Omdat de aarde een uitputbare bron is en de vraag naar grondstoffen wereldwijd sterk toeneemt, neemt de vraag naar een circulaire economie toe (Dijksma & Kamp, 2016). De Nederlandse overheid heeft hierop ingespeeld door circulariteitsdoelen op te stellen om 50% minder primaire grondstoffen te verbruiken in 2030 en 100% in 2050 (de Bruijn, et al., 2019). In de bouwsector wordt hier invulling aan gegeven door circulair te bouwen. Bijvoorbeeld bij de gemeente Olst-Wijhe die een nieuwbouwwijk genaamd Olstergaard op een circulaire wijze wil realiseren door gebruik te maken van beschikbare aanpakken. Echter richten deze aanpakken zich alleen op het gebouw zelf en zijn er onvoldoende handvatten beschikbaar voor de bouwrijpfase. Om ook deze fase van een nieuwbouwproject circulair te realiseren, is een onderzoek uitgevoerd.
MULTIFILE
Den Haag heeft duinen en paleizen, heeft een hofvijver en een tribunaal. Maar naast dit alles is er meer. Er staat zo'n kwart miljoen woningen, er zijn winkels en er zijn bedrijventerreinen. Over het grootste bedrijventerrein van Den Haag, de Binckhorst, gaat dit rapport. Het is een centraal gelegen gebied in Den Haag, zo'n 130 hectare groot. Het gebied mag zich de laatste jaren verheugen in veel aandacht van stedelijke beleidsmakers. De Binckhorst is een grote toekomst toegedicht met een groot aantal nieuwe woningen, een park, kantoren, winkels, verbetering van de verkeersverbindingen en nog veel meer. Ook is er reden om bij vernieuwing van het gebied te zoeken naar verbetering van duurzaamheid (waaronder CO2-uitstoot en energievoorziening). Met een groot accent op binnenstedelijke woningbouw kan ook de druk op verdere stadsuitleg worden verzacht. In het lectoraat Grootstedelijke Ontwikkeling van De Haagse Hogeschool willen we meer weten hoe in Den Haag de maatschappelijke vraagstukken leven en aangepakt worden. Eerder (2000) was het lectoraat betrokken bij de vraag hoe de Binckhorst zich zou kunnen ontwikkelen tot een duurzaam bedrijventerrein. In de publicatie 'Zeker in de stad'(2008) keken we naar de vernieuwing van Den Haag Zuidwest. In de aanpak van Haagse krachtwijken (zoals de Schilderswijk en Transvaal) speelt de vraag wat de lokale overheid in het samenspel met andere partijen vermag om vraagstukken in de wijk op te lossen. In dit rapport wordt de maakbaarheid van de stad nader onderzocht aan de hand van de Binckhorst. Louis Kanneworff, lid van de kenniskring van het lectoraat, gaat in op de planontwikkeling van de Binckhorst. In tweede instantie levert hij in dit rapport ideeën en suggesties hoe de Binckhorst, 'het best bewaarde geheim van Den Haag', een duurzame stadswijk kan worden. Met dit rapport wil het lectoraat bijdragen aan het debat over de ontwikkeling van de stad in het algemeen en van Den Haag in het bijzonder. Reacties zijn welkom.
Waarom groene waterzuivering, en welke plaats neemt groene waterzuivering in de waterketen in? Verder is de vraag belangrijk wanneer we voor technische en wanneer we voor groene waterzuivering kiezen. In hoofdstuk 1 zal dit besproken worden. In hoofdstuk 2 zetten we een aantal aspecten van waterzuivering op een rij, en bespreken we hoe groene resp. technische waterzuivering hierop scoren. Om de plaats van groene waterzuivering in de tijd aan te geven, schetsen we in hoofdstuk 3 een korte geschiedenis van de waterzuivering en geven we de ontwikkelingen daarin aan. In hoofdstuk 4 volgen de aspecten en doelen van groene waterzuivering. We laten andere technieken buiten beschouwing, zoals membraanfiltratie, chemische technieken enz. Nadrukkelijk krijgt hier beleving en biodiversiteit een plaats. Het beleid en wet- en de regelgeving worden hier ook behandeld. Van belang is de probleemanalyse van (afval)waterstromen en stoffen helder te hebben. Dan weten we van welk systeem we gebruik moeten maken. Dit komt in hoofdstuk 5 aan de orde. In hoofdstuk 6 worden de systemen van groene waterzuivering uitgelegd. Gestart wordt met een matrix waarin per systeem duidelijk wordt voor welke afvalstromen dit geschikt is. Van elk systeem worden de volgende aspecten beschreven: - technische beschrijving + foto + doorsnede; - zuiveringsrendementen per stof; - dimensionering (min./max. omvang); - toepassingsgebied; - beheer; - aanleg- en beheerkosten; - bijdrage biodiversiteit/beleving; - aandachtspunten/randvoorwaarden voor het ontwerp, waarin beheer en kosten een rol spelen. In hoofdstuk 7 komt de monitoring aan bod. Ten slotte wordt in hoofdstuk 8 het Handboek afgesloten met praktijkvoorbeelden.
MULTIFILE
De grote jongens in 3D-betonprinten (Bruil, Cybe, Witteveen+Bos, BAM en meer) profileren zich met veel ruchtbaarheid met “het eerste geprinte huis”, “het eerste seriematige project” en “de eerste 3D-geprinte brug”. Wanneer je hier echter beter naar kijkt, worden hele delen van het huis traditioneel-prefab aangeleverd (vloeren) en wapening gebeurt op traditionele wijze (brug). Zijn dit nou de innovatieve breakthrough toepassingen die deze uitdagende technologie ons beloofd? Wat betreft de technologie van het 3D-betonprinten zijn de laatste 4-5 jaar stappen gemaakt, maar de ontwikkeling van de toepassing blijft hierop achter. De afgelopen jaren heeft ook het Saxion lectoraat ID samen met een aantal partners, het 3D-betonprinten verkend in RAAK-mkb KONKREET. Nu de printtechniek enigszins onder de knie is en de eerste bedrijven met commerciële 3D-betonprinters hun intrede op de markt hebben gedaan, is er een verschuiving nodig van aandacht op de techniekontwikkeling naar de ontwikkeling van 3D-betonprint-toepassingen. Technologisch moet er nog het nodige worden uitgezocht, maar de toepassing zou daarin leidend moeten zijn. Zonder uitdagende en kosteninteressante toepassingen heeft ontwikkeling van 3D betonprinten geen toekomst. Maar hoe vinden we die toepassing dan? Is het mogelijk om lessen vanuit andere 3D-printtechnieken zoals 3D-metaalprinten toe te passen? Ook daar heeft de afgelopen jaren een ware zoektocht plaatsgevonden naar relevante toepassingen en was er de ontdekking van een nieuwe manier van denken en ontwerpen. Voor de mkb’er ligt de grote uitdaging in het vinden van interessante toepassingen. Wanneer is het voor mij als bedrijf interessant? In dit project beoogt een breed consortium met partijen vanuit de complete bouwkolom – aannemers, architecten, grondstofleveranciers – maar ook netwerkpartners, ontwerpbureaus en mogelijke toepassers een oplossing te zoeken voor de vraag naar interessante toepassingen van 3D betonprinten. We onderzoeken daartoe een selectiemethode en herontwerpmethode voor toepassingsgericht ontwerpen in 3D-printtechnologie, met bijhorende businesscase(s).
Veel locaties in Nederland kennen permanente bodemverontreinigingen. Dit is een erfenis van ons industrieel verleden. Deze verontreinigingen worden met zogenaamde ‘nazorgmaatregelen’, zoals damwanden, grondwateronttrekkingen en/of monitoring, op hun plaats gehouden (‘beheerst’). In Nederland neemt de ruimtedruk vanuit diverse opgaven toe: woningnood, duurzame energievoorziening en klimaatverandering vragen om ruimte, de regering zet hier fors op in. Verontreinigde locaties blijven vaak uit beeld als ontwikkellocatie voor deze opgaven. Ontwikkeling lukt vooral op locaties waar de (woning)vraag hoog is, zoals in hoogstedelijke gebieden. De overige locaties vormen een onvervuld potentieel voor deze opgaven. Zij kunnen naar verwachting substantieel bijdragen, maar deze potentie is nauwelijks in beeld. Met dit onderzoeksvoorstel ontwikkelen we concrete inzichten en werkwijzen die locatie-eigenaren/beheerders, bodemprofessionals en gebiedsontwikkelaars helpen om de ontwikkeling van verontreinigde locaties succesvol te realiseren en daarmee bij te dragen aan urgente maatschappelijke opgaven. We ontwikkelen inzicht in de potentie van deze locaties, inzicht in de kansen en belemmeringen om tot ontwikkeling te komen en we ontwerpen concrete werkwijzen en methoden om deze ontwikkeling te realiseren. Dit onderzoeksvoorstel sluit aan bij bestuurlijke afspraken tussen Rijk, provincies en gemeenten om tot afbouw van zogenaamde verontreinigde IBC-nazorg locaties te komen en draagt bij aan de verbinding tussen de werelden van de bodemprofessionals en gebiedsontwikkelaars. Dit onderzoeksvoorstel helpt publieke professionals (gemeenten en provincies) om concrete ontwikkeling op verontreinigde locaties beter mogelijk te maken, en daarmee bij te dragen aan de duurzame energietransitie, klimaatadaptatie en woningbouw.