De LO-docent is vaak niet de enige beweegprofessional in en rondom een school die zich bezighoudt met beweegstimulering van kinderen om ze voldoende te laten bewegen. Ook bijvoorbeeld een buurtsportcoach of JOGG-regisseur kunnen hier bij betrokken zijn. Iedere professional heeft zijn eigen invalshoek van waaruit hij/zij werkt met bepaalde taken en verantwoordelijkheden. Die taken zijn niet alleen afhankelijk van welke beweegprofessionals allemaal betrokken zijn, maar ook van de unieke context van de school met daarin de school-specifieke behoeften, wensen en mogelijkheden. Om inzicht te krijgen in het veelzijdige werk van de beweegprofessionals in en rondom school hebben we zes rollen ontwikkeld, gebaseerd op de eerder ontwikkelde rollen van de Gezonde School-adviseur. In dit artikel beschrijven we deze zes rollen en gaan we vervolgens in op de mogelijkheden die deze rollen bieden voor zowel de verdere professionalisering van de beweegprofessional, als voor de samenwerking op schoolniveau.
Hoe kan het dat iedereen weet dat bewegen en spelen essentieel is voor de ontwikkeling van kinderen en jongeren, maar dat het niet vanzelfsprekend onderdeel is van hun dag? Met mijn lectoraat Bewegen in en om School draag ik, Mirka Janssen, bij aan de missie ‘alle kinderen leren goed bewegen, bewegen met plezier en bewegen regelmatig’. De vakleerkracht bewegingsonderwijs (primair onderwijs) en de docent lichamelijke opvoeding (voortgezet onderwijs) spelen een belangrijke rol in deze missie, omdat in Nederland bijna 100% van de kinderen naar school gaat. Mijn onderzoeksgroep doet daarom onderzoek dat bijdraagt aan het opleiden tot en nascholen van vakleerkrachten bewegingsonderwijs en docenten lichamelijke opvoeding. Samen met collega’s van de opleiding Academie voor Lichamelijke Opvoeding en partners uit het werkveld, zorgen we dat deze kennis in de opleiding en het werkveld terechtkomt. Maar echte doorwerking van ons onderzoek komt pas tot stand als we duurzaam samenwerken: met kinderen en jongeren zelf, met professionals uit andere beroepsgroepen, met de werkgevers, met de (lokale) politiek, met andere onderzoekers van dezelfde discipline, met onderzoekers van andere disciplines (nationaal en internationaal) en met subsidiegevers. We moeten ervoor zorgen dat bewegen het nieuwe normaal wordt en niet als bijzaak wordt gezien.
Vanuit het basisonderwijs is de behoefte groot om meer vanuit een whole-child approach de schooldag in te richten, waarbij er niet alleen focus is op de cognitieve ontwikkeling, maar een bredere focus op welbevinden van kinderen. Die behoefte is gegroeid door de lockdowns in 2020 en 2021. Leerkrachten geven aan dat zij meer kinderen in de klas hebben die problemen in hun gedrag laten zien, zowel in de omgang met volwassenen en met andere kinderen, als verminderde taakgerichtheid in de klas. Enkele groepsleerkrachten en vakleerkrachten bewegingsonderwijs experimenteren daarom met het meer dynamisch inrichten van de schooldag, waarbij er regelmatig een afwisseling is van zittend leren en (gezamenlijke) beweegmomenten. Maar vervolgens ervaren groepsleerkrachten problemen in tijd, ruimte, materiaal, betrokkenheid van kinderen en aanpak bij de voorbereiding en organisatie van een beweegmoment. Daarnaast ondervinden de groepsleerkrachten en vakleerkrachten weerstand bij collega’s (“onrust in de klas”), directie en ouders (“wordt er nog wel geleerd op school?”) in het vormgeven, implementeren en borgen van een meer dynamische schooldag. In dit project ontwerpen de deelnemende scholen aan de hand van een basis onderwijsinnovatie Dynamische Schooldag, een Dynamische Schooldag op maat, passend bij hun context. Het onderzoeksplan heeft als basis een hybride effect-implementatie trial, wat betekent dat we het proces van de implementatie en het effect evalueren. De onderzoeksvragen zijn: 1) In hoeverre lukt het schoolteams om een op maat gemaakte Dynamische Schooldag toe te passen en wat zijn faciliterende en belemmerende factoren in het implementatieproces (procesevaluatie)? En 2) Wat is het effect van een dynamische schooldag op het welbevinden van 8-12 jarige leerlingen, het gedrag in de klas (taakgerichtheid, sfeer en sociale omgang) en hun zit- en beweeggedrag?
Van alle leeftijdscategorieën zitten jongeren, met gemiddeld 10,6 uur per dag, het meest. Een groot deel daarvan zitten ze - letterlijk- op school. Leerlingen willen graag meer bewegen tijdens de schooldag, maar zien weinig aanleiding daarvoor. Docenten geven aan daar weinig ruimte voor te hebben in de les. Tijdens de COVID-19 lockdown is veel ervaring opgedaan met beweegchallenges vanuit de gymles op afstand. Binnen dit project gaan docenten, leerlingen en een app-ontwikkelaar samen de mogelijkheden verkennen om de ervaringen met beweegchallenges in te zetten voor het dynamischer maken van de schooldag ondersteund door digitale technologie. Tijdens een dynamische schooldag wordt langdurig zittend leren, regelmatig onderbroken voor een bewegingstussendoortje. Omdat het voor het slagen van een (gezondheids)interventie belangrijk is om de doelgroep mee te nemen in het ontwikkelproces, zal binnen dit project een participatieve aanpak worden gebruikt. Afzonderlijk van elkaar zullen LO-docenten en leerlingen input leveren op randvoorwaarden waaraan een interventie ondersteund door digitale technologie en gericht op een dynamischere schooldag volgens hen aan moet voldoen. De app-ontwikkelaar is expert op het gebied van digitale technologie en zal mee denken over de haalbaarheid van de de geschetste randvoorwaarden. Vervolgens maken docenten, leerlingen en de app-ontwikkelaar samen een selectie van een breed gedragen set van randvoorwaarden. Aan dit project werken voortgezet onderwijs scholen mee uit zowel Amsterdam als Groningen.
Lectorenplatform Sport en Bewegen Er zijn mooie stappen gezet in de eerste fase van het lectorenplatform Sport en Bewegen. Hierbij fungeerde het platform als een pilotproject voor de platformregeling van regie-orgaan SIA. In de eerste fase is het ons gelukt om onderling te verbinden en elkaar beter te leren kennen. Met de platformregeling II willen wij meer maatschappelijke impact genereren. Dit willen wij doen door in te zetten op drie kerndoelen; positioneren om te programmeren en te valoriseren. Meer concreet willen we in de komende twee jaar we de volgende drie ambities realiseren: (i) Versterking van de positie van het HBO sport- en beweegonderzoek (positioneren); (ii) Versterken van inhoudelijke samenwerking en voorbereiden van een gemeenschappelijke onderzoeksaanvraag (programmeren); (iii) De kennisdeling en implementatie van onderzoeksresultaten (valoriseren). Het lectorenplatform Sport en Bewegen kent een open karakter. De kern van het lectorenplatform wordt gevormd door lectoren die werkzaam zijn bij de acht sporthogescholen die Nederland kent (verenigd in het HSO (Hogescholen Sport Overleg)). Binnen deze acht hogescholen worden bachelor en HBO masterprogramma’s aangeboden gericht op sport en bewegen. Het lectorenplatform Sport en Bewegen sluit sterk aan bij twee van de tien thema’s zoals geformuleerd in de “Strategische onderzoeksagenda HBO” te weten: 1) gezondheid: zorg en vitaliteit en 2) onderwijs en talentontwikkeling. Daarnaast bestaat er binnen het veld Sport en Bewegen ook een Nederlandse Kennisagenda Sport en Bewegen (2016) en een NWA route Sport en Bewegen. Duurzame samenwerking, ook na afloop van een eventuele subsidie, vinden we enerzijds op inhoudelijk niveau door in te zetten op een gezamenlijk onderzoeksprogramma (wellicht Sprong) en anderzijds op strategisch niveau, door een structurele samenwerking te realiseren met het Topteam Sport en Kenniscentrum Sport.