Het Nederlands Openluchtmuseum (NOM) wil actief bijdragen aan een duurzame samenleving met zijn kennis van materialen, producten, diensten en culturele tradities die eeuwenlang functioneerden binnen circulaire gemeenschappen. Ondanks technologische vernieuwing en globalisering heeft het NOM de overtuiging dat deze historische kennis kan bijdragen aan duurzame producten voor de toekomst. Het NOM wil een structurele samenwerking met de creatieve sector om meetbare impact te realiseren binnen en buiten het museum voor de transitie naar een circulaire samenleving. Daarvoor wil het graag zijn collectie en kennis toegankelijk maken voor ontwerpers. Belangrijke praktijkvragen daarbij zijn: Welke rol kan het museum spelen i.s.m. ontwerpers? Hoe kan relevante kennis van het NOM toegankelijk en toepasbaar worden gemaakt voor ontwerpers? Hoe creëer je samen met ontwerpers de gewenste impact in de samenleving? Op basis hiervan is de onderzoeksvraag geformuleerd: Hoe kunnen maatschappelijke organisaties zoals het NOM relevante kennis en artefacten toegankelijk en toepasbaar maken voor ontwerpers t.b.v. meetbare impact voor een circulaire samenleving? Deze onderzoeksvraag is vertaald naar enkele sub-vragen over definities van duurzaamheid en circulariteit, de verwachte rollen van museum en ontwerpers, de gewenste structuur van samenwerking en over de rol van prototypen om de gewenste impact te realiseren. Naast het NOM als MKB, participeren in dit project twee creatieve ondernemers (1 MKB, 1 ZZP-er) die zijn geselecteerd op basis van hun specifieke ontwerpkwaliteiten, hun ervaringen in samenwerken met partners en hun kennis van circulair ontwerp. Samen met docent-onderzoekers en ontwerpstudenten van ArtEZ onderzoeken zij deze vragen. De belangrijkste projectresultaten zijn: prototypen, getest op gewenste maatschappelijke impact; een rapport dat beschrijft hoe het NOM kan samenwerken met de creatieve sector om bij te dragen aan ‘Nederland circulair’; en presentatie- en netwerkbijeenkomsten om kennis te delen en te bouwen aan het netwerk van stakeholders om beoogde impact te realiseren.
Sinds 2017 vindt er landelijk een reorganisatie van de economische opleidingen plaats. De 35 nieuwe opleidingen zullen in september 2018 gaan starten. In voorbereiding op deze herstructurering is er landelijke onderzoek o.a. in samenwerking met grotere bedrijven en multinationals uitgevoerd. Echter, veel afgestudeerden uit het internationaal-economische domein – vooral de afgestudeerden van de landelijk gelegen hogescholen – zouden graag na hun afstuderen in de regio blijven en solliciteren daarom bij het regionale MKB. Tegelijkertijd valt te verwachten dat als gevolg van toegenomen globalisering binnen het MKB nog steeds veel behoefte bestaat aan afgestudeerde HBOers met een internationaal profiel. Om die reden is een aanvullend regionaal onderzoek relevant. Centraal staat hierbij een behoefteanalyse van het regionale MKB - waaronder veel familiebedrijven - in de landelijk gelegen gebieden waarin de deelnemende hogescholen zich bevinden. Dit onderzoek wil ingaan op de behoeften die de regionale MKBs en familiebedrijven hebben aan economisch-internationaal geschoolde medewerkers en aan de vaardigheden waaraan deze moeten voldoen, specifiek m.b.t. de zogenaamde 21st century skills. De internationaal geschoolde afgestudeerden die in de regio aan de slag gaan noemen wij “internationale bruggenbouwers” en deze kunnen door hun internationale achtergrond de regionale economie (indirect) versterken, mits zij ook voldoen aan de vaardigheden die bekend staan onder de 21st century skills. Kortom: Dit onderzoek combineert een behoefteanalyse vanuit de kenniskant van de opleiding International Business (IB) met de vaardighedenkant (21 century skills), waarbij de nadruk zal liggen op de facetten: intermenselijke communicatie, interculturele competenties, de kritische reflectie en het onderzoekende vermogen zoals ook de creatief-flexibele werk- en denkwijze.