In maart 2009 hielden Jo Hermanns, destijds als bijzonder lector verbonden het lectoraat “Werken in Justitieel Kader”, en Anneke Menger samen hun lectorale rede getiteld Walk the Line. De rede ging over professionaliteit en continuïteit in het reclasseringswerk en zij agendeerden hier de leidende onderzoeksvragen bij het net gestarte lectoraat: De vragen zoals die er lagen anno 2008/2009. De inhoudelijke samenhang tussen hun betogen over continuïteit en professionaliteit in 2009 was groot, vooral bij doordenking van de implicaties. In de afgelopen negen jaar is er veel gebeurd en veel veranderd. Tegelijkertijd lijken de vraagstukken anno 2018 behoorlijk op die van 2009. Anneke bespreekt in haar afscheidsrede hoe de huidige stand van zaken is rond de destijds geagendeerde onderzoeksthema's.
DOCUMENT
The intention of this chapter is to show how autoethnographic research might promote reflexivity among career professionals. We aim to answer the question: can writing one’s own life and career story assist career practitioners and researchers in identifying patterns, idiosyncrasies, vulnerabilities that will make them more aware of the elements that are fundamental to career construction and that have been mentioned in a variety of disparate places in the existing career literature? What interested us as career researchers and co-creators of the narrative approach Career Writing in considering the innovative intention of this book, was how writing our own career story could deepen our professional reflexivity and might also help others to do so. https://doi.org/10.1007/978-3-030-22799-9_30 LinkedIn: https://www.linkedin.com/in/reinekke-lengelle-phd-767a4322/
MULTIFILE
Een bezinning op de identiteit en de positie van het Instituut voor Social Work van Hogeschool Utrecht.
DOCUMENT
Graag wil ik in dit essay betogen dat het een misvatting is om uitsluitend op deze beperkte manier te reflecteren op de christelijke identiteit van de school. Ik vind het een groot punt van zorg dat veel leerkrachten dit in eerste instantie toch lijken te doen. Mijn voorstel is dan ook om de alarmbellen te luiden elke keer als in een gesprek over de identiteit van de school het ‘argument’ klinkt “…. want dit is toch een christelijke school ….” (of variaties op dit argument). We hebben dan namelijk te maken met een onzinuitspraak, een schijnargument. Laat dat dan ook maar worden gezegd, om daardoor vervolgens een heilzame verwarring te laten ontstaan
DOCUMENT
Innovatie in het beroepsonderwijs loopt haast onherroepelijk vast, omdat pioniers meer energie moeten steken in het bestrijden van bijzonder sterke tegenkrachten dan in het innoveren op zich. Wil de sector écht het onderwijs vernieuwen, dan zullen vijf peilers het fundament moeten vormen waarop professionals met engagement aan de slag kunnen. De auteur somt ze op.
DOCUMENT
De kwaliteit van het onderwijs ligt onder een vergrootglas. De professionele ontwikkeling van leraren wordt daarbij gezien als belangrijk -misschien zelfs het belangrijkste - instrument. De vraag is echter waar die professionele ontwikkeling toe moet leiden. Wanneer noemen we het onderwijs goed, op grond van welk criterium? En wie bepaalt zo’n criterium? Leraren hebben soms het gevoel in een spagaat te zitten. Ze voelen de druk van alles wat er van ze verwacht wordt, de extern opgelegde normen waar ze aan moeten voldoen. Tegelijkertijd kunnen ze die normen slecht rijmen met de complexiteit waar ze in hun klas, met hun leerlingen, dagelijks voor staan. Goed onderwijs ontstaat als leraren niet alleen de juiste competenties hebben, maar ook als persoon leraar zijn. De kennis, vaardigheden en protocollen krijgen pas betekenis door de persoonlijke gekleurde afwegingen in de dagelijkse praktijk die leraren maken. Die afwegingen hebben vaak een morele dimensie. Een leraar zal zich hier bewust van moeten zijn en ook de persoonlijke, moreel geladen dimensie van het leraarsvak moeten kunnen ontwikkelen.
DOCUMENT
Het lijkt of de e(sthe)tisch-politieke dialectiek tussen kunst en wetenschap de laatste jaren sterk aan erosie onderhevig is. De ‘druk van het hedendaagse’ heeft behoorlijke sporen getrokken door dat subtiele landschap en het is essentieel om te onderzoeken wat de consequenties daarvan zijn.
MULTIFILE
Theorieën die betrekking hebben op de kwaliteit van producten, processen, systemen en organisaties (systeemtechnische aspecten) geven geen of onvoldoende antwoord op vragen en problemen die betrekking hebben op de rol van de ‘factor mens’ in kwaliteitsmanagement. Omdat daar wel behoefte aan is, zijn de afgelopen jaren nieuwe theorieën ontwikkeld die wel oplossingsstrategieën bieden. Dit zijn kwaliteitsparadigma’s (beheersing en betrokkenheid), kwaliteitsscholen (empirische, normatieve en reflectieve school) en de drie kwaliteitsdimensies (professionele, organisatorische en relationele kwaliteit). In alle drie concepten zijn systeemtechnische (object/proces/norm) en sociaaldynamische (mens) aspecten gecombineerd. Betrokkenheid, reflectieve school en relationele kwaliteit zullen bepalend zijn voor het toekomstige kwaliteitsmanagement waarin de human factor een steeds belangrijker plaats gaat innemen.
DOCUMENT
Probation and after-care service is of great social importance and you want to do a proper job. ‘Doing a proper job’ tends to revolve around effective interventions or instruments. Which is important, but doing a proper and effective job involves more than that. We distinguish three forms of effectiveness: -Effective methods: what works? For example, working according to the principles of Risk, Needs and Responsivity6. Or structured behavioural training according to the cognitive-behavioural model. Or working according to the Good Lives Model7. Or the network approach. Methods are referred to as ‘effective’ if there is scientific evidence that they increase the chances of achieving the probation objectives. The risk of recidivism decreases if you work according to these methods. Proper coordination of the working method with specific clients is always part of an effective methodology. -Effective professionals: who works? Methodologies do not lead a life of their own, they only become effective in the hands of professionals8. Effective professionals are rooted in professional values, work with theoretically consistent methods, stand behind their working methods, are able to interact with different types of people (also with people who find this difficult) and systematically provide specific feedback on their actions and results. The importance of effective and open client feedback is important in this. Furthermore, an effective professional attempts to connect his own experiential knowledge to scientific knowledge to the best of his ability. A professional who meets these characteristics is in a better position than other professionals to ‘ensure the effectiveness’ of the method. -Effective interactions: the working alliance (how does it work?) Methodologies and professionals gain meaning in proper interaction with clients and other stakeholders (for example, social network and volunteers). A proper quality of the working alliance increases the chance of successful completion of a probation programme. The risk of problems within the process is reduced and the risk of dropout (no-show or a negative report) decreases.
DOCUMENT
Op vrijdag 14 mei 2004 heeft de Haagse Hogeschool/TH Rijswijk een internationaal symposium over 'Leiderschap en Diversiteit' georganiseerd. Het symposium handelde over de dynamiek van gender, nationale cultuur en etniciteit in moderne organisaties. Door de diversiteit van medewerkers, klanten en afzetmarkten worden nieuwe eisen gesteld aan de leidinggevende en is de bedrijfscultuur blijvend veranderd. Veel bedrijfsactiviteiten strekken zich uit tot buiten de landsgrenzen. Leidinggeven in of in samenwerking met bijvoorbeeld vestigingen in Zuid-Amerika of Aziatische landen vergt een andere leiderschapsstijl. Kennis van elkaars achtergronden, ofwel transcultureel inzicht, is nodig om optimaal te kunnen samenwerken. Internationaal gerenommeerde sprekers zijn ingegaan op: leiderschap in de Arabische wereld. leiderschap, gender en etniciteit. leiderschap en culturele dynamiek in organisaties. leiderschap en nationaliteit. Na de inleidingen van de gastsprekers werd in vier werkgroepen over deze thema's verder met de gastsprekers van gedachten gewisseld. Het symposium werd afgesloten met een gezamenlijke forumdiscussie en een borrel. Dit verslag is tevens het startsein voor verdere studie over het thema leiderschap en diversiteit binnen het HRM lectoraat. De leden van de HRM Kenniskring gaan verder onderzoek doen en hun kennis over dit thema overdragen in de dagelijkse onderwijspraktijk aan de Haagse Hogeschool/TH Rijswijk.
DOCUMENT