This article addresses European energy policy through conventional and transformative sustainability approaches. The reader is guided towards an understanding of different renewable energy options that are available on the policy making table and how the policy choices have been shaped. In arguing that so far, European energy policy has been guided by conventional sustainability framework that focuses on eco-efficiency and ‘energy mix’, this article proposes greater reliance on circular economy (CE) and Cradle to Cradle (C2C) frameworks. Exploring the current European reliance on biofuels as a source of renewable energy, this article will provide recommendations for transition to transformative energy choices. http://dx.doi.org/10.13135/2384-8677/2331 https://www.linkedin.com/in/helenkopnina/
MULTIFILE
Increasingly, entrepreneurial growth is discussed in relation to business sustainability and the wider questions of ‘growth’ – economic, green, or sustainable. This chapter will discuss the challenges and opportunities of teaching circular economy and Cradle to Cradle (C2C) models of sustainable production. The course applying circular economy theory to corporate case studies at the liberal arts college in The Netherlands will be discussed. Students were given the assignment to advise an existing company how to make a transition from a linear to circular economy model. https://doi.org/10.1108/978-1-78714-501-620171028 LinkedIn: https://www.linkedin.com/in/helenkopnina/
MULTIFILE
This article will discuss philosophical debates on economic growth and environmental sustainability, the role of management responsibility, and the risk of subversion to business as usual. This discussion will be framed using the concepts of Cradle to Cradle (C2C) and Circular Economy about sustainable production. The case study illustrating the danger of subversion of these progressive models discussed here is based on the assignments submitted by Masters students as part of a course related to sustainable production and consumption at Leiden University. The evaluation of the supposedly best practice cases placed on the website of the Ellen MacArthur Foundation or those awarded Cradle to Cradle certificate has led some students to conclude that these cases illustrated green-washing. Larger implications of identified cases of green-washing for the field of sustainable business and ecological management are discussed. “This is a post-peer-review, pre-copyedit version of an article published in 'Philosophy of Management'. The final authenticated version is available online at: https://doi.org/10.1007/s40926-019-00108-x LinkedIn: https://www.linkedin.com/in/helenkopnina/
MULTIFILE
De achtergrond van het project is het hoogwaardig recyclen van (autobanden)rubbers die het eind van de gebruiksfase hebben bereikt en worden aangemerkt als ‘afval’. In het beoogde proces van hoogwaardige recycling wordt het materiaal middels devulcanisatie zo ver mogelijk teruggebracht tot zijn oorspronkelijke vorm, waardoor de eigenschappen van de elastomeren grotendeels behouden blijven. Het doel is dat het materiaal bij hergebruik als wezenlijk deel van de samenstelling van een nieuw te vervaardigen rubbercompound kan dienen. Beoogde toepassing is terug in banden, dus een cradle-to-cradle loop. Naast het behoud van de unieke rubbereigenschappen is met name de homogeniteit van het materiaal en herverwerkbaarheid van belang. Tevens is het belangrijk dat de kosten van het devulcanisatieproces relatief laag zijn om het economisch aantrekkelijk te maken. De nieuwe methode van recycling past in het principe van de circulaire economie. Het onderhavige project beoogt de praktische vertaling van de kennis die ontwikkeld is in het PhD-onderzoeksproject ‘Closing the Loop’ van de Universiteit Twente in samenwerking met Hogeschool Windesheim naar een tweetal bestaande materiaalstromen. De kennis is opgebouwd voor een specifieke materiaalstroom van een specifieke leverancier, maar is naar verwachting breder inzetbaar voor meerdere materiaalstromen door aanpassing van de procesparameters. Onderdeel van het onderzoek is het analyseren van de kwaliteit van het gedevulcaniseerde materiaal en daarnaast het testen van de eigenschappen van het materiaal na toevoeging van een standaard vulcanisatiesysteem en het bijbehorende vulcanisatieproces. Het onderzoek wordt gedaan door deskundigen in het vakgebied die specifiek kennis en ervaring hebben met betrekking tot rubbermaterialen en -verwerking en recyclingvraagstellingen omtrent rubbers. Er zijn een tweetal MKB-bedrijven bij het project betrokken die jarenlange ervaring hebben met de recycling van rubbers. Daarnaast is RecyBEM, de uitvoeringsorganisatie van het Besluit beheer autobanden (Bba) betrokken bij dit project. RecyBEM organiseert sinds 2004 in Nederland de inzameling en recycling van gebruikte autobanden uit de vervangingsmarkt. Het beoogde projectresultaat betreft kennis over de technische en praktische mogelijkheden van het devulcanisatieproces voor rubber afvalstromen. Om de mogelijkheden van hoogwaardig hergebruik van deze rubbers nauwkeurig te bepalen en kunnen voorspellen worden de materialen tevens opnieuw gecompoundeerd en geanalyseerd. De opgedane kennis en resultaten worden gerapporteerd in een onderzoeksrapport. Tevens zal met instemming van de deelnemende bedrijven hierover een artikel worden geschreven.
De achtergrond van het project is het hoogwaardig recyclen van bandenrubbers die het eind van de gebruiksfase hebben bereikt en worden aangemerkt als ‘afval’. In het beoogde proces van hoogwaardige recycling wordt het materiaal middels devulcanisatie zo ver mogelijk teruggebracht tot zijn oorspronkelijke vorm, waardoor de eigenschappen van de elastomeren grotendeels behouden blijven. Het doel is dat het materiaal bij hergebruik als wezenlijk deel van de samenstelling van een nieuw te vervaardigen rubbercompound kan dienen. Beoogde toepassing is terug in banden, dus een cradle-to-cradle loop. Naast het behoud van de unieke rubbereigenschappen is de homogeniteit van het materiaal en herverwerkbaarheid van belang. Tevens is het belangrijk dat de kosten van het devulcanisatieproces relatief laag zijn om het economisch aantrekkelijk te maken. De nieuwe methode van recycling past in het principe van de circulaire economie. In het voorgaande project, Hoogwaardig hergebruik van elastomeren – Onderzoek naar de mogelijkheden van het devulcanisatieproces voor rubber afval, is het ontwikkelde devulcanisatieproces toegepast op vier verschillende materiaalstromen, alle gebaseerd op personenwagenbanden. Het onderhavige project beoogt de bruikbaarheid van het devulcanisatie proces voor de afvalstroom van vrachtwagenbanden te onderzoeken. Dit materiaal heeft een fundamenteel andere samenstelling, met name een veel hoger gehalte aan natuurrubber, hetgeen zich zal vertalen naar een ander gedrag in het devulcanisatieproces. Daarnaast zal het effect worden onderzocht van een verlaging van de benodigde hoeveelheid chemicaliën en de invloed hiervan op de bruikbaarheid van het devulcanisaat. Hiermee wordt bekeken in hoeverre de economische haalbaarheid van het devulcanisatieproces verbeterd kan worden. Het testen van het devulcanisaat wordt op vergelijkbare wijze uitgevoerd als in het eerdere project. Het onderzoek wordt gedaan door deskundigen in het vakgebied die specifiek kennis en ervaring hebben over rubbermaterialen en -verwerking en recyclingvraagstellingen omtrent rubbers. Er zijn een tweetal MKB-bedrijven bij het project betrokken die jarenlange ervaring hebben met de recycling van rubbers.
Op dit moment wordt bermgras in Nederland hoofdzakelijk gecomposteerd. Dit is een laagwaardige verwerking, waarbij de waarde van organisch materiaal grotendeels verloren gaat (omgezet in CO2, water en warmte). Bermgras is echter een grondstof waar meer waarde uit kan worden gehaald. De vraag vanuit het werkveld is: Is het technologisch en economisch haalbaar om bermgras te valoriseren tot biobased composiet? Ingenia Consultants & Engineers BV richt zich op duurzaam gebruik van reststoffen waarbij gestreefd wordt naar het maximaal haalbare milieurendement. Een van de aspecten waar Ingenia zich op richt is het produceren van composieten uit reststromen. Eco-Makelaar richt zich op het toepassen van Cradle2Cradle materialen in de bouwwereld, weg- en waterbouw en de agrarische sector. Het heeft een portofolio van producten gemaakt van ‘groene’ stromen en een nieuw composiet uit bermgras zou een aanvulling zijn op dit portofolio. Attero richt zich op duurzame verwerking van afvalstromen. Hun doel is om zoveel mogelijk herbruikbare grondstoffen terug te winnen en reststromen om te zetten in duurzame energie en nuttige producten. Attero heeft momenteel een contract om bermgras te verwerken. Alle drie de bedrijven hebben dus tot doel om bermgras tot waarde te brengen. In dit project willen we onderzoeken of er een biobased composiet op basis van bermgras gemaakt kan worden. Focus in dit project ligt op de toepassing van bouwmaterialen, bij voorkeur in een nichemarkt om meer waarde te creëren. De onderzoeksvraag is: Hoe dient bermgras te worden voorbewerkt, zodat het toegepast kan worden voor nieuwe biobased composieten, en is dit economisch haalbaar? HAS Hogeschool bouwt in dit project voort op opgedane kennis rondom persen van organische reststromen in een sap- en vezelfractie, waarbij we in dit project de vezelfractie willen valoriseren tot composiet.