Recente ontwikkelingen in de jeugdzorg op het gebied van professioneel handelen en verwetenschappelijking van de praktijk leggen teveel het accent bij professioneel handelen als het werken aan de hand van schriftelijk vastgestelde handelings- of zorgplannen. Hoewel het nut van handelingsplannen onomstreden is, bestaat het risico dat met een overaccentuering daarvan het belang van handelen op basis van 'impliciete professionaliteit' en het benutten van alledaagse situaties en van zichzelf als persoon in de pedagogische relatie, onderbelicht blijft. Dat risico wordt groter als er teveel eenzijdig naar het resultaat wordt gekeken, zonder aandacht te besteden aan het proces dat daartoe moet leiden en de persoon van de professional die daarbij een centrale rol speelt. Professioneel handelen ontstaat vooral ook op de dagelijkse werkvloer en wil gehoord en gezien worden door de wetenschap.
DOCUMENT
Deze handreiking ‘Triage, Advance Care Planning en symptomatische behandeling bij een ernstig verloop van corona binnen de GGZ-instelling of thuis’ hoort bij de Richtlijn GGZ en corona. Bji het maken van de afweging om een patiënt wel/niet in het ziekenhuis te laten opnemen, dan wel of de patiënt wel/niet naar IC kan gaan gelden deze overwegingen: zie bestand.
DOCUMENT
Terwijl we inmiddels bij elektriciteit en gas met centrale planning werken, wil de minister de benodigde investeringen in de waterstofinfra juist aan de markt overlaten. Martien Visser waarschuwt voor onbalans in het energiesysteem.
LINK
De laatste maand van het jaar nodigt uit tot introspectie en reflectie. Het wordt tijd voor goede voornemens voor het volgende jaar. Daarmee lijkt het wel wat op een persoonlijke planning & control cyclus.
LINK
Hoewel planningsprocessen zich al langere tijd buiten de formele kaders van Rijk, provincie en gemeente om afspelen, zoals in regionale samenwerking of bij zogenoemde bottom-up planning waarin burgers en bedrijfsleven als initiatiefnemer aan zet zijn, neemt de aandacht hiervoor de laatste jaren enorm toe. Dit stelt andere en nieuwe eisen aan de planningsprofessional. Institutionele benaderingen in planningsonderzoek dragen bij de tegemoetkoming aan deze eisen.
LINK
Vlaanderen voert sinds meer dan vier decennia een autonoom sportbeleid. Dit heeft een impact op hoe het Vlaamse sportlandschap gestructureerd is. In het voorliggende werk staan de organisatie en de planning van de sport en het sportbeleid in Vlaanderen centraal. De krijtlijnen van het speelveld bestaat uit twee delen. In het eerste deel wordt een beeld gegeven van de beleidsruimte. Hier worden eerst ontwikkelingen geschetst inzake sportparticipatie, sportaanbod, sporttewerkstelling, alsook de economische betekenis van sport in Vlaanderen. Vervolgens wordt ingegaan op de organisatie van de sport, met name de omgeving van de sport en de sportsector zelf. Heel wat (sport)actoren en hun onderlinge relaties passeren daarbij de revue. Het tweede deel focust op de beleidsontwikkeling. We beschrijven de evolutie van het sportbeleid in Vlaanderen, het beleidsproces alsook het instrumentarium dat gehanteerd wordt om tot besluitvorming, en beleidsvoering in het algemeen, te komen. Dit boek richt zich tot studenten die inzicht wensen te verwerven in hoe sport(beleid) in Vlaanderen georganiseerd is. Ook beleidsmakers, sportmanagers en andere professionals die interesse hebben voor sport bieden we met dit werk een handig overzicht en interessant naslagwerk. Er wordt in dit boek dan ook de nodige zorg besteed aan figuren waarin concepten en modellen schematisch worden weergegeven.
DOCUMENT
Vlaanderen voert sinds meer dan vier decennia een autonoom sportbeleid. Dit heeft een impact op hoe het Vlaamse sportlandschap gestructureerd is. In het voorliggende werk staan de organisatie en de planning van de sport en het sportbeleid in Vlaanderen centraal. De krijtlijnen van het speelveld bestaat uit twee delen. In het eerste deel wordt een beeld gegeven van de beleidsruimte. Hier worden eerst ontwikkelingen geschetst inzake sportparticipatie, sportaanbod, sporttewerkstelling, alsook de economische betekenis van sport in Vlaanderen. Vervolgens wordt ingegaan op de organisatie van de sport, met name de omgeving van de sport en de sportsector zelf. Heel wat (sport)actoren en hun onderlinge relaties passeren daarbij de revue. Het tweede deel focust op de beleidsontwikkeling. We beschrijven de evolutie van het sportbeleid in Vlaanderen, het beleidsproces alsook het instrumentarium dat gehanteerd wordt om tot besluitvorming, en beleidsvoering in het algemeen, te komen. Dit boek richt zich tot studenten die inzicht wensen te verwerven in hoe sport(beleid) in Vlaanderen georganiseerd is. Ook beleidsmakers, sportmanagers en andere professionals die interesse hebben voor sport bieden we met dit werk een handig overzicht en interessant naslagwerk. Er wordt in dit boek dan ook de nodige zorg besteed aan figuren waarin concepten en modellen schematisch worden weergegeven.
DOCUMENT
Abstract from AMS Scientific Conference '24, Amsterdam, Netherlands.In the two-year Nature-Based Area Development study researchers at four Dutch universities collaborated with planning professionals in cities, regions and companies to investigate how nature-based urban development can become a forceful reality. The study applied a combination of methods such as co-research sessions with consortium partners, in-depth interviews with experts and a multiple case study analysis of best practices in the Netherlands and abroad.Keywords: nature-based, area development, densification, urban ecosystem services, planning instruments
DOCUMENT
Door middel van de planningscyclus en het besturingsmodel wordt in het algemeen inzicht gegeven in de essentievan het besturen (Wie, Wat en Hoe wordt bestuurd), de richting die de organisatie in wil slaan en de doelstellingen die men op termijn wil bereiken. Als dat is vastgesteld, kan de informatiemanager (geautomatiseerde) instrumenten aanbieden, die de informatiebehoefte van de managers analyseren en administreren, alsmede het plannings- en meetproces op efficiente wijze ondersteunen.
DOCUMENT
Hoofdstuk 3.1: Advance care planning (ACP) is een dynamisch proces van reflectie en dialoog tussen de patiënt, naasten en/of zorgverleners, bedoeld om behandelkeuzes vast te leggen met betrekking tot de toekomstige (palliatieve en levenseinde)zorg en kwaliteit van leven, op basis van de waarden, wensen en voorkeuren van de patiënt en de naasten. ■ Voordelen van ACP zijn: een betere kwaliteit van zorg, meer tevredenheid over de zorg, minder stress of angst bij de betrokkenen, minder belastende en onnodige behandelingen, een betere inschatting van de wenselijkheid van interventies, en versterking van de relatie met naasten. ■ In België zit relevante wetgeving rond ACP vervat in drie wetten, rond patiëntenrechten, palliatieve zorg en euthanasie. In Nederland gaat het om de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO), de euthanasiewet en het Kwaliteitskader palliatieve zorg. ■ Bij ACP is het gebruikelijk dat afspraken die gemaakt worden – bijvoorbeeld rond bepaalde levenseindebeslissingen – in een schriftelijke wilsverklaring en een individueel behandelplan worden vastgelegd. Daarnaast kan de patiënt een vertrouwenspersoon of wettelijk vertegenwoordiger aanstellen, die kan spreken voor de patiënt indien deze wilsonbekwaam wordt. ■ De Toolkit ‘Proactieve palliatieve zorg in de GGZ’ biedt hulpverleners in de ggz handvatten en structuur bij tijdige en goede palliatieve begeleiding. De Toolkit behandelt vijf stappen. ► Tijdige herkenning van een palliatieve zorgbehoefte. ► In kaart brengen van symptomen, problemen en behoeften. ► Proactieve zorgplanning en uitvoering. ► Zorg in de stervensfase. ► Nazorg voor naasten. ■ Het is zaak tijdig ACP-gesprekken te voeren, dus ruim voordat de patiënt is uitbehandeld of bij de laatste behandeloptie is gekomen. Het is belangrijk een ACP-gesprek aan te kondigen, zodat de patiënt zich met de naasten hierop kan voorbereiden. Gesprekken worden bij voorkeur in een voor de patiënt vertrouwde omgeving gevoerd.
DOCUMENT