Loneliness among young adults is a growing concern worldwide, posing serious health risks. While the human ecological framework explains how various factors such as socio-demographic, social, and built environment characteristics can affect this feeling, still, relatively little is known about the effect of built environment characteristics on the feelings of loneliness that young people experience in their daily life activities. This research investigates the relationship between built environment characteristics and emotional state loneliness in young adults (aged 18–25) during their daily activities. Leveraging the Experience Sampling Method, we collected data from 43 participants for 393 personal experiences during daily activities across different environmental settings. The findings of a mixed-effects regression model reveal that built environment features significantly impact emotional state loneliness. Notably, activity location accessibility, social company during activities, and walking activities all contribute to reducing loneliness. These findings can inform urban planners and municipalities to implement interventions that support youngsters’ activities and positive experiences to enhance well-being and alleviate feelings of loneliness in young adults. Specific recommendations regarding the built environment are (1) to create spaces that are accessible, (2) create spaces that are especially accessible by foot, and (3) provide housing with shared facilities for young adults rather than apartments/studios.
LINK
Zorgcapaciteit kan een belangrijke schakel zijn tussen multi-probleem omstandigheden en ongunstige ontwikkeling van kinderen. Deze studie heeft als doel om de zorgcapaciteit en de correlaties daartussen te onderzoeken in zeer kwetsbare multiprobleemgezinnen in Rotterdam, Nederland. Zorgcapaciteit (algemeen, emotioneel en instrumenteel) werd prospectief beoordeeld bij 83 zeer kwetsbare vrouwen met behulp van video-observaties van dagelijkse zorgtaken, zes weken postpartum. Ondersteunende gegevens werden verzameld op drie tijdstippen: bij inclusie, zes weken na inclusie en zes weken postpartum, en deze omvatten psychologische symptomen, zelfredzaamheid, problematische levensdomeinen, thuisomgeving, inkomen, depressie, angst en stress. Zwangerschaps- en bevallingsgerelateerde informatie werd verzameld bij verloskundigen. De scores voor zorgverlening door de moeder waren gemiddeld van onvoldoende kwaliteit. Moeders die in een onveilige thuisomgeving leefden (B = 0,62) en moeders met meer problematische levensdomeinen (≤3 domeinen, B = 0,32) vertoonden significant hogere instrumentele zorgcapaciteiten. Andere variabelen waren niet gerelateerd aan zorgcapaciteit. De zorgcapaciteit in deze zeer kwetsbare populatie was van onvoldoende kwaliteit. In de meeste gevallen was er echter geen significant verband tussen zorgzaamheid en de variabelen die gerelateerd zijn aan kwetsbaarheid. Dit betekent dat een mogelijk verband tussen kwetsbaarheid en zorgcapaciteit kan worden veroorzaakt door de interactie tussen verschillende problemen, in plaats van door het type of de omvang van de zorg.
MULTIFILE
The necessity for humans inhabiting the 21st century to slow down and take time to carry out daily practices frames the discourse of this research note. We suggest reconceptualising tourist wellbeing through the concept of slow adventure, as a response to the cult of speed and as a vehicle for engaging in deep, immersive and more meaningful experiences during journeys in the outdoors. We suggest that slow adventure has the potential to improve people’s general health and wellbeing through mindful enjoyment and consumption of the outdoor experience and thus bring people back to a state of mental and physical equilibrium. In so doing, we argue that extending the concept to include discussions around the psychological and social aspects of slow adventure is needed.
MULTIFILE