Er is veel discussie over hoe we de leesresultaten van Nederlandse leerlingen uit landelijke en internationale onderzoeken moeten interpreteren. Toch kan niemand ontkennen dat meerdere instanties in meerdere rapporten over meerdere jaren een daling signaleren in de leesvaardigheid en leesmotivatie van leerlingen in het funderend onderwijs. Die daling is zeer zorgelijk. Steeds meer scholen zien deze toestand als een urgente uitdaging en denken na over hoe ze -in lijn met de onderwijsvisie- hun leesonderwijs kunnen verbeteren. De grote vraag is: ‘Waar en hoe begin je dan?
Highlights−Constitutional freedom of education affects democratic citizenship education policy.−Citizenship education legislation in 2006 and 2007 placed little demands on schools.−Legislation introduced in 2021 has further specified what is expected from schools.−Studies of citizenship education in practice are largely critical of the extentto which schools teach about, through and for democracy.Purpose:This paper discusses developments in citizenship education policy and practice in the Netherlands, and outlines key challenges as faced by the different stakeholders involved.Design/methodology/approach:Our discussion is based on existing research and policy documents in the Netherlands. The authors, from three Dutch universities, are experts in the field of research on citizenship education.Findings:Promoting citizenship education in primary, secondary and vocational tertiary education in the Netherlands has been challenging, particularly in light of the constitutional freedom of education in the Netherlands. Five issues are discussed in this regard: the contents of CE legislation, the normative character of legal requirements, integration of CE legislation in national curriculum aims, clarifying expectations from schools in teaching CE, and teacher education and professionalization.
Een meertalige aanpak – die ruimte biedt aan alle thuistalen – kan ons onderwijs toegankelijker, rijker en eerlijker maken. Toegankelijker, omdat zo’n aanpak meertalige leerlingen in staat stelt om volledig mee te doen in ons onderwijs, en gebruik te maken van kennis en vaardigheden die zij in andere talen dan het Nederlands hebben ontwikkeld. Daarnaast zullen ouders-verzorgers makkelijker hun weg vinden naar het Nederlandse onderwijs, net zoals het onderwijs naar hen, en zullen ouders-verzorgers hun kinderen beter kunnen ondersteunen. Rijker, in de eerste plaats, omdat meertaligen zich meer gezien en gehoord voelen wanneer hun thuistaal welkom is in ons onderwijs en omdat we daarmee allemaal meer te zien en te horen krijgen van de diverse wereld om ons heen. Rijker, in de tweede plaats, wanneer thuistalen een plek krijgen in betekenisvol, interactief en taalondersteunend onderwijs, waarin deeltaalvaardigheden (zoals lezen, spreken en schrijven) én vakinhoudelijke kennis (van primair tot hoger onderwijs) niet afzonderlijk maar in samenhang met elkaar worden ontwikkeld. Eerlijker, tot slot, omdat ruimte voor thuistalen bijdraagt aan gelijkere onderwijskansen en uiteindelijk dus ook bevorderlijk is voor passende doorstroom tussen onderwijssectoren en van school naar werk.
Samen met leraren (opleiders), studenten, en duurzaamheidsexperts onderzoeken we hoe Leren voor Duurzame Ontwikkeling vorm kan krijgen in de bèta-schoolvakken en welke docentcompetenties leraren-in-opleiding daarvoor moeten ontwikkelen.Doel Onder leraren, scholen en beleidsmakers bestaat brede steun voor de gedachte dat duurzaamheidsvraagstukken een integrale plaats moeten krijgen in het funderend onderwijs. Onderwijs over duurzaamheid vraagt echter deskundigheden en benaderingswijzen die in het reguliere bèta-onderwijs minder gebruikelijk zijn: redeneren met onzekere of onvolledige informatie, morele discussies en omgaan met emotionele reacties, en interdisciplinaire en buitenschoolse projecten. Daarnaast lopen de opvattingen uiteen over de gewenste inhoudelijke en didactische invulling van “leren voor duurzame ontwikkeling” (LvDO). Ook de voorstellen van Curriculum.nu bieden hiervoor nog weinig houvast. In de praktijk blijkt het dan ook moeilijk om duurzame ontwikkeling goed in te bedden in de bèta-onderwijspraktijk. Dit promotieonderzoek richt zich op de begripsmatige verheldering en operationele invulling van LvDO binnen en met de bètavakken, de kennis, houding en vaardigheden die daarvoor nodig zijn, en de manier waarop deze in een initiële lerarenopleiding ontwikkeld kunnen worden, zodanig dat studenten in staat zijn om aspecten van LvDO-onderwijs daadwerkelijk in hun vo-praktijk te integreren. Looptijd 01 januari 2020 - 31 december 2023 Aanpak Het onderzoek volgt een ontwerpgerichte benadering. Als proeftuin dient daarbij de bèta-lerarenopleidingscursus Lesgeven in het Leergebied Mens en Natuur (LLMN), waarin LvDO het centrale thema vormt. In wisselwerking met de schoolpraktijk, externe stakeholders en experts, onderzoeken we hoe LvDO vorm kan krijgen en welke docentcompetenties bèta-leraren in opleiding (in het tweedegraadsgebied) daarvoor nodig hebben.
In het funderend onderwijs wordt de basis gelegd voor de kennissamenleving. Het is belangrijk dat kinderen van jongs af aan leren zichzelf aan te sturen wanneer ze leerzame activiteiten ondernemen. In de kinderopvang, vve en onderbouw basisonderwijs wordt veel aandacht besteed aan de ontwikkeling van zelfsturing ('executieve functies') bij jonge kinderen en is spel een belangrijke activiteit. Maar onderzoek wijs uit dat de cognitieve ontwikkeling tegenvalt. In veldonderzoek articuleren professionals grote handelingsverlegenheid om de nieuwsgierigheid van kinderen en hun spel te gebruiken voor de cognitieve ontwikkeling in directe samenhang met de ontwikkeling van de executieve functies. Vanaf groep 3 basisschool, wanneer het accent verschuift van 'spel' naar 'leren', ligt de aansturing grotendeels in handen van de leerkracht en ervaren kinderen geen noodzaak meer te plannen of het gedrag te reguleren. Hierdoor betrekken kinderen hun nieuwsgierigheid en exploratiedrang niet meer op leertaken. Deze ongewenste verschoolsing lijkt zich door te zetten naar de kleuters en de peuters. In dit project willen de onderzoekspartners onder leiding van het lectoraat Leiderschap in Onderwijs en Opvoeding van Windesheim inzichten en tools ontwikkelen om deze handelingsverlegenheid weg te nemen door samen met professionals in opvang en basisonderwijs rijke spelsituaties te ontwerpen en te onderzoeken, die een beroep doen op specifieke executieve functies en waar expliciet aandacht is voor leren, met name wat betreft taalontwikkeling, aanvankelijk rekenen en het beter begrijpen van de wereld van wetenschap en technologie. Het project richt zich op professionals die kinderen begeleiden in de leeftijd van 3 tot 7 jaar. Hierbij is aandacht voor de belangrijke overgangen van peuter- naar kleutergroep en van de kleuters naar groep 3. Het onderzoek wordt uitgevoerd door een consortium van vier lectoraten van de hogescholen Windesheim, Saxion en Stenden in samenwerking met 16 locaties voor kinderopvang en basisonderwijs in Flevoland, Drenthe, Friesland en Overijssel
OKWT: Arts Loves Sciences and Flirts with Gamma Het lectorenplatform Onderwijs op het snijvlak van Kunst, Wetenschap en Technologie (OKWT) richt zich specifiek op vakoverstijgend onderwijs, waar kunst en bèta elkaar ontmoeten. De ambitie van het platform is om leerlingen, studenten en ook onderwijsprofessionals te stimuleren om vanuit verschillende kennisdomeinen tot nieuwe manieren van leren en probleemoplossen te komen. De opbloeiende, interdisciplinaire praktijken van kunstenaars worden hierbij als een inspiratiebron voor de vernieuwing van het funderend en hoger onderwijs beschouwd. Het OKWT-platform is in de herfst 2022 uitgebreid met gammalectoren en gaat in de komende twee jaar aan de slag met het project OKWT: Arts Loves Sciences and Flirts with Gamma. Hierin wordt gezamenlijk gewerkt aan netwerkvorming, kennisuitwisseling, een geactualiseerde OKWT onderzoeksagenda en vakoverstijgende onderwijsontwikkeling. Hiermee verhoudt het platform zich tot recente ontwikkelingen in het onderwijs rondom inclusie, digitale geletterdheid en burgerschap die vragen om een verrijking en uitbreiding van het OKWT-onderzoeksgebied met Sociale Wetenschappen en Gedragsstudies (Gamma). Deze verbreding is essentieel voor o.a. technologische-, democratische - en burgerschapscompetenties van leerlingen en studenten, die nodig zijn om op een betekenisvolle manier te kunnen participeren in de maatschappij. Naast vakkenintegratie op het snijvlak van Kunst, Wetenschap, Technologie en Sociale Wetenschappen en Gedragsstudies (OKWT♥G), werkt het platform ook toe naar een actualisering van de leerinhouden van de kunst-, bèta- en gammavakken en het duurzaam implementeren hiervan binnen de onderwijspraktijk. Dit levert een geüpdatete OKWT♥G- Onderzoeksagenda op met inzichten en aanbevelingen voor interdisciplinair, praktijkgericht onderzoek naar onderwijsinnovatie. Het project draagt bij aan Nationale Wetenschapsagenda (NWA) (Kunst: onderzoek en innovatie in de 21e eeuw/Kunsten als inspiratiebron voor educatie en een leven lang leren/Kunsten als motor voor innovatie en reflectie in een hightechsamenleving; en aan de KIA Maatschappelijk Verdienvermogen van het Missiegedreven Topsectoren- en Innovatiebeleid.