Witwassen wordt beschouwd als een ernstige bedreiging voor de Europese Unie. Sinds juni 2017 dient het anti-witwasbeleid van de lidstaten te zijn gebaseerd op de uitgangspunten en eisen van de vierde Europese anti-witwasrichtlijn. Deze richtlijn beoogt een aantal knelpunten en tekortkomingen van de eerdere Europese regelgeving op te lossen. De misschien wel meest relevante verandering van de nieuwe richtlijn is de verplichte hantering van de risicogerichte benadering van het witwassen op drie niveaus: door de lidstaten, door de verschillende toezichthouders en door de individuele instellingen. De achterliggende gedachte daarvan is dat overheden en instellingen hun beleid en inzet van middelen kunnen aanpassen aan het risicoprofiel, de feitelijke witwasdreiging, per sector, product of klantgroep. In beginsel kan een dergelijke aanpak leiden tot meer resultaat en lagere kosten. In dit artikel wordt ingegaan op de belangrijkste praktische aspecten van de risicogerichte aanpak en de mogelijke impact op zowel de doeltreffendheid, als de doelmatigheid van de Nederlandse witwasbestrijding. De kernvraag die aan de orde komt, is in hoeverre de vierde richtlijn, en de gewijzigde Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft), daadwerkelijk risicogericht anti-witwasbeleid faciliteert. Hoewel de inkt van de nieuwe richtlijn nauwelijks is opgedroogd, wordt er door wetgevende Europese gremia druk gesproken over substantiële aanpassingen van de Vierde Richtlijn. Omdat de definitieve tekst van deze Vijfde Richtlijn nog niet bekend is, wordt in dit artikel niet verder ingegaan op de mogelijke aanpassingen. LinkedIn: https://www.linkedin.com/in/pietersteenwijk/
In dit essay wordt de invloed van het proces van Europese integratie op de beroepspraktijk belicht: welke opleidingen worden geraakt door de beleidsontwikkelingen in Brussel, en welke beroepen en vakken worden er in de praktijk door beinvloed? Tevens wordt stilgestaan bij mogelijke ontwikkelingen in de toekomst ten aanzien van deze onderwerpen
Joris Voorhoeve is verbonden aan de Haagse Hogeschool en de Universiteit Leiden, is oud-politicus en minister en kenner van de internationale betrekkingen. Met hem praten wij over het belang van de wetenschap, over de politieke drang om te scoren en de importantie van een lange-termijn strategie. Uiteraard bespreken we ook de laatste geopolitieke roddels en hoe het toch verder moet met het Europese defensiebeleid; door met de vertrouwde NAVO of wellicht een hechtere Europese samenwerking?
De Thematafel Veiligheid heeft in de loop van 2023 een hernieuwde, krachtige impuls gekregen, in 2024 sloten ook het NIPV en de Politieacademie zich aan en met Defensie is het gesprek aangegaan. Vanuit deze bestuurlijke basis ziet de Thematafel voor de jaren 2025-2026 een bijzondere uitdaging door de snel veranderende geopolitieke situatie en de implicaties hiervan voor de veiligheid van de Nederlandse samenleving. De Thematafel zet stevig in op de verdere strategische ontwikkeling van het hbo-onderzoek, in verbinding met de betrokken lectoren, met Europese collega’s en in nauwe samenwerking met organisaties in het brede palet van het Nederlandse veiligheidsdomein.
Een Europese samenleving zet primair in op het bevorderen van participatie en inclusie, zodat ieder individu gelijke rechten en kansen heeft om actief mee te doen op de arbeidsmarkt en mensen in waardigheid, gelijkheid en solidariteit samenleven. Deze samenleving staat echter stevig onder druk met het huidige politieke sentiment in Europa en de oorlog in Oekraïne. Actueel is de ondersteuningsbehoefte van mensen die gevlucht zijn voor oorlogsgeweld en aan het werk willen. Bovendien krimpt de beroepsbevolking in Europese arbeidsmarktregio’s. Om onze brede welvaart op peil te houden, telt ieder talent. Dat vraagt om een inclusieve aanpak met als resultaat dat vluchtelingen een passende plek op de arbeidsmarkt krijgen. Hoewel dit in diverse Europese arbeidsmarktregio’s, zoals in Nederland, België, Litouwen, Oekraïne, hoog op de beleidsagenda’s staat, worstelen deze regio’s met de vraag hoe je concreet en ‘evidence based’ tot zo’n aanpak komt. In deze pilot zoekt het lectoraat Sociale innovatie van de hogeschool Windesheim samen met zeven Europese kennisinstellingen praktische antwoorden door duurzame leergemeenschappen te bouwen. Daarmee leggen we de basis voor meerjarig praktijkgericht onderzoek en voor disseminatie naar andere Europese landen met hun specifieke karakteristieken. Deze pilot sluit aan bij de inhoudelijke vraagstukken van de strategische meerjarige agenda’s van de arbeidsmarkregio’s in Oost-Nederland. Daarmee zorgen we voor regionale verankering. De pilot bouwt ook voort op praktijkgerichte onderzoeken van de consortiumpartners. Zo maakt het lectoraat deel uit van het landelijke kernteam Inclusieve Arbeidsmarkt en past de pilot bij haar internationale ambities, zoals blijkt uit het onderzoeksprogramma All4Talent en deelname van Windesheim aan het Europese universiteitsinitiatief DIVERSE. Daarnaast is er een sterke verbinding met de sociale Europese agenda om economische en sociale beleidsdoelen te bereiken, van inclusieve groei en productiviteit tot vitaliteit op de werkplek en in de samenleving. Deze pilot leidt tot langdurige Europese samenwerking om regionale arbeidsmarkten inclusiever te maken.