Martijn de Waal bezocht op uitnodiging van Het Nieuwe Instituut de opening van de achtste editie van de architectuurbiënnale van Shenzhen. Naar aanleiding van zijn bezoek aan de tentoonstelling Eyes of the City schrijft hij over hoe de opkomst van camera's, AI en deep learning het leven in de stad verandert.
LINK
Gemeenten worstelen met nieuwe bevoegdheden en het ontbreken van kaders voor de welzijnszorg in de gemeenten. Het college van B&W, ambtenaren en gemeenteraden bedenken eigen beleidskaders, uitgangspunten en referenties om de welzijnszorg vorm en inhoud te geven. Hierdoor kunnen er grote verschillen ontstaan voor burgers. Het kan anders.
In dit project werkt het Windesheimlectoraat Innoveren met Ouderen samen met het Inhollandlectoraat Gezondheid en Welzijn van Kwetsbare Ouderen, UNO-UMCG, Alzheimer Nederland-afdeling IJssel-Vecht, V&VN en zorgorganisaties Carintreggeland en Cordaan aan de beantwoording van de onderzoeksvraag: Op welke wijze kunnen wijkverpleegkundigen en casemanagers hun aanpak van onbegrepen gedrag bij thuiswonende niet-westerse migranten met dementie verbeteren? Met het project beogen de projectpartners kennis te vergaren waarmee wijkverpleegkundigen en casemanagers hun zorg voor migranten met dementie met onbegrepen gedrag en hun familieleden kunnen verbeteren. Deze verpleegkundigen kunnen deze kennis inzetten in hun werk binnen thuiszorgorganisaties. Via de partners komt de kennis ten goede aan een breder werkveld zoals gezondheidscentra, verpleeghuizen, sociale wijkteams en aan het verpleegkundige en social work-hoger beroepsonderwijs. Wijkverpleegkundigen en casemanagers zorgen steeds vaker voor niet-westerse migranten met dementie en hun mantelzorgers. Onbegrepen gedrag zoals agressie of apathie komt veel voor bij mensen met dementie. De beroepsgroep weet niet hoe dit onbegrepen gedrag bij niet-westerse migranten met dementie in de thuissituatie goed aan te pakken. Onbegrepen gedrag vermindert de kwaliteit van leven van de oudere migrant en van mantelzorgers en bekort de volhoudtijd van de mantelzorgers. Dit laatste kan leiden tot (versnelde) verpleeghuisopname. De verpleegkundigen hebben in deze context behoefte aan nieuwe kennis en een ondersteunende methodiek bij de aanpak van onbegrepen gedrag bij thuiswonende migranten met dementie. De onderzoeksmethode betreft participatief ontwikkel- en evaluatieonderzoek in 3 deelstudies: (1) 4 Casestudies (regio’s Twente en Amsterdam) (2) Ontwikkelen van een methodiek (3) Proefimplementatie (2 regio’s). Resultaten: a. Inzichten vervat in 1 wetenschappelijk artikel en 2 vakpublicaties. b. Methodiek die verpleegkundigen ondersteunt bij de aanpak van onbegrepen gedrag van thuiswonende migranten met dementie: (-) handreiking, (-) blended-learning gericht op formeel en informeel leren, (-) implementatieplannen voor verpleegkundige praktijk- en beroepsonderwijs. c. Beproefde methodiek, geïmplementeerd in 2 zorgorganisaties (2 regio’s).
Huisartsen, fysiotherapeuten en medisch specialisten zien veel patiënten (30-60%) waarbij na adequaat medisch onderzoek de klachten niet door een somatische ziekte verklaard kunnen worden. Dit worden dan ook wel somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten (SOLK) genoemd. SOLK heeft in veel gevallen een langdurig beloop, veel patiënten functioneren niet meer op het niveau dat ze willen en de kwaliteit van leven is sterk verminderd. Zowel vanuit zorgprofessionals als maatschappelijk oogpunt was er sterke behoefte aan vroegtijdige identificatie en geïndiceerde preventie om chronische SOLK te voorkomen. Middels een screeningsmethode kunnen patiënten met matige SOLK vroegtijdig geïdentificeerd worden. Op basis van de literatuur en focusgroepen met experts (huisartsen, fysiotherapeuten, prakijkondersteuners geestelijke gezondheidszorg (POH-GGZ) en psychologen) is een geïndiceerde, multidisciplinaire en blended behandeling (de PARASOL behandeling) ontwikkeld. Tijdens het SIA-RAAK-publiek project PARASOL is de PARASOL behandeling, uitgevoerd door de fysiotherapeut en POH-GGZ, onderzocht. De behandeling duurt 12 weken en is een combinatie van 1) vijf face-to-face sessies met de fysiotherapeut en vier face-to-face sessies met de POH-GGZ en 2) een web-based programma met de focus op informatiemodules (film/tekst), graded activity en oefeningen. Het doel van de behandeling is gericht op klachtvermindering om chronische SOLK te voorkomen en het stimuleren van zelfmanagement. Twee grote organisaties met in totaal hebben 15 gezondheidscentra hebben geparticipeerd in het onderzoek. De betrokken fysiotherapeuten en POH’s-GGZ hebben een tweedaagse scholing gevolgd om de PARASOL behandeling te geven. Een belangrijke vervolgstap is om de PARASOL behandeling te verspreiden naar andere gezondheidscentra. Daarbij moeten we inventariseren welke stappen er nodig zijn om de PARASOL behandeling adequaat te implementeren in de beroepspraktijk en welke aanpassingen in de vorm van de scholing nodig zijn om zorgprofessionals te scholen in het geven van de PARASOL behandeling.
Huisartsen, fysiotherapeuten en medisch specialisten zien veel patiënten (30-60%) waarbij na adequaat medisch onderzoek de klachten niet door een somatische ziekte verklaard kunnen worden. Dit worden dan ook wel somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten (SOLK) genoemd. SOLK heeft in veel gevallen een langdurig beloop, veel patiënten functioneren niet meer op het niveau dat ze willen en de kwaliteit van leven is sterk verminderd. Naast de ingrijpende gevolgen voor de patiënt, vormt de ziektelast door SOLK ook een groot probleem voor zorgprofessionals en de maatschappij. Patiënten ondergaan vaak vele medische onderzoeken en bezoeken bij verschillende zorgverleners, zonder dat dit hun gezondheid ten goede komt. Het duurt gemiddeld langer dan 2 jaar voordat de ?diagnose? SOLK gesteld wordt en uit onderzoek blijkt dat 30% van de patiënten langdurig klachten houdt. Zowel vanuit zorgprofessionals en maatschappelijk oogpunt is er dan ook sterke behoefte aan vroegtijdige identificatie en geïndiceerde preventie om langdurige SOLK te voorkomen. Huisartsen, fysiotherapeuten, psychologen en praktijkondersteuners GGZ van de Julius Gezondheidscentra (LRJG), UMC Utrecht en het Antonius Ziekenhuis constateerden medio 2012 dat het zorgaanbod voor patiënten met onverklaarde klachten in de eerstelijns gezondheidszorg suboptimaal is. Naar aanleiding hiervan is een vroegopsporingsmethode ontwikkeld waarmee mensen met preSOLK vroegtijdig geïdentificeerd kunnen worden, zodat deze mensen een geïndiceerd preventieprogramma aangeboden kan worden om langdurige SOLK te voorkomen. Om vervolgens hoog risico patiënten adequaat te kunnen behandelen is door de consortiumpartners een preventieprogramma ontwikkeld, genaamd het PARASOL programma. Het PARASOL programma is een geïndiceerd eerstelijns preventieprogramma, waarin de fysiotherapeut en POH-GGZ een geïntegreerd zorgprogramma aanbieden. Of een dergelijk geïndiceerd eerstelijns preventieprogramma effectief is en de kwaliteit van leven van patiënten met preSOLK verbeterd is echter tot op heden onbekend. Om de zorg doelmatig te maken en zelfmanagement te stimuleren wil het consortium het PARASOL programma in dit RAAK-Publiek project als ?blended? interventie aanbieden en in een cluster-gerandomiseerde trial de effectiviteit evalueren aan de hand van kwaliteit van leven, zorggebruik en kosteneffectiviteit. Ook wil het consortium meer inzicht krijgen in de bruikbaarheid van het online gedeelte van het PARASOL programma vanuit het perspectief van patiënt en zorgverlener.