In dit artikel gaat Marco Snoek in op de uitdaging waar urban professionals voor staan. Die uitdaging vragen om een gezamenlijke inspanning omdat geisoleerde professionals de uitdagingen van de grote stad onvoldoende het hoofd kunnen bieden. Dat maakt het noodzakelijk dat het professionele isolement van veel publieke professionals - zoals leraren - doorbroken wordt en het werk vorm gegeven wordt vanuit gezamenlijke verantwoordelijkheid.
LINK
Veel managers worden geconfronteerd met verplichte certificering. Als bedrijven echter gedwongen worden de weg van certificering op te gaan, bestaat het risico dat de weerstanden worden versterkt - met name bij professionals. Onder welke voorwaarden zijn professionals wel bereid mee te werken aan certificering?
Preventieve oudercursussen hebben door de jaren heen hun waarde bewezen, maar het voortbestaan van deze oudercursussen lijkt op dit moment in het geding. De oudercursussen Opvoeden & Zo, Beter omgaan met pubers en Peuter in Zicht!, die lange tijd in de praktijk bestaan zijn onderzocht vanuit drie vragen: in welke mate is er volgens professionals bij ouders behoefte aan de oudercursussen Peuter in Zicht!, Opvoeden & Zo en Beter omgaan met pubers; Welke behoeften aan actualisering van ouders en professionals zijn er?; En wat zijn de wensen van ouders en professionals met betrekking tot inhoud, structuur en programmamateriaal van de oudercursussen? Voor dit onderzoek zijn meer dan 577 professionals in de zomer van 2015 aangeschreven die werkzaam zijn in de preventieve opvoedingsondersteuning in heel Nederland. In totaal zijn de enquêtes 154 keer ingevuld, verdeeld over de cursus Peuter in Zicht! (n = 43), Opvoeden & Zo (n = 73) en Beter omgaan met pubers (n = 38). Voor dit onderzoek is gebruik gemaakt van een tweetal instrumenten, namelijk digitale enquêtes voor de oudercursussen Peuter in Zicht, Opvoeden & Zo en Beter omgaan met pubers en een semigestructureerde interviewleidraad voor een tiental telefonische interviews. De bevindingen van dit onderzoek laten zien dat de onderzochte oudercursussen goed passen bij de behoeften van ouders. De afwisseling tussen praktische oefening, het opfrissen van kennis en ruimte voor onderlinge uitwisseling oogsten waardering. Hoewel ouders tevreden zijn, is er behoefte aan modernisering van de cursussen. Voornamelijk het filmmateriaal moet worden geactualiseerd en voorbeelden die in de cursussen worden aangereikt, moeten beter aansluiten op thema’s waar ouders van nu mee worstelen. De belangrijkste aanbevelingen zijn de vernieuwing van het filmmateriaal; toevoeging van actuele onderwerpen; digitalisering van het draaiboek en de bijeenkomsten; een ondersteunende website maken; actiever wervingsbeleid voor (met name) migrantenouders; nader onderzoeken of en hoe de cursussen aangepast kunnen worden aan verschillende doelgroepen. Specifiek voor Opvoeden & Zo geldt dat meer aandacht voor positief opvoeden gewenst is en voor Peuter in Zicht! geldt dat de verdiepende thema’s van de cursus kunnen worden samengevoegd met de reguliere cursus
Het lectorenplatform Sport en Bewegen bestaat sinds 2016 en heeft als missie om de impact van praktijkgericht sport- en beweegonderzoek op de maatschappij en het hbo-onderwijs te vergroten en zo meer mensen aan het sporten en bewegen te krijgen. Het platform draagt bij aan missie I van de KIA Gezondheid en Zorg. Meer in het bijzonder richt het platform zich op vier thema's: Nederland in beweging, Vaardig in sport en bewegen, Meervoudige waarde van sport en bewegen en Technologie als vloek en als zegen bij sport en bewegen. Deze thema's zijn afgeleid uit een uitgebreide inventarisatie onder sport- en beweegprofessionals, bestuurders, beleidsmakers en opleiders en in 2021 vastgelegd in een praktijkgerichte kennis- en innovatieagenda voor sport en bewegen. De kern van het lectorenplatform wordt gevormd door lectoren die werkzaam zijn bij de acht sporthogescholen die Nederland kent, verenigd in het Hogescholen Sport Overleg. Het platform wordt ondersteund door het Kenniscentrum Sport en Bewegen. Het lectorenplatform Sport en Bewegen werkt aan haar centrale missie via vier samenhangende werkpakketten gericht op het: 1) versterken van de positie van praktijkgericht sport- en beweegonderzoek in Nederland (positioneren); 2) versterken van de inhoudelijke samenwerking o.a. door het schrijven van gezamenlijke onderzoeksvoorstellen (programmeren); 3) vergroten van de maatschappelijke impact door kennisdeling en implementatie van de onderzoeksresultaten in het werkveld en het hbo sport- en bewegingsonderwijs (valoriseren) en 4) versterken van de internationale positie en de samenwerking met het buitenland (internationaliseren). Op de website www.sportenbeweegonderzoek.nl deelt het lectorenplatform relevante informatie, artikelen en bijeenkomsten op een toegankelijke manier. In 2023-2026 zal het lectorenplatform verder bouwen op de activiteiten en resultaten uit de periode 2016-2022, volgende stappen zetten richting het verduurzamen van de samenwerking middels een landelijke SPRONG-aanvraag en de (inter)nationale samenwerking uitbreiden naar andere domeinen, platforms en landen gekoppeld aan de Olympische en Paralympische Spelen.
Buurtsportcoaches hebben met het Sportakkoord een grotere verantwoordelijk gekregen in het ombuigen van de neerwaartse spiraal van de beweegvaardigheid van jonge kinderen. Wie op jonge leeftijd (v)aardig start, de juiste fundamentele motorische vaardigheden aanleert en plezier ervaart in sporten en bewegen, ontwikkelt dikwijls een actieve leefstijl. Buurtsportcoaches functioneren op dit moment vooral als uitvoerder van sport- en beweegaanbod en niet zo zeer als regisseur of verbinder tussen de sport- en beweegaanbieders op school, in de wijk, bij de sportvereniging en in de kinderopvang. De regisserende en verbindende taken vragen om wezenlijk andere competenties. Uit interviews, bijeenkomsten en enquêtes onder buurtsportcoaches (n=100) en formele en informele sport- en beweegaanbieders voor jonge kinderen om hen heen (trainers (n=64), groepsleerkrachten uit groep 1-2 (n=21), vakleerkrachten bewegingsonderwijs (n=74) en ouders (n=20)), komt naar voren dat buurtsportcoaches worstelen met de vraag hoe zij kleuters en de (semi-)beweegprofessionals daaromheen optimaal kunnen ondersteunen in het verbeteren van de beweegvaardigheid van kleuters. Om deze vraag te kunnen beantwoorden is nieuwe kennis nodig over: risicogroepen, beïnvloedbare determinanten en effectieve interventies ter bevordering van de beweegvaardigheid van kleuters. Deze vraagstukken worden door een mix van vertegenwoordigers uit de beroepspraktijk, onderzoek, onderwijs en implementatie beantwoord, waaronder: De Haagse Hogeschool, Hanze Hogeschool, Fontys Sporthogeschool, Hogeschool Windesheim, VU, TU/e, Kenniscentrum Sport, Mulier Instituut, NOC*NSF, VSG, KVLO en Beroepsvereniging Wij Buurtsportcoaches. In drie werkpakketten wordt inzicht verworven in: de natuurlijke motorische ontwikkeling van kleuters en het risicoprofiel van kinderen bij wie de ontwikkeling achterloopt (WP1), leefstijl- en omgevingsdeterminanten van beweegvaardigheid van kleuters (WP 2) en het effect van interventies in de verschillende beweegdomeinen op de beweegvaardigheid van kleuters (WP3). De wetenschappelijke kennis uit deze werkpakketten wordt verwerkt in een proefschrift en vertaald naar een onderwijsmodule en toolbox met bouwstenen en praktische handvatten voor (toekomstige) buurtsportcoaches (WP 4) ter bevordering van de beweegvaardigheid van kleuters.