Het rapport ‘SJD in 2020’ biedt zicht op inhoudelijke trends en ontwikkelingen die voor functies in de SJD-beroepspraktijk relevant zijn. Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van het Landelijk opleidingsoverleg Sociaal Juridische Dienstverlening (LOO SJD), door het lectoraat Legal management van de Hogeschool van Amsterdam en docent-onderzoekers van alle aan het LOO verbonden SJD-opleidingen. Het LOO volgt ontwikkelingen in de SJD-beroepspraktijk op de voet, om te borgen dat de opleiding blijft voldoen aan de eisen van het werkveld. In 2014 was het LOO daarom al eerder opdrachtgever voor het voorafgaande onderzoek SJD in beweging. In dit voorafgaande onderzoek stond het in kaart brengen van de omvang van de SJD-beroepspraktijk en de verschillende functies hierbinnen centraal. In dit vervolgonderzoek ligt de nadruk op inhoudelijke ontwikkelingen. Speciale aandacht bestond in het onderzoek voor een drietal thema’s: certificering en (kwaliteits- en beroeps)registers, de impact van digitalisering en het belang dat organisaties hechten aan het onderzoekend vermogen van SJD-professionals.
In 2016 startte de Hogeschool van Amsterdam met het project Dashboardmethode. Een dashboard is een visuele weergave van de meest belangrijke informatie die nodig is in het bereiken van één of meerdere doelstellingen: geordend op een enkel scherm zodat de informatie in één oogopslag te lezen is. Meerdere steden gebruiken dergelijke dashboards, soms met een bepaald thema maar veelal om te laten zien hoe het met een stad gaat. Het is maar een voorbeeld van hoe alles in onze steden, onze ‘smart cities’, steeds meer beheerst wordt door dataprocessen en technologie. Betere toegang tot data en meer data lijken hierin het adagium: met meer informatie over problemen kunnen we ook beter beleid vormen omtrent die problemen. Hoewel dit niet evident is – want over wat voor data hebben we het dan eigenlijk? - is er wel een groeiende behoefte aan betere toegang tot data en informatie. Zeker op buurtniveau lijkt er een groeiende behoefte omdat de grote variatie van partijen, bewoners en problemen in een buurt om een effectievere aanpak van grootstedelijke problematiek vraagt. En juist op buurtniveau zien we vaak nog dat informatie niet up-to-date is en/of slecht toegankelijk is. Deze behoefte was aanleiding voor het project Dashboardmethode, waarbij het doel was het ontwikkelen van een methodiek waarbij de informatie over de problemen en ook effecten van interventies op buurtniveau gevolgd kunnen worden, begrepen en weergegeven in een ‘dashboard’. In het project staat de aanvliegroute centraal en willen we inzichtelijk maken (1) hoe de grote variatie van partijen die acteren in buurten hun informatie beter kunnen gaan delen, (2) hoe dit het startpunt wordt van een productieve dialoog waardoor (3) de samenwerking tussen lokale partijen verbetert. De eerste pilot in de Lodewijk van Deysselbuurt is inmiddels in volle gang. In deze pilot zijn we gestart met een netwerk van jongerenorganisaties die zelf een behoefte ervaren om meer kennis te delen met elkaar. In de pilot is een geleide netwerkdialoog gevoerd: in verschillende sessies is een duidelijker beeld ontstaan van de informatiebehoefte van deze professionals en het type en soort informatie dat zij met elkaar willen delen. Door een dergelijke onderhandeling over kennis te voeren wordt er gebruik gemaakt van de lokale kennis aanwezig in een wijk en wordt een informatie ‘overload’ voorkomen. Deze dialogen leidden weer tot verdere inrichting en ontwerp van het platform: zo ontstond er een iteratief proces tussen dialoog en ontwerp. Gebleken in de pilot is dat, in de ontwikkeling van een online platform, dit alleen een ‘tool’ is in het stimuleren van een offline platform, het kan nooit een vervanging zijn. De ‘tool’ op zich is niet de oplossing, maar de aanjager van een oplossing. Daarbij is het essentieel dat de netwerkleden zelf gemotiveerd zijn om een dergelijk platform vorm te geven. Deze motivatie kan alleen ontstaan als zij zelf inzien waarom het platform een mogelijke oplossing kan bieden voor de problemen die zij in hun werk tegenkomen. De nut en noodzaak moet dus duidelijk zijn, zeker met het oog op de verduurzaming van een dergelijk platform. In het vormgeven van het online platform, wordt dus tegelijkertijd ook het offline platform vormgegeven. Om dit mogelijk te maken is het belangrijk om aan te sluiten bij een bestaand netwerk in de wijk, te beginnen bij lokale sleutelpersonen. Deze personen verschaffen toegang tot het netwerk en bieden de mogelijkheid om het netwerk uit te breiden. Dit biedt kansen voor opschaling van het platform.
In opdracht van de VNG is onderzoek verricht naar de invloed van digitalisering en technologische ontwikkelingen op de juridische functie van gemeenten en de vraag op welke wijze hierop adequaat kan worden ingespeeld. Dit thema is zeer actueel. Technologische ontwikkelingen in de maatschappij stellen gemeenten voor (beleidsmatige) uitdagingen. Digitalisering biedt veel kansen om gemeentelijke dienstverlening en besluitvorming te verbeteren, maar kent tegelijkertijd risico’s. Door de recente toeslagenaffaire staan kwaliteit, rechtvaardigheid en transparantie van overheidsbesluitvorming terecht in het middelpunt van de belangstelling. De inzet van technologie en algoritmes speelt bij dienstverlening en besluitvorming een steeds belangrijkere rol. Dit geldt ook bij gemeentelijke besluitvorming. De uitdaging is om de kansen die technologie biedt te benutten, maar tegelijkertijd juridische kwaliteit te borgen en de menselijke maat te behouden.
Een geschatte hoeveelheid van tussen de 35 en 140 miljoen kilo zwerfafval wordt jaarlijks in Nederland op straat of in de natuur aangetroffen. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het voorkomen en opruimen van zwerfafval. Daarom heeft bijvoorbeeld gemeente Breda de ambitie uitgesproken om de stad in 2030 zwerfafval vrij te hebben. Deze ambitieuze doelstelling moet bereikt worden door acties zowel op het vlak van preventie, als het opruimen en het hergebruik. Om deze acties kwantitatief te onderbouwen en te monitoren zijn gegevens over ligging, hoeveelheid en samenstelling van het zwerfafval noodzakelijk. Het is momenteel al mogelijk om zwerfafvaldata te verkrijgen om analyses op te verrichten. Deze data is afkomstig van vrijwilligers die middels apps als Litterati zwerfafval verzamelen en classificeren (labelen). Het toekennen van een label is een tijdrovende klus en levert maar een beperkt beeld van de totale hoeveelheid zwerfafval in een gemeente. Dit classificeren kan geautomatiseerd worden door object detectie algoritmen welke zijn getraind op afbeeldingen van zwerfafval. Om een groter gebied te monitoren zijn camerasystemen ontwikkeld die in staat zijn zwerfafval automatisch te detecteren. Technisch gezien zijn er steeds meer oplossingen om automatisch zwerfafval in kaart te brengen en te classificeren, maar een praktijkgerichte oplossing voor bijvoorbeeld beleidsmakers zonder technische kennis ontbreekt nog. In dit toegepast ontwerponderzoek werken we samen met gemeente Breda, gemeente ‘s-Hertogenbosch, stichting GoClean, Natuur- en milieuvereniging Markkant, stichting Nederland Schoon, de Antea Group en betrokken MKB-ers aan het antwoord op de onderzoeksvraag “Hoe kan zwerfafval in de openbare ruimte automatisch gedetecteerd en geclassificeerd worden vanuit verschillende, onafhankelijke bronnen met een zo beperkt mogelijke tijdsinvestering van de mens in dit proces.” De technische componenten die hiervoor nodig zijn worden samengevoegd in een gebruiksvriendelijk dataplatform. Op basis van de uitkomsten kunnen gemeenten (en andere publieke partijen) in Nederland datagedreven interventies ontwikkelen om zwerfafval tegen te gaan.
Het project GOUD (Geïntegreerde Ondersteuning voor multidisciplinaire Uitrol van Datagedreven zorg in verpleeg-, verzorgingshuizen en thuiszorg [VVT]) komt voort uit toenemende druk op de VVT-sector door vergrijzing en het tekort aan zorgverleners. Volgens recente beleidskaders kan datagedreven zorg helpen bij de benodigde zorgtransitie. Bij datagedreven zorg leren, beslissen en verbeteren hbo- en mbo-zorgverleners o.b.v. data uit het primaire zorgproces zoals sensordata en rapportages. VVT-organisaties zijn begonnen met top-down visievorming en technisch gedreven pilots, maar komen niet verder. Dit komt omdat datagedreven zorg een complex vraagstuk is dat actieve betrokkenheid van diverse stakeholders (zorg, ICT, staf) vereist, iets waar VVT-organisaties moeite mee hebben. Om dit probleem aan te pakken, werken onderzoekers van Windesheim, Saxion, Hogeschool Utrecht en Deltion College samen om twee VVT-organisaties (Den Bouw Woon-zorg-centrum en AxionContinu) te ondersteunen bij de uitrol van datagedreven zorg. Dit doen ze via ontwerpgericht onderzoek. Ze volgen hierbij de fasen van het recent gepubliceerde cyclische model voor “data in een lerende organisatie” (Vilans, 2023), dat niet eerder geoperationaliseerd is in de praktijk: 1.Richten: Visievorming via multidisciplinaire gesprekstools; 2.Inrichten: Vaststellen (technische) infrastructuur, werkprocessen en definiëren van rollen, taken en verantwoordelijkheden; 3.Verrichten: Methodisch experimenteren met zorgdata; 4.Leren/veranderen: Reflectie op gerealiseerde veranderingen. De hulpmiddelen die in deze werkpakketten worden ontworpen worden geïntegreerd in een toolbox, die het cyclische model operationaliseert en beschikbaar wordt gesteld via de website van het landelijke netwerk “Samen datagedreven werken in Zorg en Welzijn”. Verdere doorwerking in de praktijk wordt ondersteund door Werkgeversvereniging Zorg & Welzijn, Health Valley, Scamander, Beter Healthcare en drie andere VVT-organisaties (Noorderboog, Baalderborg groep en Zorggroep Apeldoorn). Het onderwijs en de competentieprofielen voor zorgprofessionals worden doorontwikkeld via TZA IJssel-Vecht, Aart Eliëns Advisering en V&VN. Doorwerking richting onderzoek gebeurt via betrokken practoren- en lectorenplatformen, Vilans, en Maastricht University
Gemeentelijk beleid wordt steeds belangrijker om verschillende duurzaamheidsdoelen te vertalen naar concrete actie: wijken gaan van het aardgas af om CO2-besparingen te realiseren, binnensteden vergroenen om klimaatbestendig te worden, etc. Deze duurzaamheidsvraagstukken zijn ‘wicked problems’ die vragen om een beleidsproces dat anticipeert op onvoorziene omstandigheden en dat inwoners een belangrijke rol geeft. Voor zowel beleidsproces als inwonerpartcipatie zijn geloofwaardige en begrijpelijke data en informatie die passen bij de leefwereld van de betrokkenen een vereiste. Echter, de datageletterdheid van een deel van de inwoners is beperkt: ze hebben moeite om visualisaties van complexe duurzaamheidsinformatie te interpreteren. Gemeenteprofessionals worden hiermee voor een dubbele uitdaging gesteld. Enerzijds is het een probleem dat gemeenten slechts een groep ‘usual suspects’ kunnen bereiken voor de totstandkoming en uitvoering van duurzaamheidsbeleid, wat het draagvlak ondergraaft. Anderzijds ontbreekt het bestaande visualisaties van duurzaamheidsinformatie aan discussiemogelijkheden en zijn ze te complex voor inwoners met een beperkte datageletterdheid. Deze dubbele uitdaging maakt het bijzonder lastig om een participatietraject op te zetten waarin een diverse groep inwoners wordt bereikt en waarin datavisualisaties die uitnodigen tot het uitwisselen van perspectieven een rol spelen. Dit project ontwikkelt een toolbox ‘Eerste hulp bij datagedreven inwonerparticipatie aan duurzaamheidsbeleid’ om deze uitdagingen het hoofd te bieden. We ontwikkelen en testen met drie gemeenten en hun inwoners enthousiasmerende en eenvoudig te begrijpen datavisualisaties. We zetten met drie andere gemeenten participatieprocessen op waar deze visualisaties deel van uitmaken en we evalueren de inzet van deze visualisaties in praktijkcases over klimaatadaptatie en de energietransitie. De resultaten vertalen we naar voornoemde toolbox, bestaande uit deze visualisaties, ontwerprichtlijnen, een aanpak voor datagedreven participatie in duurzaamheidsbeleid en een aanpak om samen met inwoners visualisaties te ontwikkelen. De toolbox levert naast concrete handreikingen voor datagedreven inwonerparticipatie aan duurzaamheidsbeleid ook een bijdrage aan de adoptie van datagedreven werken binnen gemeenten.