aandacht te brengen van beleidsmakers, onderzoekers, en docenten en vrijwilligers. Resultaten Het project bestaat uit de volgende onderdelen: conferenties en andere bewustwordingsactiviteiten, experttrainingen oftewel masterclasses, ontwikkelen van leermateriaal en onderzoek. Conferenties Om gecijferdheid op de kaart te zetten is een cyclus van jaarlijkse ééndaagse conferenties gestart (30 maart 2022 en 31 maart 2023) gericht op docenten, vrijwilligers, ontwikkelaars en beleidsmakers die betrokken zijn bij het verbeteren van basisvaardigheden onder volwassenen. Andere bewustwordingsactiviteiten We maken een rondgang langs relevante partijen, zowel op politiek, beleidsvoerend, als uitvoerend niveau en bespreken de mogelijkheden om gecijferdheid als basisvaardigheid te integreren in hun lopende en toekomstige plannen en activiteiten. Verder werken we aan de productie van brochures, filmpjes en webinars. Experttrainingen oftewel Masterclasses We ontwikkelen en verzorgen Masterclasses over het thema Gecijferdheid als Basisvaardigheid aan trainers, docenten, vrijwilligers en uitvoerders van overheidsbeleid. Onze doelgroep houdt zich bezig met het trainen en begeleiden van volwassenen in het sociale domein. Ontwikkelen en verspreiden van materialen Er wordt voortdurend nieuw materiaal ontwikkeld om onderwijsactiviteiten die gericht zijn op het versterken van gecijferdheid te ondersteunen. De website gecijferdheidteltmee.nl staat centraal in het onder de aandacht brengen van deze materialen. Onderzoek We doen onderzoek naar het thema gecijferdheid als basisvaardigheid. We voeren literatuur- en documentenanalyse uit met als doel om alle bestaande kennis over gecijferdheid te ordenen en toegankelijk te maken voor de Nederlandse beleids- en onderzoekscontext. Hierbij onderscheiden we drie relevante deelonderwerpen: 1) het concept gecijferdheid, 2) gecijferdheid in de samenleving en 3) succesvol beleid om gecijferdheid te verbeteren. Verder brengen we in kaart hoe het er nu voor staat op het gebied van gecijferdheid in Nederland. Dit onderzoek moet inzicht bieden in de stand van zaken wat betreft: 1) het bewustzijn op het gebied van gecijferdheid, 2) deskundigheid van betrokkenen zowel op beleids- als op uitvoerend niveau en 3) het aanbod aan activiteiten. Looptijd 01 november 2021 - 31 december 2023