Climate change is now considered more than just an environmental issue, with far-reaching effects for society at large. While the exact implications of climate change for policing practice are still unknown, over the past two decades criminologists have anticipated that climate change will have a number of effects that will result in compromised safety and security. This article is informed by the outcome of a co-creation workshop with 16 practitioners and scholars of diverse backgrounds based in The Netherlands, who sought to conceptualize and systematize the existing knowledge on how climate change will most likely impact the professional practice of the Dutch (or any other) police. These challenges, with varying degrees of intensity, are observable at three main levels: the societal, organizational, and individual level. These levels cannot be separated neatly in practice but we use them as a structuring device, and to illustrate how dynamics on one level impact the others. This article aims to establish the precepts necessary to consider when exploring the intersection between climate change and policing. We conclude that much still needs to be done to ensure that the implications of climate change and the subject of policing are better aligned, and that climate change is recognized as an immediate challenge experienced on the ground and not treated as a distant, intangible phenomenon with possible future impacts. This starts with creating awareness about the possible ways in which it is already impacting the functioning of policing organizations, as well as their longer-term repercussions.
MULTIFILE
Objective reduction of physical activity (PA) during pregnancy is common but undesirable, as it is associated with negative outcomes, including excessive gestational weight gain. Our objective was to explore changes in five types of activity that occurred during pregnancy and the behavioural determinants of the reported changes in PA. Design we performed a secondary analysis of a cross sectional survey that was constructed using the ASE-Model – an approach to identifying the factors that drive behaviour change that focuses on Attitude, Social influence, and self-Efficacy. Participants 455 healthy pregnant women of all gestational ages, receiving prenatal care from midwifery practices in the Netherlands. Findings more than half of our respondents reported a reduction in their PA during pregnancy. The largest reduction occurred in sports and brief rigorous activities, but other types of PA were reduced as well. Reduction of PA was more likely in women who considered themselves as active before pregnancy, women who experienced pregnancy-related barriers, women who were advised to reduce their PA, and multiparous women. Fewer than 5% increased their PA. Motivation to engage in PA was positively associated with enjoying PA. Key conclusions and implications for practice all pregnant women should be informed about the positive effects of staying active and should be encouraged to engage in, or to continue, moderately intensive activities like walking, biking or swimming. Our findings concerning the predictors of PA reduction can be used to develop an evidence-based intervention aimed at encouraging healthy PA during pregnancy.
MULTIFILE
De leidraad ondersteunt mbo-instellingen om zich tot lerende organisaties te ontwikkelen. In een mbo-school als lerende organisatie verbeteren docenten, opleidingsteams en schoolleiders hun onderwijs op een onderbouwde en duurzame manier. Door zich te verdiepen in bestaande kennis, ervaringen te delen, van elkaar te leren en samen te werken. Het doel van deze leidraad is om docenten, opleidingsteams en schoolleiders kennis en handvatten te bieden om zich tot een lerende organisatie te ontwikkelen. We verbinden kennis uit onderzoek aan kennis en ervaringen van docenten. Ook bieden we handvatten om de manier van duurzaam werken aan kwaliteitsverbetering te kunnen verankeren in de cultuur van de mbo-instelling. Aan de hand van de zes aanbevelingen in deze leidraad, werk je toe naar een lerende organisatie. In aanbeveling 1 en 2 focus je op het onderzoeksmatig en cyclisch werken aan onderwijsverbetering en in aanbeveling 3 t/m 6 werk je aan het creëren van een onderzoekscultuur: Kom tot een onderbouwd en gedragen verbeterplan Zorg voor een proces van uitvoeren, monitoren, bijstellen en borgen Stimuleer een onderzoekende houding Stimuleer samen leren in het team Benut kennis en expertise Creëer een schoolklimaat waarin leiderschap wordt gespreid
MULTIFILE
Het kennisnetwerk “Leren en Ontwikkelen voor Toekomstgericht Onderwijs” richt zich op onderwijsvernieuwingsvraagstukken. Scholen staan voor complexe uitdagingen waaronder een toename in diversiteit aan leerlingen die maatwerk vragen, de hardnekkige kansenongelijkheidsproblematiek, de noodzaak nieuwe technologieën adequaat in te zetten, en de opdracht leerlingen nieuwe leerinhouden maar vooral nieuwe leervaardigheden aan te leren. Voor scholen leidt dit tot aanpassingen zoals afstappen van klassikaal werken, focussen op leerprocessen in plaats van leerproducten en inzetten op autonomievergroting bij leerlingen. Onafhankelijk van de sector kampen scholen met vergelijkbare (ontwikkel)vraagstukken zoals nieuwe (meer ontwerpende en coachende) rollen van leraren, het anders beoordelen en monitoren van leerlingen en nieuwe samenwerkingsvormen binnen teams. Ons kennisnetwerk omvat bestaande samenwerkingsverbanden van lerarenopleidingen en scholenclusters die ervaring hebben met gezamenlijk onderzoek doen, opleiden en professionaliseren. De lectoren kennen elkaar van gemeenschappelijke (praktijkgerichte) onderzoeksprojecten, professionaliseringsactiviteiten en onderwijsontwikkeling. In het kennisnetwerk brengen we de verschillende samenwerkingsverbanden fysiek samen doordat onderzoekers, (toekomstige) leraren en lerarenopleiders in kennislabs op een onderzoeksmatige manier werken aan praktische oplossingen voor eerdergenoemde vraagstukken. Daarbij wordt gebruik gemaakt van een methodiek voor hybride kennislabs, ontwikkeld door een van de lectoraten, samen met de OU. Binnen het netwerk is een kernteam verantwoordelijk voor enerzijds destillatie van prangende onderzoeksvragen en het doen van onderzoeksaanvragen en anderzijds de monitoring van zowel de leeropbrengsten als praktische opbrengsten (werkzame principes) van de kennislabs en de verfijning van de werkwijze binnen de kennislabs. Het uiteindelijke doel zijn kennislabs die zodanig regionaal verankerd zijn wat betreft de professionalisering van betrokkenen, kennisdeling, inspiratie en ondersteuning bij het ontwikkelen van toekomstgericht onderwijs en het aanvragen en uitvoeren van praktijkgericht onderzoek dat deze na vier jaar zonder subsidie kunnen worden voortgezet. Daarnaast vormen ze een onmisbaar onderdeel van een landelijke kennisinfrastructuur. We beogen een open netwerkorganisatie waarbij lerarenopleidingen, scholen en kennisinstellingen zich op basis van hun expertise kunnen aansluiten