In 2015 hebben studenten Medische Beeldvormende en Radiotherapeutische Technieken (MBRT) van Hogeschool Inholland, de Hanzehogeschool en de Fontys Paramedische Hogeschool dosismetingen uitgevoerd bij 21 ziekenhuizen en deze getoetst aan de Diagnostische Referentieniveaus (DRN’s) en vergeleken met de streefwaarden. Het project werd uitgevoerd in opdracht van het RIVM en gefinancierd door het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Uit de toetsingen blijkt dat de DRN’s voor de röntgenopnamen bij volwassenen (X thorax, X bekken, CAG en mammografie) zelden worden overschreden en dat de streefwaarden vaak worden gehaald. Sterker nog, de 75-percentielwaarden van de gevonden waarden geven aanleiding sommige DRN’s te verlagen tot de streefwaarde. Bij de CT verrichtingen komen iets vaker overschrijdingen van streefwaarden en DRN’s voor, m.n. bij CT pulmonale angiografie (CTPA) en CT abdomen.
DOCUMENT
In 2014 heeft Hogeschool Inholland samen met het RIVM voor het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een pilotproject uitgevoerd. In dit project hebben studenten Medische Beeldvormende en Radiotherapeutische Technieken dosismetingen uitgevoerd bij 8 ziekenhuizen en deze getoetst aan de Diagnostische Referentieniveaus (DRN’s). In alle gevallen bleken de toetsingswaarden lager dan het DRN en in de meeste gevallen ook lager dan de streefwaarde. De verschillen in doses tussen de ziekenhuizen waren maximaal een factor 2-3. Opvallend genoeg werden in een enkel geval soortgelijke verschillen binnen 1 ziekenhuis aangetroffen. In 2015 wordt dit project uitgebreid en gaan de Fontys Hogeschool en de Hanzehogeschool meedoen.
DOCUMENT
Onderzoek van het RIVM laat zien dat afdelingen radiologie daadwerkelijk behoefte hebben aan meer DRN's
DOCUMENT
Bij een aan- of afwezigheidsdetectie zijn de moleculair diagnostische methoden (PCR) sneller dan de klassieke kweekmethode. De detectiegrenzen die de fabrikanten van beide PCR kits aangeven worden ruimschoots gehaald, terwijl detectie bij de klassieke kweekmethode regelmatig bemoeilijkt werd of onmogelijk was door stoorflora. Zowel deze flora als de matrix hebben geen invloed op de detectiegrens van beide PCR kits.
DOCUMENT
Ingezonden artikel in MEMO RAD: dit artikel is een samenvatting van afstudeeronderzoek dat de eerste auteur heeft uitgevoerd ter afronding van de bachelor opleiding Medisch Beeldvorming en Radiotherapeutische Technieken aan de hogeschool Inholland.
LINK
Dit rapport is een een discussienota en heeft als doelstelling: het aanreiken van een streefmodel en - in beperkte mate - een methodologie, instrumenten en technieken voor vraaggestuurd opleiden binnen Fontys. Ook wordt aandacht besteed aan strategische beleidsvorming om vraaggestuurd opleiden in de instituten te realiseren.
DOCUMENT
De leraar basisonderwijs van de toekomst zal naast kennisoverdracht ook sterk erop gericht zijn zijn of haar leerlingen op hun eigen ontwikkelingsniveau kennis te leren toepassen en problemen te leren oplossen. Daarvoor is een ander rollenrepertoire voor de leraar van belang geworden: relevante oefenmaterialen en oefeningen ontwerpen en rolpatronen als coaching, uitdagen, diagnostische rol, monitoren van ontwikkeling, zelf voordoen en feedback geven, evalueren. Het dilemma van deze tijd is dat lerarenopleiders die de leraar van de toekomst moeten opleiden zelf zijn grootgebracht met kennisoverdracht als dominant didactisch paradigma. Om deze lerarenopleiders op inspirerende wijze te helpen hun opleidingen toekomstgerichter te maken dient dit veranderingsproject.
DOCUMENT
Voor patiënten die radiologische verrichtingen ondergaan bestaan geen dosislimieten, maar wel zogenaamde Diagnostische ReferentieNiveaus (DRN’s). Dit zijn richtwaarden voor de hoeveelheid straling voor de gemiddelde patiënt bij goede praktijkvoering. In Nederland bestaan nationale DRN’s voor slechts 11 radiologische verrichtingen. In andere Europese landen zijn dat er vaak beduidend meer. Zo ontbreken in Nederland DRN’s voor interventie-radiologische verrichtingen (interventies), terwijl dit juist verrichtingen zijn waarbij vaak relatief hoge stralingsdoses worden uitgedeeld. In deze studie, die gebaseerd is op het afstudeerwerk van twee van de auteurs (GH en MtS), is als proof-of-principle een lokaal DRN afgeleid uit data van een enkel ziekenhuis (het Dijklander ziekenhuis). Voor dit lokale DRN is data verzameld van percutane transluminale angioplastiek (PTA) in de arteria femoralis superficialis (AFS), uitgevoerd met dezelfde apparatuur in één angiografiekamer door twee radiologen. In totaal zijn daarbij 52 complicatievrije interventies geïncludeerd. Uit de verzamelde data is als 75 percentielwaarde een lokaal DRN voor PTA van de AFS afgeleid van 50,9 Gy*cm2. Dit is ruim 20 Gy*cm2 lager dan gevonden in twee andere Europese studies. In die studies werd daarentegen wel veel meer data geïncludeerd van verschillende radiologie-afdelingen. Deze studie laat zien dat het ook in Nederland mogelijk is om voor een interventie een DRN op te stellen. Het verdient de aanbeveling deze studie te herhalen of uit te breiden met data van diverse andere Nederlandse ziekenhuizen om zodoende een nationaal DRN te bepalenn
DOCUMENT
Uit de RAAK-projecten van SIA blijkt dat er op een aantal thema’s veel projecten en onderzoeken plaatsvinden. Verspreid over de hogescholen in Nederland zijn onderzoekers actief op dezelfde onderwerpen. Met de Thematische Impulsen wil SIA overleg en afstemming stimuleren tussen de lectoren en landelijke kennisnetwerken onderling en de beroepspraktijk. Met elkaar stellen zij de state-of-the-art vast, bespreken de verwachtingen die zij hebben voor de toekomst en geven aan waar de zwaartepunten in praktijkgericht onderzoek moeten liggen. De Thematische Impuls sluit aan bij de doelstelling om kennisuitwisseling te bevorderen en daarmee het innovatief vermogen van de beroepspraktijk te vergroten. In dit artikel meer over het doen van praktijkgericht onderzoek op medische beeldvormende diagnostiek in de eerste lijn. Er zijn 3 lectoraten betrokken bij deze thematsiche impuls.
DOCUMENT
Purpose: Despite the increasing evidence that illness perceptions should be addressed in patients, there is a lack of studies evaluating whether physiotherapists question illness perceptions. This study, using a mixed-methods design, investigates the integration of illness perceptions during the first consultation of physiotherapists treating patients with low back pain (LBP). Methods: Thirty-four physiotherapists performed usual history taking in a patient with non-specific LBP. The interview was audiotaped and illness perceptions were indexed using an observational instrument, based on the domains of Leventhals Common Sense Model. Patients were also asked to fill in the Illness Perception Questionnaire-Revised for LBP. Results: Physiotherapists assessed the illness identity, also perceptions regarding the (physical) cause and controllability of LBP were evaluated. Illness perceptions, such as timeline, consequences, coherence and emotional representation, were poorly assessed. Results of the questionnaire reveal that LBP-patients report overuse, workload and bad posture as primary cause. Patients held positive beliefs about the controllability and have high illness coherence. Conclusion: Belgian physiotherapists mainly question bio-medically oriented illness perceptions, e.g. physical symptoms and causes, but do not sufficiently address psychosocially oriented illness perceptions as recommended in LBP guidelines.Implications for RehabilitationBelgian physiotherapists mainly question biomedical oriented illness perceptions (illness identity, provoking factors and treatment control) in patients with low back pain (LBP) during the history taking (i.e. the first consultation).From a bio-psycho-social view psychosocially oriented illness perceptions should be incorporated in the daily routine of physiotherapists to comply with the bio-psycho-social treatment guidelines for LBP.Continuing education is mandatory in order to improve physiotherapists knowledge regarding the use of all dimensions of illness perceptions in the assessment of patients with LBP.
DOCUMENT