Zorg, Service & Welzijn van Friesland College opereert in een complexe wereld. De bevolking vergrijst, de zorgvraag neemt toe en de beroepsbevolking krimpt. De technologische ontwikkelingen in de zorg gaan razendsnel. Mensen blijven langer thuis wonen, houden meer zelf de regie over wat ze nodig hebben en er ontstaan nieuwe vormen van welzijn en zorg, bijvoorbeeld kleinschalig wonen voor ouderen. In de maatschappij als geheel spelen ook grote vraagstukken waar (aankomende) professionals bij de uitoefening van hun beroep mee te maken krijgen. Dit vraagt om wendbare professionals ofwel professionals met de capaciteit om verbetergericht te leren en werken. Dit thema: professionals die zich blijvend ontwikkelen, heeft ook de aandacht van het Practoraat Leven Lang Ontwikkelen van Friesland College. Het beroepsonderwijs, waar deze professionals worden opgeleid, staat daarmee midden in de samenleving.
Een digitaal netwerk is van strategisch belang voor mens, organisatie en regio. Hoe kunnen we social media en andere vormen van digitale netwerken nu functioneel doordacht, efficiënt en effectief inzetten? Hebben we voldoende media wijsheid in pacht? Zijn we voldoende ‘digital media literate’? Aandacht voor en het ontwikkelen van digital media literacy wordt in het Horizon Report 2011 van EDUCAUSE “de belangrijkste kritieke uitdaging” voor de komende jaren genoemd. Het rapport spreekt van “een key skill voor elke discipline en professie“. Demografische ontwikkelingen als vergrijzing en ontgroening hebben gevolgen voor de arbeidsmarkt. De oplossing kan worden gezocht in employability van de beroepsbevolking: van baan- naar werkgarantie. Aangezien digital media literacy een key skill voor elke discipline en professie is en dat digitaal netwerken van strategisch belang is, is het bevorderen van digital media literacy een belangrijke randvoorwaarde voor het realiseren van employability. Deskundigheid moet door HR-diensten in kaart worden gebracht. HR-diensten kunnen met Strategisch HRM (SHRM) employability bevorderen. In het essay neem ik de lezer, met digital media literacy in zijn of haar koffertje, mee via de demografische problematiek in de regio (Limburg, Euregio) naar Zuyd (daar waar ik zelf werk).
As labour is becoming more and more knowledge controlled, it also getting closer to the individual person. We sometimes seem to forget this. To an increasing extent it is becoming a part of oneself and therefore of the personal identity. The increasing humanization of labour asks for an HRM-policy and an organizational context in which the individual is able to identify with the organization, colleagues, customers/clients and product. Heterononimous or abstract organizations, organizations in which the employees and civilians have been reduced to numbers and in which there is no real consideration for the individual differences, have to make way for organizational structures in which the individual feels (self) responsible again. The future lies with personal, tribally inspired organizations in which managers will be leaders and where employees and managers can show social commitment. Images like that of: the egocentric boss who by making swift career moves avoids responsibility for employee/co-worker and customer/client; of colleagues taking the day off without consultation or who are putting their phone through to someone else without saying so beforehand, meeting rooms which are not being cleaned up after use and the image of a Xerox machine not being refilled up with paper by anyone, are all too frequently dismissed as not being part of productivity.
Het project ‘Design Thinking bij Nationale Militaire Inzet Koninklijke Landmacht’- Fase1 (NMIKL fasse1) is gericht op nieuwe creatieve methoden om complexe vraagstukken van de Landmacht Nationale Inzet (LNI) op te lossen. Binnen het convenant tussen de Hogeschool Utrecht (HU) en LNI heeft LNI haar hulpvraag voorgelegd om de vele complexe vraagstukken van diverse aard te helpen oplossen. Het ontbreekt LNI aan een methode om de Inmiddels 75 benoemde complexe vraagstukken met ingewikkelde onderlinge relaties op te pakken. Dergelijke complexe vraagstukken worden ‘wicked problems’ genoemd. Ze bevatten gestapelde problematiek, zoals technologische uitdagingen, de factoren van duurzaamheid, klimaat en vergrijzing van de beroepsbevolking. Daar bovenop komt de toegenomen bedreiging van vrede in Europa. Om een gedegen vraagarticulatie voor de meest belangrijke LNI vraagstukken op te stellen, is een aanpak gewenst, die bij deze ‘wicked problems’ past. Suit-case (een HU-MKB-partner) is opgericht door TU Delft studenten, die gespecialiseerd zijn in het aanpakken van complexe vraagstukken met creatieve methoden, zoals ‘design thinking’ en ‘transition theory management’. Suit-case wil graag haar aanpak geschikt maken voor hiërarchisch gestructureerde organisaties zoals Defensie, zodat de techniek beschikbaar komt voor dergelijke bedrijven( zoals Shell, NS, enzovoorts). Ook deze bedrijven hebben te maken met de maatschappelijke uitdagingen en ‘wicked problems’ en hebben gezien de klimaat-doelstellingen versnelling in hun transitie-proces en daarmee vraagoplossendvermogen nodig. Co-Design van de HU heeft veel ervaring met DT binnen de zorg. Samen gaan we DT beter beschikbaar maken voor grote bedrijven met een hiërarchische structuur zodat ook zij complexe vraagstukken innovatief kunnen oppakken. Door minimaal drie LNI-vraagstukken te doorlopen wordt de ontwikkelde aanpak getest en leert LNI de methoden in de praktijk toe te passen. Het resultaat is een nieuwe, methodologisch onderbouwde vraagarticulatie-aanpak voor complexe vraagstukken voor hiërarchisch georganiseerde organisaties zoals LNI en drie goede vraagarticulaties met aanpak.
De Utrecht Talent Alliantie (UTA) is verantwoordelijk voor het realiseren van de Human Capital Agenda van de regio Utrecht. UTA heeft drie overkoepelende doelen waar het aan werkt. 1) In onze regio vinden soepele en veilige overstappen plaats van mensen naar beroepen met tekorten en groeipotentie. 10.500 extra overstappen per jaar, 73.500 in zeven jaar. 2) Leven lang ontwikkelen is voor iedereen vanzelfsprekend. 85.700 extra deelnemers per jaar, 600.000 in zeven jaar. 3) De beroepsbevolking in onze regio is digitaal vaardig. 16.000 extra personen bereiken basisniveau digitale vaardigheden per jaar, 112.000 in zeven jaar. Publieke en private organisaties uit de regio investeren samen in een toekomstgerichte beroepsbevolking. Er wordt gewerkt met diverse initiatieven die bijdragen aan oplossingen voor maatschappelijke transities. In dit project onderzoeken we hoe die initiatieven bijdragen aan die toekomstgerichte beroepsbevolking in de regio Utrecht. Meer informatie vind je hier.Doel Dit project heeft een lerende aanpak, waarbij leren en ontwikkelen centraal staan. Deze aanpak kent drie overkoepelende doelen: Initiatieven van de UTA helpen tot een succesvol en duurzaam ontwerp en implementatie van hun initiatief te komen. Bijdragen aan het vormen van een UTA-community waarin kennisdeling en support centraal staan. Opzetten en uitvoeren van flankerend onderzoek dat inzichten geeft in hoe en waarom de UTA-initiatieven werken, zowel op het niveau van de initiatieven zelf als over de initiatieven heen. Resultaten Het project zal onder andere inzichten opleveren in hoe de initiatieven werken aan de totstandkoming en verduurzaming van hun ontwerp; hoe de faciliterende activiteiten bijdragen aan de ontwikkeling van de initiatieven; en aan de vorming van een lerend netwerk, en welke succesfactoren te onderscheiden zijn die bijdragen aan initiatieven die duurzaam zijn. Looptijd 01 oktober 2022 - 01 oktober 2027 Aanpak In lijn met de doelen onderscheiden we in dit project twee activiteiten die sterk samenhangen. Aan de ene kant het opzetten en uitvoeren van faciliterende activiteiten die a) de initiatieven helpen tot een succesvol en duurzaam ontwerp en implementatie van hun initiatief te komen en b) bijdragen aan het vormen van een community waarin kennisdeling en support centraal staan (o.a. door sparsessies, kennis- en netwerksessies en peer reviews). Aan de andere kant het opzetten en uitvoeren van flankerend onderzoek dat inzichten geeft in hoe en waarom de initiatieven werken, zowel op het niveau van de initiatieven zelf als over de initiatieven heen (o.a. door de ontwikkeling en inzet van het Utrecht Talent Instrument).
Ecosystemen voor missiegedreven innovatie zijn een belangrijk middel om via cycli van onderzoek, experiment en uitrol, maatschappelijke transities te versnellen en innovaties en verdienvermogen op te schalen. Human capital en regionale inbedding zijn belangrijke aspecten van de Kennis- en Innovatie Agenda (KIA) Maatschappelijk Verdienvermogen (MV). Deze SPRONG-groep richt zich op die wisselwerking. De noodzaak voor human capital innovatie is groot vanwege drie kernproblemen op de arbeidsmarkt: • Onvoldoende en ongerichte economische groei door krimp van de beroepsbevolking en onvoldoende arbeidsproductiviteitsgroei; • Verschuivende vraag naar arbeid op de arbeidsmarkt als gevolg van verschillende transities; • Toenemende kloof tussen de toekomstige arbeidsvraag en de skills van de huidige beroepsbevolking. De afgelopen jaren zijn meer en minder succesvolle (regionale) experimenten/programma’s gerealiseerd voor ontwikkeling en benutting van human capital. Maar lessen worden nog onvoldoende gedeeld tussen regio’s en sectoren, werken nog onvoldoende door in het mkb, bereiken te weinig de doelgroep van praktijkopgeleide medewerkers, en hun effectiviteit wordt te weinig onderzocht. Dit SPRONG-programma adresseert die opgave door een landelijke onderzoeksgroep met vijf lectoraten en belangrijke partners uit bedrijfsleven, overheid en onderwijs te ontwikkelen: • Lectoraat Dynamische Talentinterventies Fontys (dr. Marian Thunnissen); • Lectoraat Employability Transition Saxion (dr. Stephan Corporaal); • Lectoraat Human Capital Hanzehogeschool Groningen (dr. Harm van Lieshout en dr. Arjen Edzes); • Lectoraat Leren tijdens de beroepsloopbaan HAN (dr. Jos Sanders); • Lectoraat Leven Lang Ontwikkelen Windesheim (dr. Menno Vos). Onze ambitie is om een toonaangevende onderzoeksgroep en een gewild internationaal partner te worden die dankzij een met onze consortium-partners doorontwikkelde onderzoeksinfrastructuur bijdraagt aan versterking van het maatschappelijk verdienvermogen via human capital innovatie op drie niveaus: individuen, bedrijven en netwerken/regio’s. Responsiviteit is daarbij hét sleutelwoord. We werken samen aan professionalisering en versterking van kwaliteit, volume en impact van ons onderzoek. Daarnaast versterken we de inbedding van ons onderzoek in het onderwijs.