This paper introduces and contextualises Climate Futures, an experiment in which AI was repurposed as a ‘co-author’ of climate stories and a co-designer of climate-related images that facilitate reflections on present and future(s) of living with climate change. It converses with histories of writing and computation, including surrealistic ‘algorithmic writing’, recombinatory poems and ‘electronic literature’. At the core lies a reflection about how machine learning’s associative, predictive and regenerative capacities can be employed in playful, critical and contemplative goals. Our goal is not automating writing (as in product-oriented applications of AI). Instead, as poet Charles Hartman argues, ‘the question isn’t exactly whether a poet or a computer writes the poem, but what kinds of collaboration might be interesting’ (1996, p. 5). STS scholars critique labs as future-making sites and machine learning modelling practices and, for example, describe them also as fictions. Building on these critiques and in line with ‘critical technical practice’ (Agre, 1997), we embed our critique of ‘making the future’ in how we employ machine learning to design a tool for looking ahead and telling stories on life with climate change. This has involved engaging with climate narratives and machine learning from the critical and practical perspectives of artistic research. We trained machine learning algorithms (i.e. GPT-2 and AttnGAN) using climate fiction novels (as a dataset of cultural imaginaries of the future). We prompted them to produce new climate fiction stories and images, which we edited to create a tarot-like deck and a story-book, thus also playfully engaging with machine learning’s predictive associations. The tarot deck is designed to facilitate conversations about climate change. How to imagine the future beyond scenarios of resilience and the dystopian? How to aid our transition into different ways of caring for the planet and each other?
Head-mounted displays (HMDs) have been available for several years now, but uptake has been slow so far. The objective of this study was to gain insight into preferences on anticipated use in the early phase of HMDs with augmented reality. A survey was conducted among Dutch students following a nursing or social work education (N=100). Results showed that almost nobody had ever used a HMD. The areas of high interest of anticipated use of HMDs lies especially in receiving information regarding emergencies via the HMD if something is happening close to people's physical location and news and general information about physical location. For potential use functionalities, the most interesting functions reported by respondents were using HMDs for hands-free calling and receiving information about their behavioral patterns with regard to movement. The attitudes towards receiving non-visible cues in social interaction such as detecting stress levels or mood were all reported with a negative attitude. More than half of the respondents reported to have an intention to use a HMD in the future.
Sleuteltechnologieën stellen ons in staat om steeds doelgerichter te handelen. Voedselveiligheid is een belangrijk gebied waar deze technologieën een rol kunnen spelen. Een voorbeeld is de inzet van nieuwe DNA‐technieken om de bron van een voedselinfectie op te sporen. Dat dit geen science fiction meer is bleek onlangs uit het achterhalen van de bron van een reeks ernstige besmettingen met de bacterie Listeria monocytogenes. Met behulp van Whole Genome Sequencing (WGS) kon de bron, een vleeswarenfabriek, worden achterhaald. Op dit moment wordt deze analysetechniek vooral ingezet door overheidsinstanties, maar het biedt ook perspectief voor de beheersing van de voedselveiligheid door de bedrijven zelf. Het doel van het Precision Food Safety project is om de voedselverwerkende industrie voor te bereiden op de uitdagingen en mogelijkheden van het gebruik van moderne DNA‐sequencing technologieën voor de monitoring en controle van de productiefaciliteiten op pathogene bacteriën. In het project zal de mogelijkheid van toepassing van WGS voor de detectie van pathogene bacteriën in de productieketen worden onderzocht. Hiervoor zal de MinION een mini DNAsequencer worden ingezet. Tijdige detectie en identificatie van pathogene bacteriën stelt bedrijven in staat tot sneller ingrijpen, waarmee kan worden voorkomen dat besmette producten in de winkelschappen terecht komen. Daarnaast zullen de effecten van hygiënische maatregelen worden onderzocht en een visualisatietool worden ontwikkeld waarmee de resultaten van het onderzoek van een productielocatie kunnen worden weergegeven. De focus zal liggen op Listeria monocytogenes, omdat deze bacterie momenteel gezien wordt als de grootste voedselveiligheidsuitdaging in deze tijd. De in het project ontwikkelde methoden moeten de voedingsindustrie tools in handen geven voor “precision food safety”. In het project participeren bedrijven uit verschillende sectoren van de voedselverwerkende industrie en bedrijven die diensten verlenen op het gebied van voedselveiligheid.
Het mkb heeft vragen over hoe producten te ontwerpen en te maken vanuit restmateriaal. Vragen gaan specifiek over hergebruik van (onderdelen van) afgedankte producten in nieuwe toepassingen waarbij de waarde van het oorspronkelijke product zoveel mogelijk behouden blijft: ‘Repurpose’ van producten. Daarbij is het restmateriaal niet uniform, kent verschillen in kwaliteit en is niet onbeperkt en continu beschikbaar. Huidige ontwerp- en productiemethoden, die uitgaan van de functie van het te ontwerpen product en een oneindige voorraad op elk moment beschikbaar ‘virgin’ uitgangsmateriaal, zijn niet van toepassing in het geval van Repurpose. Dit project, ‘RDD&M’, beoogt kennis te genereren over nieuwe ontwerpmethoden, productiemethoden en businessmodellen die geschikt zijn om in te zetten voor Repurpose. Het project draagt daarmee bij aan de uitdaging van het anders ontwikkelen van producten door het inzetten van afval als grondstof en het doorgronden van het proces van ketenvorming dat nodig is om te komen tot nieuwe waardesystemen voor de circulaire economie. Om deze kennis te genereren werken verschillende ontwerpende bedrijven (Cartoni, Studio Hamerhaai, Tolhuijs Design, VerdraaidGoed, Fabrique), productbedrijven (Ahrend, Springtime, Fiction Factory) en reststroom-inzamelaars (Groencollect, Renewi) samen in dit project. De kennis wordt ontwikkeld met een kwalitatieve studie waarin een aantal past- en future cases op het gebied van Repurpose beschouwd, respectievelijk uitgevoerd wordt. Er wordt gekeken naar het ontwikkelproces en de waardesystemen, maar ook naar welke circulaire ontwerp- en businessmodelstrategieën toepasbaar zijn. Resultaten worden vastgelegd in zowel wetenschappelijke- als vakpublicaties en in communicatiemiddelen die bijdragen aan het verspreiden van de kennis over Repurpose: een tentoonstelling tijdens de Dutch Design Week 2020 en in Circl, het circulaire paviljoen van ABN AMRO. De tentoonstelling wordt gecombineerd met een inspiratieboek over Repurpose. RDD&M wordt uitgevoerd met directe betrokkenheid van bovengenoemde bedrijven (mkb en grootbedrijven). Andere betrokkenen zijn TU Delft, FME, CIRCO/CLICKNL, Circl en Amsterdam Made.
Retailinnovatie in Rotterdam onderzoekt de innovatiekansen van bestaande MKB‐retail-ondernemingen met een fysieke vestiging in de Rotterdamse binnenstad. Daarnaast wordt de ontwikkeling van de binnenstad als relevante betekenisvolle context voor MKB‐retailers in Rotterdam onderzocht. Samen met MKB’ers en andere stakeholders worden nieuwe retailconcepten en diensten ontworpen, gedemonstreerd en getest. Centraal staat de vraag: Welke nieuwe concepten, diensten en toepassingen zijn op korte en middellange termijn nodig ter bevordering van innovatievermogen, concurrentiekracht en toekomstbestendigheid van bestaande MKB-retailondernemingen met een fysieke vestiging in de Rotterdamse binnenstad en hoe kan de ontwikkeling van het binnenstedelijke winkelgebied hieraan een bijdrage leveren? Belangrijkste doelstelling van dit project is versterking van de MKB‐retailers in de Rotterdamse binnenstad door ze te ondersteunen in het benutten van hun innovatiekansen. In vergelijking met grootwinkel-bedrijven hebben MKB‐ retailers onvoldoende middelen en spankracht om de actuele innovatie-opgave voortvarend op te pakken. Bovendien staat de positie van MKB‐retailers in de binnensteden onder druk door de zogenaamde filialisering van winkelketens. Innovatie dient nog een breder doel. Kleine retailers zijn medeverantwoordelijk voor het imago en de belevingskwaliteit van de Rotterdamse binnenstad. Ze geven samen met grootwinkel-bedrijven, horeca-ondernemingen en cultuur kleur aan de binnenstad. Vanuit Hogeschool Rotterdam wordt dit project gedragen door Kenniscentrum Creating 010, Willem de Kooning Academie, Instituut voor Communicatie, Media en Informatietechnologie en de opleiding Small Business & Retail Management. Een belangrijk deel van het onderzoeks‐ en ontwerpwerk wordt verricht door studenten binnen het curriculum van genoemde opleidingen. Ze worden daarbij gecoached door docentonderzoekers en lectoren en ze werken intensief samen met de consortiumpartners: zeven MKB-retailondernemers uit de Rotterdamse binnenstad en vier MKB’ers uit de creatieve zakelijke dienstverlening met bijzondere expertise op hert gebied van retailinnovatie. Het consortium wordt gecompleteerd door twee grootwinkelbedrijven, een vastgoedexploitant uit de Rotterdamse binnenstad, een ondernemersorganisatie en Stadsontwikkeling Rotterdam. Creating 010 draagt de wetenschappelijke verantwoordelijkheid voor het onderzoek.