Fruitbomen zijn in veel Nederlandse dorpen en steden in de openbare ruimte te vinden. Soms door behoud van een vroegere productieboomgaard, maar ook als bewuste keuze bij de groeninrichting van een wijk. En meer recent worden op initiatief van dorps- of buurtbewoners boomgaarden aangeplant die door henzelf worden beheerd. Maar is er ook een duidelijke visie op een duurzaam beheer en gebruik van deze fruitbomen? Het is de hoogste tijd om de goede ervaringen op een rijtje te zetten en tot uitwisseling van kennis te komen.
MULTIFILE
In dit rapport wordt onderzocht wat er voor nodig is om boomgaarden in de openbare ruimte duurzaam door vrijwilligersgroepen te laten beheren. Met behulp van de place-keeping theorie zijn de inrichting, betrokkenheid, draagvlak, oogst, beheer, kennis, samenwerking, rol gemeente, budget en het vertrouwen in het voortbestaan onderzocht. Hiervoor is een enquête uitgezet onder beheerders van communale boomgaarden, waarvan 125 gereageerd hebben. De belangrijkste uitkomst van de enquête is dat de sociale factoren, zoals contact met de omgeving en gemeente, de inzet van vrijwilligers, voor het voortbestaan van de boomgaarden belangrijker zijn dan de fysieke factoren zoals bodemvruchtbaarheid en de hoeveelheid oogst . Een groot deel van de beheerders heeft echter vertrouwen in de toekomst en gaat er van uit dat zij over vijf jaar nog bestaan. Aanbevelingen zijn dan ook onder andere om de organisatie van het beheer zo in te richten dat er meer aandacht komt voor de verbinding naar buiten. Overkoepelende organisaties zouden op dit terrein meer als kennisverzamelaars en verspreiders op kunnen gaan treden.
MULTIFILE
In Montfoort, een kleine kern in het Groene Hart, is in het najaar van 2021 een fitroute aangelegd. Tijdens de aanleg van de fitroute zijn vragen naar voren gekomen over het duurzaam gebruik van de route; deels was dat het gevolg van het feit dat Montfoort een regiegemeente is en samenwerkt met diverse partners. Hoe kan een fitroute het beste juridisch en beleidsmatig ingebed worden? Wie is eigenaar en verantwoordelijk voor beheer en onderhoud? En hoe kan naar de toekomst toe het gebruik van de route geoptimaliseerd worden? Daarmee richt dit project zich op orgware- en softwarematige vragen, waar specifiek in een niet-stedelijke context weinig over bekend is. In dit project worden deze vragen onderzocht en gedocumenteerd in een praktisch stappenplan en een video. Daarvoor wordt in drie fasen onderzoek gedaan. In Fase 1 wordt in gesprek gegaan met gemeenten waar fitroutes liggen. In een Realist-Evaluation Framework wordt ingegaan op de manier waarop zij juridisch en beleidsmatig de fitroute hebben ingebed en de manier waarop zij gebruik van de fitroute stimuleren. In Fase 2 wordt middels walk-along interviews met bewoners de route gelopen om te achterhalen wat motivatoren en barrières zijn voor het gebruik van de fitroute. Daarnaast wordt een groepsgesprek gehouden met professionals uit Montfoort om de mogelijkheden en onmogelijkheden voor verbetering van de route te verkennen. In Fase 3 wordt vervolgens één mogelijkheid voor optimalisatie van gebruik van de fitroute geïmplementeerd en getest. De uitkomsten van dit project worden gedeeld met gemeenten uit de regio die zijn aangesloten bij het netwerk van FC Utrecht. Daarbij worden professionals uit verschillende disciplines uitgenodigd, zodat de beweegvriendelijke omgeving in de regio van Utrecht breder dan sport op de kaart wordt gezet. Het stappenplan en een training of video worden beschikbaar gesteld via de website Beweegvriendelijke Buurt.
Tegenwoordig is er bijna geen gemeente meer die niet wil samenwerken met bewoners rondom de inrichting van de openbare ruimte. Toch gaat dit niet vanzelf. Voor gemeenten is het vaak lastig om een deel van de beslis- en uitvoeringsmacht af te staan en mee te gaan in de onzekere planningen van burgerorganisaties. Burgerorganisaties op hun beurt vinden de gemeente soms ondoorgrondelijk en hebben moeite met de vele betrokken ambtenaren die ook nog eens snel van positie wisselen. Fruit in de openbare ruimte is zo’n thema waarop bewoners en de gemeente elkaar kunnen vinden. In de openbare ruimte van IJsselstein staat veel fruit, waarKlimaatneutraal IJsselstein en IVN Nieuwegein-IJsselstein zich een aantal jaar terug over ontfermd hebben, samen met bewoners van IJsselstein. In deze context willen deDe consortiumpartners willen onderzoeken hoe fruit in de openbare ruimte bijdraagt aan sociaal-maatschappelijke doelen zoals binnen IJsselstein (en binnen de literatuur) worden verwoord. Dit combineren we met de inzichten in de ecosysteemdiensten van fruitaanplant, om op deze manier een totaalbeeld te formuleren van de toegevoegde waarde van fruit in de openbare ruimte. Hiermee geven we Klimaatneutraal IJsselstein, IVN en vergelijkbare organisaties onderbouwde argumenten handvatten gebaseerd op inhoudelijke argumenten om in gesprek te gaan met gemeentes over de toegevoegde waarde van fruit in de openbare ruimte en waarom dit behouden moet blijven of zelfs extra aangeplant moet worden. Ook geven we gemeentes de mogelijkheid om op basis van onderbouwde redenaties bewust te kijken naar het beheer en onderhoud van fruit in de openbare ruimte
“Gas op elektrisch” presenteert een onderzoek naar diensten voor zero emissie servicelogistiek. Servicelogistiek is het vervoer van personen, materiaal een materieel voor installatie- en onderhoudswerkzaamheden in woningen, kantoren, en de openbare ruimte. De Hogeschool van Amsterdam en Hogeschool van Arnhem en Nijmegen ontwikkelen samen met mkb-professionals in elektrisch vervoer (EV), servicebedrijven en brancheverenigingen nieuwe kennis over de voorwaarden en mogelijkheden van EV bij servicelogistiek. Het doel is om te komen tot nieuwe (gezamenlijke) diensten van het mkb door: • de ontwikkeling van nieuwe sectorspecifieke kennis over logistieke kenmerken, laadstrategieën en het adoptieproces van de servicemedewerker in de transitie naar EV. • de diensten van mkb-aanbieders van voertuigen, laadinfrastructuur en wagenparkbeheer te innoveren. Mkb-professionals vinden servicelogistiek een interessante markt voor elektrische voertuigen, wagenparkbeheer en laadoplossingen, maar hebben onvoldoende kennis van de logistieke afwegingen die deze bedrijven maken bij de transitie naar een zero emissie wagenpark. Bovendien biedt de individuele mkb-ondernemer slechts een deel van de oplossing terwijl er een combinatie van diensten nodig is om grote servicebedrijven te ondersteunen bij EV. Dit onderzoeksproject verbindt mkb-professionals onderling en met grote servicebedrijven om gezamenlijk nieuwe kennis te ontwikkelen voor passende diensten. De projectdeelnemers in ‘Gas op elektrisch”: 1. Analyseren de huidige situatie aan de hand van ritprofielen, interviews en energieverbruik. 2. Ontwerpen nieuwe concepten en interventies voor de inzet van (lichte) elektrische vrachtvoertuigen. 3. Evalueren nieuwe concepten en interventies met experimenten in de praktijk. 4. Valoriseren de kennis voor de ontwikkeling van nieuwe diensten van het mkb. Het project verzekert een sterke relatie met de praktijk, de wetenschap en het onderwijs door betrokkenheid van vier lectoraten, vijf opleidingen en twee brancheverenigingen. Het onderzoek kent een multidisciplinaire aanpak met aandacht voor logistieke processen, energievoorziening en de rol van de gebruiker. Hiermee versterkt het project professionals van nu en van de toekomst om de EV-koploperspositie van Nederlandse bedrijven te kunnen behouden.