Het concept “nudging” is populair geworden door het boek van Thaler & Sunstein uit 2008 waarin nudging wordt omschreven als een manier om mensen door middel van een klein duwtje (een nudge) “betere” beslissingen te laten nemen. Hierbij gaat met ervan uit dat consumenten beïnvloed worden door irrationele motivaties. Mensen maken niet altijd keuzen die het beste zijn voor zichzelf en voor de maatschappij, met name als het gaat om routinematig gedrag, of juist om complexe keuzes. Nudges zijn simpele, niet dwingende interventies die mensen stimuleren een bepaalde keuze te maken terwijl ze hun keuzevrijheid behouden. Nudges maken het gewenste gedrag heel gemakkelijk, aantrekkelijk en sociaal. In dit rapport, uitgevoerd in het kader van het SIA praktijkonderzoek Next Fashion Retail, wordt op basis van literatuuronderzoek en interviews met vijf nudging experts een overzicht gegeven van de meest veelbelovende nudges om het kopen van duurzame mode te stimuleren.
Een holistisch perspectief op binnenstedelijke herontwikkeling Spatial Planning http://www.uu.nl/agenda/promotie-een-holistisch-perspectief-op-binnenstedelijke-herontwikkeling Promovendus Rien van Stigt onderzoekt waarom het moeilijk is om milieukwaliteit een prominente plaats te geven in de besluitvorming over ruimtelijke plannen. In zijn proefschrift ontwikkelt hij een holistisch perspectief op het complexe proces van compacte binnenstedelijke herontwikkeling. De kwaliteit van de stedelijke leefomgeving is essentieel in duurzame stedelijke ontwikkeling. Die kwaliteit staat met name bij compacte binnenstedelijke herontwikkeling onder druk, en daarom is milieukwaliteit een belangrijke factor in het plannen van zulke ontwikkelingen. Uit de literatuur over de integratie van milieubeleid blijkt dat dit, vooral op lagere bestuurlijke niveaus, niet altijd goed lukt. Er is nog geen overtuigende verklaring waarom dit zo is. Promotor(es): Prof.dr. P.P.J. Driessen en Prof.dr. T.J.M. Spit
Dit project: Action Research Tweedehandskleding Circulair Experimenteren (ARTce) richt zich op het verbeteren van de mogelijkheden voor tweedehandskledingverkoop. Bij ARTce staan praktijkvragen centraal, zoals: Welke stromen afgedankte kleding zijn geschikt voor tweedehandsgebruik en waarom? Hoe kunnen deze stromen aan tweedehandskleding opnieuw aantrekkelijk gemaakt worden? Of worden ge-upcycled? Deze praktijkvragen spelen bij o.a. The Swapshop: een MKB-bedrijf met twee winkels (Amsterdam en Rotterdam). The Swapshop heeft een ‘ruil’-model waarbij de ontvangen kleding ‘swaps’ opleveren voor de klant. Deze swaps geven korting bij kledingaanschaf in de winkel. Dit model blijkt kwetsbaar, omdat er swap-waarde zit in de 40% aan kledingitems, die onverkoopbaar blijken te zijn. Door samenwerking met kledinginzamelaar Sympany, komt er iets van waarde retour. De Swapshop heeft op basis van uitkomsten van het circulaire fashion onderzoek van de HU contact met de HU-onderzoekrs gezocht. Hieruit is de kans ontstaan om Action Research onderzoek in te zetten voor onderzoek naar hoe uitgerangeerde tweedehandskleding vanwege de vezelwaarde zo lang mogelijk waardevol blijft circuleren. Hiervoor wordt een living lab opgezet waaraan The Swapshop en Sympany gaan deelnemen. De Green Offices op Utrecht Science Park (USP) van de HU en de Universiteit nemen deel aan het onderzoek. Het HU Denver House (Self-sufficient Challenge House van 2017) is de beoogde locatie voor het ‘Swap-Lab’, waar langere tijd onderzoek mag gaan plaatsvinden (KIEM-project plus opvolgende projecten de komende vijf jaar). Naast de inzichten levert ARTce een netwerk aan bedrijven, die diensten aanbieden om de kledingvezel-waarde te behouden (wassen, repareren, vermaken, hergebruiken voor andere items, wellicht zelfs als woningtextiel). Met inzicht in nieuwe mogelijkheden om kledingitems aantrekkelijk te maken en te houden voor hergebruik, wordt een vervolgonderzoek geformuleerd om de succesvolste gevonden oplossingen uit de Utrechtse praktijk landelijk te gaan opschalen. Met dat onderzoeksplan eindigt dit ARTce-project.
Mode heeft een cruciale functie in de samenleving: zij maakt diversiteit en inclusiviteit mogelijk en is een middel voor individuen om zich uit te drukken. Desalniettemin is mode ook een raadsel op het gebied van duurzaamheid, zowel aan de sociale als aan de milieukant. Er bestaan echter alternatieven voor de huidige praktijken in de mode. Dit project heeft tot doel de ontwikkeling van een van die initiatieven te ondersteunen. In samenwerking met twee Nederlandse MKB bedrijven in de mode-industrie, willen we een of meer business modellen co-designen voor het vermarkten van circulair ontworpen laser geprinte T-shirts. Door lasertechnologie te introduceren in plaats van traditionele inktopties, kunnen de T- shirts hun CO2 voetafdruk verder verkleinen en een verstandig alternatief zijn voor individuen, die op zoek zijn naar duurzame modekeuzes. Maar hoewel de technologische haalbaarheid vaststaat, vereist het vermarkten sterke, schaalbare, bedrijfsmodellen. Via een haalbaarheidsstudie willen we dergelijke businessmodellen ontwikkelen en de commercialisering van deze producten ondersteunen. Wij zijn van plan de reacties van de consument op een dergelijke innovatie te bestuderen, evenals de belemmeringen en stimulansen vanuit het oogpunt van de consument, en de inkoop-, toeleveringsketen- en financiële kwesties die kunnen voortvloeien uit de schaalbaarheid van een potentieel bedrijfsmodel. Om praktische relevantie voor de bredere industrie te verzekeren, streven we ernaar om de resultaten te presenteren op evenementen georganiseerd door een van de consortiumpartners (in 2023), als ook om een teaching case en een wetenschappelijk artikel te ontwikkelen op basis van de resultaten van het project.
Met dit KIEM GoCI-project onderzoeken en ontwikkelen wij interventies om jongeren te stimuleren om duurzamere kledingkeuzes te maken. Deze interventies kunnen worden toegepast door mkb-bedrijven, gemeenten, modeketens en andere consumentengerichte non-profit organisaties. Tevens bouwen we een netwerk op welke zich inzet voor duurzame gedragsverandering bij consumenten rondom kleding, waarbij we in het bijzonder letten op de rol van mkb-bedrijven en gemeenten in deze transitie. Dit legt de basis voor een beoogd vervolgonderzoek in de vorm van een RAAK voorstel met hetzelfde onderwerp: gedragsverandering gericht op duurzamere kledingkeuzes. De basis voor dit project wordt gevormd door een vooronderzoek voor de gemeente Almere en de bedrijven UNRAVELAU, SEEFD en Van Loof waarin meerdere interventies zijn ontworpen om jongeren te stimuleren om duurzamere kledingkeuzes te maken. In dit KIEM GoCI-project starten we met de prototypes uit dit vooronderzoek. De eerste stap is om de prototypes te evalueren op bruikbaarheid/ aantrekkelijkheid bij de doelgroep. Daarnaast wordt onderzocht welk effect de interventies hebben, zoals bewustzijnsverandering en toegenomen intentie om duurzamere kledingkeuzes te maken. De tweede stap in dit project is om te inventariseren welke interesses en behoeften andere consumentgerichte organisaties hebben voor het stimuleren van duurzamere kledingkeuzes en welke ervaringen ze hierin al hebben opgebouwd. De derde stap betreft het verbeteren van de prototypes op basis van de verbeterpunten die komen uit de evaluatie van de interventies (stap 1), samen met ervaringen met andere interventies gericht op duurzaam kledinggedrag die uit de netwerkgesprekken naar voren komen (stap 2). Afsluitend – stap 4 – vindt een bijeenkomst plaats voor betrokken stakeholders met als doel om tot een toekomstige samenwerking te komen. Tijdens de bijeenkomst bespreken we praktijkvragen van de verschillende partijen en benodigde verdere stappen voor verkenning van de vraagstukken uit het veld: deze activiteiten dienen als opmaat naar de vraagarticulatie voor een bredere RAAK-aanvraag.