The aim of this research was to study the clinical characteristics and mortality and disability outcomes of patients who present distinct risk profiles for functional decline at admission. A multicenter, prospective cohort study was conducted between 2006 and 2009 in three hospitals in the Netherlands in consecutive patients of 65 years and over, acutely admitted and hospitalized for at least 48 hours. Nineteen geriatric conditions were assessed at hospital admission, and mortality and functional decline were assessed until twelve months after admission. Patients were divided into risk categories for functional decline (low, intermediate or high risk) according to the Identification of Seniors at Risk-Hospitalized Patients.
BACKGROUND: Over 30 % of older patients experience hospitalization-associated disability (HAD) (i.e., loss of independence in Activities of Daily Living (ADLs)) after an acute hospitalization. Despite its high prevalence, the mechanisms that underlie HAD remain elusive. This paper describes the protocol for the Hospital-Associated Disability and impact on daily Life (Hospital-ADL) study, which aims to unravel the potential mechanisms behind HAD from admission to three months post-discharge.METHODS/DESIGN: The Hospital-ADL study is a multicenter, observational, prospective cohort study aiming to recruit 400 patients aged ≥70 years that are acutely hospitalized at departments of Internal Medicine, Cardiology or Geriatrics, involving six hospitals in the Netherlands. Eligible are patients hospitalized for at least 48 h, without major cognitive impairment (Mini Mental State Examination score ≥15), who have a life expectancy of more than three months, and without disablement in all six ADLs. The study will assess possible cognitive, behavioral, psychosocial, physical, and biological factors of HAD. Data will be collected through: 1] medical and demographical data; 2] personal interviews, which includes assessment of cognitive impairment, behavioral and psychosocial functioning, physical functioning, and health care utilization; 3] physical performance tests, which includes gait speed, hand grip strength, balance, bioelectrical impedance analysis (BIA), and an activity tracker (Fitbit Flex), and; 4] analyses of blood samples to assess inflammatory and metabolic markers. The primary endpoint is additional disabilities in ADLs three months post-hospital discharge compared to ADL function two weeks prior to hospital admission. Secondary outcomes are health care utilization, health-related quality of life (HRQoL), physical performance tests, and mortality. There will be at least five data collection points; within 48 h after admission (H1), at discharge (H3), and at one (P1; home visit), two (P2; by telephone) and three months (P3; home visit) post-discharge. If the patient is admitted for more than five days, additional measurements will be planned during hospitalization on Monday, Wednesday, and Friday (H2).DISCUSSION: The Hospital-ADL study will provide information on cognitive, behavioral, psychosocial, physical, and biological factors associated with HAD and will be collected during and following hospitalization. These data may inform new interventions to prevent or restore hospitalization-associated disability.
Deze titel klinkt misschien als een sprookje. Niets is echter minder waar. Aan Hogeschool Utrecht (HU) wordt in verschillende geledingen hard nagedacht over de verdere ontwikkeling van het hoger onderwijs. Passie en Precisie 01 heeft een goede aanzet gegeven om deze ideeën verder vorm te geven. Naast nadenken wordt er binnen het Instituut voor Recht handen en voeten aan gegeven. Hoe vertaal je deze ideeën in de praktijk? In dit artikel beschrijven we onze visie op de toekomst van het hoger onderwijs en de rol van de hogescholen. Dit illustreren we met concrete voorbeelden uit het onderwijs en dus ook de beroepspraktijk.
Veel ouderen ervaren tijdens en na ziekenhuisopname functieverlies. ‘Function Focused Care in Hospital’, ook wel bekend als bewegingsgerichte zorg, is een interventie gericht op het voorkomen en verminderen van functieverlies bij ouderen tijdens een ziekenhuisopname. Verpleegkundigen moedigen patiënten aan tot actieve betrokkenheid in de dagelijkse zorgmomenten.Doel Doel van dit project is de effectiviteit bepalen van Function Focused Care in Hospital op het fysiek functioneren van patiënten die opgenomen zijn in de Nederlandse ziekenhuizen. Resultaten Nederlandstalig scholingsprogramma en handboek van de Function Focused Care in Hospital-benadering voor de ziekenhuissetting; Een evaluatie van het proces en de uitkomsten van de Function Focused Care-benadering. Looptijd 01 november 2020 - 31 oktober 2025 Aanpak Er is een haalbaarheidsstudie uitgevoerd, die uitwees dat de interventie geschikt is voor de Nederlandse praktijk. Op de neurologische en geriatrische afdelingen van drie ziekenhuizen is Function Focused Care in Hospital in de dagelijkse zorg geïmplementeerd en geëvalueerd op effectiviteit. Over de interventie Function Focused Care (FFC) is een zorgbenadering waarin verpleegkundigen patiënten actief betrekken bij alle zorgmomenten om hun fysiek functioneren te optimaliseren. Eerder onderzoek heeft laten zien dat FFC een positief effect heeft op fysieke activiteit, mobiliteit en ADL bij ouderen in de wijk en de langdurige zorg. Ook laten studies in de acute zorg belovende resultaten zien van FFC op fysieke activiteit en mobiliteit bij ouderen opgenomen in het ziekenhuis. Voorbeelden van zorg volgens de FFC-benadering zijn met de patiënt naar de badkamer lopen in plaats van wassen op bed, of de maaltijd aan tafel nuttigen in plaats van zittend in bed eten. De essentie van FFC is het behouden of, indien mogelijk, verbeteren van het fysieke functioneren. Tijdens de hele ziekenhuisopname wordt de patiënt aangemoedigd meer tijd te laten besteden aan fysieke activiteit op een op de patiënt aangepast niveau. Co-financiering Het project wordt mede gefinancierd door ZonMW, projectnummer 520002003.
Kwetsbare thuiswonende ouderen met een acute zorgvraag worden regelmatig opgenomen in het ziekenhuis. Het voorkómen van een onnodige acute opname is belangrijk. Een acute opname leidt namelijk vaak tot negatieve uitkomsten voor ouderen, zoals het vergroten van kwetsbaarheid, lichamelijke achteruitgang en functieverlies. Uit meerdere gespreksrondes met wijkverpleegkundigen blijkt dat zij het lastig vinden om de medische urgentie van een acute zorgvraag van ouderen goed in te schatten, en zodanig over te dragen naar de huisarts, zodat deze de urgentie begrijpt en oppakt. Ambulancezorgprofessionals geven aan dat zij de medische toestand juist goed in beeld hebben, maar de ondersteuningsbehoefte bij kwetsbare oudere moeilijk in kunnen schatten en niet weten wiens verantwoordelijkheid het is om de ondersteuningsbehoefte aan over te dragen. Beide disciplines kunnen van elkaar leren. Met dit project beogen wij door ontwerpgericht onderzoek kennisuitwisseling tot stand te brengen en nieuwe toepasbare kennis en handvatten te ontwikkelen om de handelingsverlegenheid van wijkverpleegkundigen en ambulancezorgprofessionals bij kwetsbare ouderen te verminderen. Hiermee dragen we bij aan het oplossen van de knelpunten in de acute zorgverlening voor kwetsbare ouderen in de thuissituatie en ondersteunen we maatschappelijke ontwikkelingen gericht op het organiseren van zorg dicht bij de patiënt. De eerste stap van het plan van aanpak is om knelpunten en oorzaken verder in kaart te brengen, met behulp van een PRISMA-analyse van echte ‘vastgelopen’ casuïstiek van kwetsbare ouderen met een acute zorgvraag. Vervolgens worden instrumenten in kaart gebracht via een rapid literatuurreview, aangevuld met via een enquête verkregen gegevens onder professionals in Nederland. Deze informatie wordt verwerkt in een drietal ontwerpsessies, waarbij handvatten voor wijkverpleegkundigen en ambulancezorgprofessionals in co-creatie worden ontwikkeld. Vervolgens worden deze handvatten in een pilot getest op haalbaarheid. Met deze uitkomsten worden handvatten zo nodig aangepast en vervolgens verspreid onder betrokken professionals via diverse kanalen, kennissessies en in het HBO-onderwijs opgenomen.
Dit project is een ontwikkelgericht onderzoek naar de mogelijkheden van de inzet van revalidatie- of zorgrobot ISHA. ISHA staat voor Interactive Smart Health Assistent. Door de vergrijzing is er een toename van het aantal patiënten die, als gevolg van een beroerte (CVA), herstellende zijn van een eenzijdige verlamming (hemiplegie). Goed oefenen, met name oog- en handcoördinatie, kan het herstel bevorderen en een veilige overgang naar huis bespoedigen. De verwachting is dat het revalidatieproces met een sociale robot ondersteund, verbeterd en versneld kan worden. In dit onderzoek willen we, lectoraat Robotica, in een samenwerking van techniek- en zorgstudenten en praktijkpartners, een zorgrobot ontwikkelen die de geriatrische patiënt motiveert en stimuleert tot een betere uitvoering van de revalidatie-oefeningen. De robot kan, in samenwerking met de fysiotherapeut, maar ook wanneer de fysiotherapeut niet beschikbaar is, de patiënt bij een groot deel van deze dagelijkse oefeningen ondersteunen. Voordat we de zorgrobot gaan inzetten in een grootschalige effectiviteitsstudie, moet er eerst een prototype ontwikkeld worden die rekening houdt met de kwetsbare doelgroep en tegelijkertijd vertrouwd wordt door de behandelende zorgprofessionals. De centrale onderzoeksvraag luidt: Op welke manier kan zorgrobot ISHA bijdragen aan meer therapietrouw in zelfstandig oefenen, het verhogen van de beweeg- en oefenfrequentie en een meer correcte uitvoering van de fysiotherapeutische oefeningen bij CVA patiënten met hemiplegie? In dit project wordt vooralsnog de focus gelegd op samen realiseren van een verantwoord prototype van zorgrobot ISHA, samen met een verkennend onderzoek naar de bevorderende en belemmerende factoren t.a.v. zorgrobotica vanuit het perspectief van fysiotherapeuten, alvorens grootschaliger onderzoek in te zetten. Primaire doelen zijn het verduurzamen van fysiotherapeutische zorg voor de nabije toekomst, het vergroten van de autonomie van de patiënten en de mogelijkheid eerder naar huis te kunnen gaan, om op die manier, als maatschappij, minder aanspraak op schaarse zorgmiddelen te hoeven maken.