Er is in Nederland nog weinig wetenschappelijke aandacht voor het werk van penitentiair inrichtingswerkers (PIW’ers). Onderzoek is tot nu toe vooral gericht op werkdruk en uitval of onderlinge agressie,een enkele uitzondering daargelaten. Het Nederlandse ‘Prison Project’ is vooral gericht op de effecten van detentie op gedetineerden en hun familie en nauwelijks op ervaringen van degenen die met de gedetineerden werken. Een uitgebreid onderzoek naar het functioneren van PIW’ers dateert al van begin jaren negentig. Er is dan ook betrekkelijk weinig bekend over de beleving en de inhoud van het werk van PIW’ers. In Nederland welteverstaan, want daarbuiten zijn mooie studies verricht, bijvoorbeeld door Liebling en collega’s in Groot-Brittannië en recent door Tournel in België. Niet voor niets wordt het werk van PIW’ers getypeerd als ‘low visibility work’. Er is nog weinig bekend over hun werk en de wijze waarop zij dat werk beleven.
"Binnen en buiten detentie zijn verschillende actoren actief om de gedetineerde te helpen bij re-integratie in de samenleving. Zij werken relatief los van elkaar. Reclassering is in het voortraject actief, in het kader van advisering en als er toezicht is opgelegd in het na-traject. In detentie gaan casemanagers met de gedetineerde aan het werk. Zij hebben relatief weinig contact met professionals die buiten detentie al met de gedetineerde hebben gewerkt, zoals de reclassering, of mogelijk zullen gaan werken, zoals gemeenten of zorginstellingen. Dat geldt ook voor gedetineerden. De overgang van binnen naar buiten is daardoor vaak vrij abrupt. Juist de overgang van binnen naar buiten is een kritische fase en een kwetsbaar moment in het proces van stoppen met criminaliteit. Recente beleidsontwikkelingen laten zien dat betrokken organisaties en ook het ministerie van Justitie en Veiligheid de noodzaak voor verbetering onderkennen. In de vernieuwde visie op het reclasseringswerk staat het samenwerken van reclassering met professionals uit het justitie-, zorg- en sociale domein centraal, en onder het motto ‘in de bak aan de bak’ wil reclassering bijdragen aan intensievere samenwerking met gemeenten en het gevangeniswezen. Gedurende twee jaar is door ons onderzoek gedaan naar de wijze waarop Dienst Justitiële Inrichtingen, 3RO (Reclassering Nederland, Stichting Verslavingsreclassering GGZ en Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering)en in sommige experimenten ook gemeenten in deze elf penitentiaire inrichtingen samenwerkten aan het verbeteren van het re-integratieproces voor gedetineerden. In dit artikel beschrijven we de bevindingen van de experimenten."
Full text via link Het werk binnen een gesloten instelling blijkt een ingewikkelde dynamiek te kennen die niet alleen van vandaag of gisteren is, maar de afgelopen honderd jaar telkens weer de kop opsteekt. Joep Hanrath gaat in zijn artikel nader in op deze dynamiek en geeft de, aan het werk inherente, tegenstrijdige belangen aan van de pedagogisch medewerker. Hij sluit zijn bijdrage af met een perspectief op detentie.
LINK
In het project Selectie Ondersteunend Model (SOM) ontwikkelen we een instrument waarmee wordt bepaald voor welke gedetineerden reclasseringsinzet in de gevangenis nodig is. Het instrument wordt ontwikkeld en uitgeprobeerd in gevangenissen in Sittard en Arnhem en zal daarna in alle gevangenissen te gebruiken zijn.Doel Het doel van dit project is om de rol van de reclassering verder te verdiepen en tot een goede afstemming te komen in de taakverdeling tussen Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) en drie reclasseringsorganisaties (3RO) en gemeenten. Resultaten Een lijst selectiecriteria, inclusief onderbouwing, definiëring van de criteria en een werkbeschrijving over de toepassing daarvan. Looptijd 01 januari 2020 - 01 juni 2021 Aanpak Expliciteren van selectiecriteria samen met reclasseringswerkers en casemanagers. Op grond van literatuur onderbouwen van relevante criteria voor selectie van gedetineerden. Opstellen voorlopige lijst met selectiecriteria. Testen in PI Sittard en PI Arnhem. Eventueel testen in andere PI’s. Vaststellen definitieve lijst selectiecriteria. Relevantie/impact Een effectieve re-integratie van gedetineerden start in detentie. Daar kunnen gedetineerden zich, ondersteund door casemanagers, voorbereiden op hun terugkeer in de samenleving. De expertise van de reclassering is daarbij van toegevoegde waarde. Al tijdens detentie kan bijvoorbeeld gewerkt worden aan versterken van vaardigheden of het goed voorbereiden van een reclasseringstoezicht na detentie.
In dit praktijkgerichte onderzoeksproject werken de lectoraten ‘Bewegen, School en Sport’ en ‘Bewegen, Gezondheid en Welzijn’ van Hogeschool Windesheim en de lectoraten ‘Participatie en Stedelijke Ontwikkeling’ en ‘Werken in Justitieel kader’ van de Hogeschool Utrecht, samen met Stichting Life Goals en drie landelijke koepelorganisaties. Doel is om gezamenlijk te komen tot nieuwe kennis waarmee sociale professionals en sportprofessionals sport als middel kunnen inzetten om mensen in een kwetsbare positie te begeleiden en te ondersteunen om maatschappelijk te participeren. Het gaat in dit project om het afstemmen en optimaliseren van kennis van professionals die werkzaam zijn in de maatschappelijke opvang (zoals het Leger des Heils), het gevangeniswezen, de reclassering en welzijnswerk en om sportprofessionals (zoals maatschappelijke sportcoaches en buurtsportcoaches). Er bestaan verschillende initiatieven om mensen in een kwetsbare positie via sport te helpen om (weer) maatschappelijk te participeren. Sport wordt gezien als een laagdrempelige activiteit waar mensen positieve ervaringen opdoen, vaardigheden kunnen ontwikkelen en sociale contacten kunnen leggen, die zij kunnen inzetten voor de participatie in verschillende domeinen van de samenleving. Echter, het ontbreekt aan goed onderbouwde kennis over de effecten van sport op de maatschappelijke participatie van deze mensen en aan tools die professionals hierbij kunnen ondersteunen. HBO-opgeleide sociale professionals en sportprofessionals geven aan behoefte te hebben aan nieuwe kennis en tools over de wijze waarop zij hun cliënten effectief kunnen ondersteunen en begeleiden. Deze kennisbehoefte heeft enerzijds betrekking op de context waarin de sportactiviteiten voor mensen in kwetsbare positie plaatsvinden en de begeleiding die ze daarbij krijgen. Hoe zorg je ervoor dat deze context zo is ingericht dat sport voor de deelnemers een positieve ervaring wordt en hen zodoende in staat stelt een positiever zelfbeeld te ontwikkelen en vaardigheden en sociale contacten op te doen die hen helpen bij de maatschappelijke participatie op andere levensterreinen? Anderzijds is er behoefte aan nieuwe kennis over de wijze waarop de samenwerking tussen de professionals uit de verschillende sectoren en organisaties geoptimaliseerd kan worden. Vragen die professionals op dit vlak hebben zijn: hoe kan het sportaanbod voor mensen in een kwetsbare positie het best worden georganiseerd, welke partijen zijn daarbij nodig, hoe kan de samenwerking tussen deze partijen het best worden vorm gegeven? Deze praktijkbehoefte is uitgewerkt in de volgende centrale onderzoeksvraag: Hoe kan sport professioneel worden ingezet ter bevordering van de maatschappelijke participatie van mensen in de maatschappelijke opvang, detentie of reclassering, welke contextfactoren zijn daarbij van belang en hoe kan de samenwerking tussen professionals uit verschillende sectoren geoptimaliseerd worden? Dit project levert producten op voor zorg en onderwijs: beschrijvingen van best practices, richtlijnen voor samenwerking, bijscholing (ook voor het aanbieden van diverse sportactiviteiten), een digitaal kennisplatform en artikelen in vakbladen. De kennis die wordt opgedaan vloeit tevens terug naar opleidingen van Hogeschool Windesheim (lichamelijke opvoeding, Sportkunde en Psychomotorische therapie) en Hogeschool Utrecht (opleiding Social Work) o.a. in de vorm van een minor.
Terug na buitenlandse detentie, en dan? Mensen die terugkeren uit buitenlandse detentie (ca. 800 per jaar) hebben door de omstandigheden daar en het proces van terugkeer een slechte startpositie voor re-integratie in Nederland. Zo’n 23% valt vrij snel terug in criminaliteit. Er is vaak sprake van complexe problematiek en de aansluiting en overdracht tussen betrokken instanties zijn verre van optimaal. In dit project maken we met betrokken actoren inzichtelijk wat nodig is voor een goede terugkeer en welke vorm van samenwerking het beste past om goede re-integratie van deze complexe doelgroep te verbeteren. Met een breed consortium van non-profit en MKB partners ontwikkelen we een nieuw samenwerkingsverband van verschillende typen actoren die allen betrokken zijn bij de terugkeer van mensen na buitenlandse detentie in de regio waarbinnen: zij elkaar kunnen vinden en weten wie wat doet, wederzijdse verwachtingen helder en realistisch zijn, de stappen goed op elkaar aansluiten en de gedetineerde (en diens sociale netwerk) centraal staat. Om actoren te ondersteunen en het samenwerkingsverband te versterken, wordt een handreiking ontwikkeld waarin de opeenvolgende stappen in het traject en best practices helder en visueel uiteengezet worden. De ambitie is om op grond van dit project vervolgonderzoek te initiëren. Dit project sluit aan bij de KIA Veiligheid (‘de veiligheidsprofessional’) en bij het Bestuurlijk Akkoord ‘Kansen bieden voor re-integratie’ van de VNG, reclasseringsorganisaties en Dienst Justitiële Inrichtingen. Het project heeft ook zijn uitwerking op het onderwijs door betrokkenheid van docenten en studenten van Integrale Veiligheidskunde, Recht en Social Work. De ontwikkelde kennis draagt bij aan het opleiden van toekomstige professionals in deze met elkaar verbonden domeinen.