Most FLP research focuses on intrafamily communication (1FLP) and how this is impacted by larger contexts. But what happens when different multilingual families interact intensively on a daily basis? This article analyses language use during a holiday in India in and between four deaf-hearing befriended families, and how this evolved over the twelve days of the trip (4FLP). Three of the four families are our (the authors’) own. The family members originate from the UK, Belgium, Denmark and India. All families use more than one language at home (at least one sign language and one spoken language), and all family members are fluent signers. We ask: how does intrafamilial FLP (1FLP) at home inform interfamilial FLP (xFLP) on holiday? And how does interfamilial contact on holiday inform intrafamilial FLP during that same holiday? The data discussed in the article is organised along different multilingual practices, some of them general to multilingual interactions and others specific to multilingual signers: language mixing, switching and learning, language brokering, speaking and signspeaking. The findings reveal rich complexities of interfamilial language practices which inform thinking on FLP and multilingualism.
LINK
Worldwide, an increasing number of students seek private supplementary tutoring, known as ‘shadow education.’ Various studies report social class differences in the use of shadow education. High-SES families may invest in shadow education as a form of concerted cultivation, seeking to improve their children’s school achievement. In this study, we apply meta-analytic structural equation modeling to explore relationships between parental education, income, and the use of shadow education across nations and educational contexts. We find robust relationships between parental education, income and the use of shadow education. Moreover, we assess a mediating role of shadow education in the relationship between SES and achievement. Shadow education appears to fulfill a competitive function for privileged families who seek to secure advantage in educational competition. We conclude that educational research, particularly research concerned with inequality of opportunities, needs to take account of the progressively prominent position of shadow education in the educational landscape.
AimTo synthesize the literature on the experiences of patients, families and healthcare professionals with video calls during hospital admission. Second, to investigate facilitators and barriers of implementation of video calls in hospital wards.DesignScoping review.MethodsPubMed, CINAHL and Google Scholar were searched for relevant publications in the period between 2011 and 2023. Publications were selected if they focused on experiences of patients, families or healthcare professionals with video calls between patients and their families; or between families of hospitalized patients and healthcare professionals. Quantitative and qualitative data were summarized in data charting forms.ResultsForty-three studies were included. Patients and families were satisfied with video calls as it facilitated daily communication. Family members felt more engaged and felt they could provide support to their loved ones during admission. Healthcare professionals experienced video calls as an effective way to communicate when in-person visits were not allowed. However, they felt that video calls were emotionally difficult as it was hard to provide support at distance and to use communication skills effectively. Assigning local champions and training of healthcare professionals were identified as facilitators for implementation. Technical issues and increased workload were mentioned as main barriers.ConclusionPatients, families and healthcare professionals consider video calls as a good alternative when in-person visits are not allowed. Healthcare professionals experience more hesitation towards video calls during admission, as it increases perceived workload. In addition, they are uncertain whether video calls are as effective as in-person conservations.Implications for the Clinical PracticeWhen implementing video calls in hospital wards, policymakers and healthcare professionals should select strategies that address the positive aspects of family involvement at distance and the use of digital communication skills.Patient ContributionNo patient or public contribution.
MULTIFILE
Bedrijfsovername is een grote uitdaging voor agrarische familiebedrijven, waarbij het sociaal-emotioneel welzijn van de familie is geïdentificeerd als een belangrijk knelpunt. Vanuit het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK) en het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) is in 2019 het beleidsprogramma Duurzame Bedrijfsopvolging gestart om het aantal succesvolle bedrijfsoverdrachten te verhogen. Een belangrijk onderdeel hiervan is een op te richten Kenniscentrum. Dit project wil het Kenniscentrum voeden met onderzoek naar de familiale dimensie van bedrijfsopvolging. Het praktijkonderzoek wordt uitgevoerd door een consortium bestaande uit het Lectoraat Familiebedrijven van Hogeschool Windesheim, Aeres Hogeschool Dronten, Van Hall Larenstein Leeuwarden, het Fries Sociaal Planbureau, het NAJK en LTO Noord. Doel van dit project is het inventariseren en evalueren van de ondersteunende advies- en kennisinfrastructuur op de familiale dimensie bij het opvolgingstraject van agrarische familiebedrijven. Dit doen we door inzichten op te halen bij zestien agrarische bedrijfsfamilies, in verschillende stadia van het opvolgingsproces. In het project vergelijken we hoe de families en de ondersteunende advies- en kennispartijen omgaan met de belangen en behoeften van verschillende familieleden (opvolgers, overdragers, partners en niet-opvolgers) tijdens het opvolgingsproces. Daarnaast wordt kwantitatief onderzoek gedaan onder studenten op de twee deelnemende agrarische hogescholen, om de behoeften en verwachtingen van potentiële opvolgers en niet-opvolgers ten aanzien van bedrijfsoverdracht in kaart te brengen. Het project moet resulteren in gevalideerde verbetervoorstellen (stappenplannen) voor zowel agrarische bedrijfsfamilies als adviseurs gericht op de verschillende stadia van bedrijfsopvolging. Ook worden spelvormen ontwikkeld om moeilijke en relationeel ingewikkelde onderwerpen beter bespreekbaar te maken in het agrarisch onderwijs. Tot slot worden de resultaten van het onderzoek geschikt gemaakt voor gebruik binnen agrarische scholen om het curriculum over de zachte kant van bedrijfsopvolging te versterken.
In the Netherlands approximately 2 million inhabitants have one or more disabilities. However, just like most people they like to travel and go on holiday.In this project we have explored the customer journey of people with disabilities and their families to understand their challenges and solutions (in preparing) to travel. To get an understanding what ‘all-inclusive’ tourism would mean, this included an analysis of information needs and booking behavior; traveling by train, airplane, boat or car; organizing medical care and; the design of hotels and other accommodations. The outcomes were presented to members of ANVR and NBAV to help them design tourism and hospitality experiences or all.
In dit project verricht het lectoraat Familiebedrijven van Hogeschool Windesheim samen met CAH Vilentum in Dronten, LTO Noord, NAJK en agrarische MKB familiebedrijven praktijkgericht onderzoek naar de familiale en bedrijfsmatige aspecten rond opvolging bij agrarische MKB familiebedrijven. Met dit project wordt nieuwe kennis ontwikkeld, die aansluit bij kennis over opvolging in familiebedrijven en die specifiek wordt toegepast binnen de agrarische sector. Bijna de helft van alle agrarische bedrijven in Nederland heeft een bedrijfshoofd van 55 jaar of ouder. Het merendeel van deze bedrijven is een familiebedrijf en heeft te maken met het onderwerp bedrijfsopvolging. Voor een geslaagd opvolgingsproces is het belangrijk dat familiebelangen en bedrijfsbelangen adequaat worden gebalanceerd. In de praktijk blijkt het lastig deze belangen rond overdracht van leiding en eigendom bespreekbaar te maken en goed af te wegen. Vanuit agrarische families is daarom de vraag hoe het opvolgingsproces het beste kan worden vormgegeven en welke instrumenten daarbij kunnen worden ingezet. De belangrijkste doelstelling van dit project is om nieuwe kennis op te doen over het opvolgingsproces bij agrarische familiebedrijven en het opvolgingsproces met instrumenten in positieve zin te veranderen. Door kwalitatief onderzoek worden belemmerende factoren rond opvolging in de agrarische context onderzocht. Op basis van deze nieuwe inzichten worden instrumenten ontwikkeld die het opvolgingsproces faciliteren. Door interventies zal worden vastgesteld of de instrumenten in de praktijk werken. De kennis die uit dit project voortkomt, beoogt daarmee het handelingsvermogen van agrarische families rond bedrijfsopvolging te ondersteunen. Het project levert een bijdrage aan bestaande kennis door gebruik te maken van multi-level onderzoek (perspectief van de opvolger, overdrager, familieleden, familie en bedrijf) en het observeren van gesprekken over het opvolgingsproces, de familie en het bedrijf. Het meest concrete resultaat is een beschrijving van een model opvolgingsproces met bijbehorende instrumenten om belangrijke onderwerpen rond opvolging bespreekbaar te maken, zoals een zelfanalyse instrument, een stappenplan, hulpmiddelen om gesprekken te faciliteren en een model familiestatuut afgestemd op agrarische familiebedrijven.