In dit artikel wordt beschreven hoe vanuit een duidelijke onderwijsvisie de opleidingen van Hogeschool Utrecht (HU) de afgelopen jaren aan de slag gegaan zijn met het ontwikkelen van nieuw onderwijs. Eén van de dimensies van de HU-visie is ‘gepersonaliseerd leren’. De auteurs hebben een analyse uitgevoerd van hoe opleidingen binnen de HU omgaan met deze dimensie in het ontwerp van hun onderwijs. Hierbij hebben ze gebruik gemaakt van de vijf dimensies voor Onderwijs op Maat (SURF, 2016) en die dimensies afgezet tegen de niveau-indeling van Leadbeater (2014) voor het personaliseren van diensten. Uit de analyse van de innovaties binnen de HU kwamen vier vormen van gepersonaliseerd onderwijs naar voren. Bij deze vormen hebben de auteurs succesfactoren onderscheiden op het gebied van beleidsafspraken en ontwerpkeuzes. Tot slot wordt een gespreksmodel ter ondersteuning van het ontwerpen van gepersonaliseerd onderwijs behandeld.
LINK
Om de toepassing van biobased plastics te stimuleren is een belangrijke rol weggelegd voor ontwerpers. Omdat zowel gevestigdeontwerpers als studenten weinig tot geen kennis hebben van biobased plastics, doet de Hogeschool van Amsterdam (HvA) onderzoek naar verschillende aspecten van ontwerpen met biobased plastics.
MULTIFILE
‘Ontwerpen met biobased plastics’ is de eindpublicatie van het project “Design Challenges with Biobased Plastics”. In dit onderzoeksproject deed de HvA, samen met diverse mkb-bedrijven onderzoek naar de kennis een tools die ontwerpers nodig hebben om biobased plastics, kunststoffen van hernieuwbare materialen, toe te passen. De publicatie gaat in op de kansen die biobased plastics bieden en biedt praktische tools, inspirerende voorbeelden en handreikingen die het ontwerpen met deze materialen makkelijker maken.
Het project Touchpoints heeft relevante inzichten opgeleverd over het integreren van inzichten uit de gedragswetenschappen in de creatieve praktijk. Deze inzichten zijn beschikbaar gesteld aan de beroepspraktijk in de vorm van een reeks tools en publicaties, zoals het boek Ontwerpen voor Gedragsverandering en de toolkit Behavioural Lenses. Tijdens de looptijd van het project is er voortdurend aandacht geweest voor de integratie van deze inzichten en materialen in het onderwijs, door het verzorgen van gastcolleges aan diverse hogescholen en universiteiten, door het organiseren van een 'Touchpoints Lab' waarbinnen afstudeerders van diverse opleidingen van de betrokken hogescholen werkten aan hun afstudee¬rproject, door het organiseren van gedragsontwerp-sessies aan het MediaLab van de Hogeschool van Amsterdam, en door het organiseren van een sessie "Touchpoints in jouw cursus" om docenten te bevragen over hun wensen en behoeften over het inzetten van inzichten van Touchpoints in het onderwijs. Na afronding van het project is de interesse uit het onderwijs alleen maar gegroeid. Zo vormt gedragsverandering een kernthema in het vernieuwde curriculum van de verschillende opleidingen van de faculteit Communicatie en Journalistiek aan de Hogeschool Utrecht (CMD, DMC, Communicatie); werken we aan de opzet en uitvoering van een minor-vak Persuasive Design; worden inzichten en tools uit Touchpoints binnen de HU ingezet in lessen en projecten van de faculteiten Gezondheid en Natuur & Techniek; worden de tools en inzichten gebruikt door studententeams van het MediaLab van de Hogeschool van Amsterdam en bij Communication & Media Design aan de Hanzehogeschool in Groningen; en krijgen de onderzoekers die betrokken waren bij Touchpoints zeer regelmatig aanvragen voor gastcolleges en workshops, o.a. van de Hanzehogeschool Groningen, Wageningen UR, Willem de Kooning-academie Rotterdam, en Artez in Arnhem. Deze groeiende, brede behoefte aan integratie van Touchpoints vangen we tot nu toe op door de persoonlijke inzet van de betrokken docent-onderzoekers. Deze aanpak kent beperkingen: we kunnen nu al niet aan de vraag voldoen. Daarnaast is het huidige beschikbare materiaal (workshops, masterclasses) met name gericht op de beroepspraktijk en daarom wat niveau betreft te ambitieus voor de meeste onderwijs-settings. Bovendien is er geen sprake van een gestructureerd aanbod van materiaal waaruit docenten van verschillende instellingen zelf kunnen putten. Het is wenselijk inzichten en materiaal zodanig aan te bieden dat docenten hier zelf mee aan de slag kunnen, om de kans te vergroten dat opgedane inzichten en werkwijzen blijvend in het onderwijs kunnen worden ingebed. Een meer zelfsturende aanpak draagt bij aan de professionalisering van het onderwijs op het gebied van het gedragsontwerp; hiermee stellen we een grotere groep docenten en studenten in staat gebruik te maken van materialen en inzichten die nu nog buiten hun reikwijdte liggen.