De doelstelling van het lectoraat is een impuls te geven aan een eigentijdse, kwalitatief hoogwaardige en marktgerichte vernieuwing van de opleidingsmethodiek en -didactiek binnen de Hogeschool Utrecht. Dit ten behoeve van de studenten en docenten. Deze innovatie komt per definitie tot stand met behulp van het werkveld. Het lectoraat maakt gebruik van het concept Levend Leren. Binnen deze algemene doelstelling houdt Jeroen Lutters zich bezig met het, voor de hele Hogeschool Utrecht belangrijke, onderzoeksterrein Opleiding en biografie in het bijzonder Opleiding en Jeugdcultuur. Er bestaan immers talloze aanwijzingen dat het succes van een opleidingstraject in belangrijke mate afhangt van de mate waarin rekening wordt gehouden met de biografische fase waarin de student verkeert. Reden waarom wij bij innovatie van het Hoger Onderwijs voortdurend moeten werken vanuit een integrale aanpak. Jeroen gaat daarbij uit van de beginselen die aansluiten bij wat ook wel bekend staat als de transformerende agogiek. Jeroen profileert zich vooral als schrijver en onderzoeker. Bewust is ervoor gekozen om het eerste voorop te zetten, omdat onderzoek (data verzamelen en analyseren) niet de primaire doelstelling is, maar altijd in dienst staat van een publicatie. Datzelfde geldt ook voor de verhouding seminar/training en publicaties. Ook daar komt het laatste in de eerste plaats. Het motto is steeds: leren iets te doen met de pen in de hand.
DOCUMENT
In dit rapport zijn vier scenario’s uitgewerkt. Elk van de scenario´s kan zich in de toekomst meer of minder ontvouwen. Deze vier scenario´s vormen de inspiratiepaden die elk verschillende kansen en belemmeringen in zich hebben en daarmee mogelijkheden voor de toekomst bieden. Per scenario wordt beschreven wat de essentiële verschillen per route zijn.
DOCUMENT
De Academie voor Facility Management aan de Haagse Hogeschool streeft naar excellent onderwijs. Onderdeel hiervan is een permanente vernieuwing van inhoud en vorm van het curriculum. Een voorbeeld van die vernieuwing is het 'Festival voor de Facilitaire film'; een opdracht waarbij studenten de resultaten van een facilitair onderzoek weergeven in een zelfgemaakte filmdocumentaire. Die documentaires worden tijdens een slotmanifestatie op De Haagse Hogeschool vertoond.
DOCUMENT
Het nieuwe werken behoort tot de vijf belangrijkste actuele trends binnen facility management. Het thema stond de afgelopen jaren centraal in verschillende uitgaven en zal ook in 2011 actueel blijken. De term roept zowel sympathie als weerstand op in het facilitaire werkveld. Wat is er gaande - en hoe denk 'het veld' erover?
DOCUMENT
In veel wijken in de periferie van Amsterdam laat het economisch vestigings- en leefklimaat te wensen over. Er is weliswaar veel ondernemerschap en maatschappelijk initiatief, maar het is vaak kleinschalig, kwetsbaar en gefragmenteerd. De wijkeconomie bestaat op deze plekken veelal uit zzp-ers, kleine bedrijfjes, starters (die werken vanuit huis, op flexplekken of in broedplaatsen), maar ook maatschappelijke initiatieven in de zorg, de sociale activering, de groenbeheer, zelfbouw. Ook zien we de opkomst van buurtcooperaties, bijvoorbeeld op het gebied van energie, zorg (stadsdorpen), voedsel en re-integratie. Deze groepen lijken een enorm potentieel te hebben om de economische dynamiek en aantrekkelijkheid van de gebieden buiten de ring te vergroten, maar in de praktijk starten zijn vaak vanuit een precaire situatie en blijken zij een grote behoefte aan samenwerking en ondersteuning te hebben.
DOCUMENT
Eindrappotage. De virusuitbraak en de maatregelen om die in te dammen, confronteert gezinnen met heel nieuwe uitdagingen. Door een beperking van hun sociale omgeving en fysieke leefruimte, zijn gezinnen noodgedwongen op zichzelf aangewezen. Ze zijn meer beperkt tot hun eigen woning en moeten (thuis)werk, thuisonderwijs en zorgtaken combineren. Ook kunnen er onzekerheden zijn over bijvoorbeeld gezondheid, werk- en financiële situatie en de maatschappelijke impact. Met dit onderzoek wordt onderzocht hoe gezinnen omgaan met de uitdagingen in deze coronatijd en hoe ze de inbreuk op hun normale leefomstandigheden ervaren. Op basis van die ervaringen worden conclusies en aandachtspunten geformuleerd voor de ondersteuning van gezinnen. Het doel van het onderzoek is tweeledig: • Zicht krijgen op een aantal thema’s (combinatie werk-gezin, gezinsfunctioneren, relatie grootouders-kleinkinderen) die aan het gezinsleven raken in deze coronatijd; • Aandachtspunten formuleren voor de ondersteuning van gezinnen.
DOCUMENT
Dit boek geeft allereerst een uitgebreide impressie van het event ‘Het Nieuwe Werken, van dromen... naar doen!’. Een event dat mensen met beginnende tot gemiddelde kennis en ervaring op gebied van Het Nieuwe Werken veel bruikbare (nieuwe) inzichten gaf. Om ook een ‘nieuwkomer’ en anderszins geïnteresseerden op gebied van Het Nieuwe Werken te laten aanhaken, biedt dit boek aanvullende kennis over en inzichten in Het Nieuwe Werken uit verscheidene andere bronnen. De manier waarop dit boek u het beste zal dienen, hangt mede af van de mate waarin u al bekend bent met Het Nieuwe Werken.
DOCUMENT
De insteek van het CoE S2M is om vanuit vraaggestuurd onderzoek van bedrijven samen met professionals en studenten een voedingsbodem voor een passend onderwijsaanbod (bijvoorbeeld trainingen, (bij)scholingstrajecten, hybride leerkrachten en flexibele leerroutes) te creëren. Dit literatuuronderzoek naar alternatieve leeromgevingen en werkvormen heeft de volgende doelstellingen: • het identificeren van best practices op het gebied van inspirerende en activerende werkvormen passend bij de doelstelling van het CoE S2M en bij het NHL Stenden DBE onderwijsmodel; • het identificeren van best practices van inspirerende en activerende leeromgevingen passend bij de doelstelling van het CoE S2M en bij het NHL Stenden DBE onderwijsmodel; • de toepasbaarheid van deze werkvormen en leeromgevingen bij de doelstelling van het CoE S2M en het DBE onderwijsmodel.
DOCUMENT
Voor de gilden in de Middeleeuwen was een opleiding op de werkplek de natuurlijke weg om door te groeien in het ambacht, meestal in samenwerking met andere gezellen en begeleid door ervaren meesters. We zien tegenwoordig veel pogingen om opnieuw de verbinding tussen beroepsonderwijs en de arbeidscontext te leggen. Mede door nieuwe mogelijkheden van ICT komt werkplekleren volgens het gildenmodel weer binnen bereik, zelfs bij de begeleiding van grote aantallen studenten. De onderwijspraktijk worstelt echter nog met de concrete inrichting van werkplekleren en de inzet van ICT. Het lectoraat ‘Werkplekleren en ICT’ ondersteunt deze praktijk met onderzoek naar didactische richtlijnen. Binnen het lectoraat spelen twee begrippen een sleutelrol, die dr. Hans Hummel in deze inaugurele rede verder uitwerkt: context en collaboratie. Context omdat het programma zich enerzijds richt op de ontwikkeling van authentieke taken, waarmee studenten problemen oplossen in concrete beroepssituaties. Collaboratie omdat het programma zich anderzijds richt op de inrichting van Communities of Practice waarin betrokkenen samenwerken en nadenken over deze taken en beroepssituaties
DOCUMENT