In 2016 zijn de TU Delft, De Haagse Hogeschool en andere hogescholen een samenwerking gestart om in co-creatie met kinderen beweegactiviteiten te ontwerpen. Er is een groot aantal werkvormen ontwikkeld waarmee het inlevingsvermogen en de creativiteit van basisscholieren worden gestimuleerd. Tegelijkertijd komen gymleraren en groepsleerkrachten meer te weten over wat de klas en het individu “beweegt” en waar behoefte aan is in de gymles.
Already for many centuries shoemaking exists as a craft. Orthopaedic shoemaking is a relative new profession that has emerged and evolved during the last century. Originated from the craft of shoemaking it has developed into a profession on the intersection between healthcare and technology. Important drivers were unity of language, developments in science and technology, but also developments in the relationship with society. Whereas in the past shoes were made for patients, today shoes are made with patients, driven by patients’ requirements. This development urges orthopaedic shoemaking to shift from shoe design to the design of mobility solutions, to adopt new ways of interdisciplinary cooperation and to innovate the manufacturing process. This offers many opportunities for research.
The COVID-19 pandemic has changed many aspects of people’s lives, and seems to have affected people’s wellbeing and relation to technology now, and in the future. Not only has it changed people’s lives and the way citizens live, work, exercise, craft and stay connected, the pandemic has also altered the way Human Computer Interaction (HCI) professionals can engage in face-to-face interactions and consequently participatory, human-centered design and research. Limitations in being close to others and having physical, visible and shared interactions pose a challenge as these aspects are typically considered critical for the accomplishment of a transparent, attractive and critical understanding of technology and respective civic and digital engagement for wellbeing. Consequently, the risk now observed is that citizens in the new ‘normal’ digital society, particularly vulnerable groups, are beingeven less connected, supported or heard. Drawing from a study with an expert panel of 20 selected HCI related professionals in The Netherlands that participated on-line (through focus groups, questionnaires and/or interviews) discussing co-creation for wellbeing in times of COVID-19 (N=20), and civic values for conditional data sharing (N=11), this paper presents issues encountered and potential new approaches to overcome participatory challenges in the ‘new’ digital society. This study further draws on project reporting and a ‘one week in the life of’ study in times of COVID-19 with a physical toolkit for remote data collection that was used with older adults (65+, N=13) and evaluated with professionals (N=6). Drawing on such projects and professional experiences, the paper discusses some opportunities of participatory approaches for the new ‘distant’ normal.
Students in Higher Music Education (HME) are not facilitated to develop both their artistic and academic musical competences. Conservatoires (professional education, or ‘HBO’) traditionally foster the development of musical craftsmanship, while university musicology departments (academic education, or ‘WO’) promote broader perspectives on music’s place in society. All the while, music professionals are increasingly required to combine musical and scholarly knowledge. Indeed, musicianship is more than performance, and musicology more than reflection—a robust musical practice requires people who are versed in both domains. It’s time our education mirrors this blended profession. This proposal entails collaborative projects between a conservatory and a university in two cities where musical performance and musicology equally thrive: Amsterdam (Conservatory and University of Amsterdam) and Utrecht (HKU Utrechts Conservatorium and Utrecht University). Each project will pilot a joint program of study, combining existing modules with newly developed ones. The feasibility of joint degrees will be explored: a combined bachelor’s degree in Amsterdam; and a combined master’s degree in Utrecht. The full innovation process will be translated to a transferable infrastructural model. For 125 students it will fuse praxis-based musical knowledge and skills, practice-led research and academic training. Beyond this, the partners will also use the Comenius funds as a springboard for collaboration between the two cities to enrich their respective BA and MA programs. In the end, the programme will diversify the educational possibilities for students of music in the Netherlands, and thereby increase their professional opportunities in today’s job market.
Ons voorstel ‘Biobased Sustainable Aviation Fuel’, richt zich op het ontwikkelen van een nieuwe productieroute voor sustainable aviation fuels (SAFs). Hiermee wordt invulling gegeven aan de behoefte van de luchtvaartindustrie om alternatieve productieroutes voor SAF te ontwikkelen. Deze behoefte komt voort uit het verplicht bijmengen van SAF in conventionele kerosine. Ook hebben bestaande routes voor SAFs te maken met oplopende tekorten in grondstoffen. De productieroute in dit project maakt gebruik van vetzuren, waarmee een veelheid van afvalstromen kan worden verwerkt naar brandstoffen. De vetzuren uit dit project worden geproduceerd door ChainCraft uit organische reststromen via fermentatie. ChainCraft is begonnen als startup vanuit Wageningen Universiteit en heeft bewezen per jaar ongeveer 2000 ton vetzuren te kunnen produceren. Met een chemische reactie worden deze vetzuren omgezet naar ketonen. Dit wordt ketonisatie genoemd. Deze ketonen kunnen opgewerkt worden naar SAF, maar kunnen ook andere chemische toepassingen hebben, zoals het vervangen van palmolie. Het keton dat ontstaat is dus een tussenproduct waarmee verschillende markten bedient kunnen worden. Dit is van belang voor ChainCraft dat nieuwe markten voor haar vetzuren wil ontsluiten. De belangrijkste te ontwikkelen stap in deze productieroute is de verbetering en optimalisatie van de ketonisatiereactie. Dit wordt gedaan door de Hogeschool Rotterdam bij het CoE HRTech, binnen het cluster Verduurzaming Industrie en de opleiding Chemische Technologie. Bij de ketonisatiereactie ontstaat calciumhydroxide als bijproduct. Door dit terug te voeren naar het fermentatieproces kunnen de integrale proceskosten verlaagd worden en de milieu impact gereduceerd. Deze verbeterde fermentatie wordt door ChainCraft geanalyseerd. De te verwachten milieubesparing is 67% minder broeikasgasemissies ten opzichte van petrochemische kerosine. De te verwachten productiekosten zijn vergelijkbaar met gangbare SAFs. Naast ChainCraft en de Hogeschool Rotterdam wordt het voorstel gesteund door SkyNRG. SkyNRG is sinds 2010 de wereldwijde leider op het gebied van SAFs.
Lectoraat Circular Plastics zoekt partners voor onderzoek naar de biologische kringloop van kunststoffen. Hierdoor is zij in contact gekomen met WUR en betrokken geraakt bij de NWO aanvraag ‘Microbial Recycling of Biodegradable Plastics’. Middels dit voorstel gaat een haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd worden naar de organische fractie van kunststof verpakkingsafval voor bedrijven. Bij deze aanvraag zijn ChainCraft en Better Future Factory betrokken. De onderzoeksvraag is of de organische fractie van kunststof verpakkingsafval geschikt gemaakt kan worden voor het procedé van ChainCraft om vetzuren te maken e/o er biopolymeren uit de organische fractie gemaakt kunnen worden voor 3D printer toepassingen van Better Future Factory. De uitkomst van het onderzoek moet inzicht geven of waarde creëren uit de organische fractie voor ChainCraft en Better Future Factory haalbaar is.