The goal of this cross-sectional study was to further explore the relationships between motor competence, physical activity, perceived motor competence, physical fitness and weight status in different age categories of Dutch primary school children. Participants were 2068 children aged 4 to 13 years old, divided over 9 age groups. During physical education classes, they completed the 4-Skills Test, a physical activity questionnaire, versions of the Self-Perception Profile for Children, Eurofit test and anthropometry measurements. Results show that all five factors included in the analyses are related to each other and that a tipping point exists at which relations emerge or strengthen. Physical fitness is related to both motor competence and physical activity and these relationships strengthen with age. A relationship between body mass index and the other four factors emerges in middle childhood. Interestingly, at a young age, motor competence and perceived motor competence are weakly related, but neither one of these have a relation with physical activity. In middle childhood, both motor competence and perceived motor competence are related to physical activity. Our findings show that children in late childhood who have higher perceived motor competence are also more physically active, have higher physical fitness, higher motor competence and lower body mass index. Our results indicate that targeting motor competence at a young age might be a feasible way to ensure continued participation in physical activities throughout childhood and adolescence.
MULTIFILE
Adequate gross motor skills are an essential aspect of a child’s healthy development. Where physical education (PE) is part of the primary school curriculum, a strong curriculum-based emphasis on evaluation and support of motor skill development in PE is apparent. Monitoring motor development is then a task for the PE teacher. To fulfill this task, teachers need adequate tools. The 4-Skills Scan is a quick and easily manage- able gross motor skill instrument; however, its validity has never been assessed. Therefore, the purpose of this study was to assess the construct and concurrent validity of both 4-Skills Scans (version 2007 and version 2015). A total of 212 primary school children (6-12 years old) was requested to participate in both versions of the 4-Skills Scan. For assessing construct validity, children covered an obstacle course with video recordings for observation by an expert panel. For concurrent validity, a comparison was made with the M-ABC-2, by calculating Pearson correlations. Multivariable linear regression analyses were performed to determine the contribution of each subscale to the construct of gross motor skills, according to the M-ABC-2 and the expert panel. Correlations between the 4-Skills Scans and expert valuations were moderate, with coefficients of .47 (version 2007) and .46 (version 2015). Correlations between the 4-Skills Scans and the M-ABC-2 (gross) were moderate (.56) for version 2007 and high (.64) for version 2015. It is concluded that both versions of the 4-Skills Scans are satis- factory valid instruments for assessing gross motor skills during PE lessons.
This paper describes experiments with a game device that was used for early detection of delays in motor skill development in primary school children. Children play a game by bi-manual manipulation of the device which continuously collects ac- celerometer data and game state data. Features of the data are used to discriminate between normal children and children with delays. This study focused on the feature selection. Three features were compared: mean squared jerk (time domain); power spectral entropy (fourier domain) and cosine similarity measure (quality of game play). The discriminatory power of the features was tested in an experiment where 28 children played games of different levels of difficulty. The results show that jerk and cosine similarity have reasonable discriminatory power to detect fine-grained motor skill development delays especially when taking the game level into account. Duration of a game level needs to be at least 30 seconds in order to achieve good classification results.
Het Godivapp Applied in Pediatric Primary care (GoAPP) project ontwikkelt, onderzoekt en realiseert de implementatie van een e-health applicatie voor uitwisseling van videomateriaal in zelfstandige praktijken (MKB) in de eerstelijnsgezondheidszorg. Voor een goede analyse van bewegingsproblemen bij baby?s uit risicogroepen is het van belang de motorische ontwikkeling te meten en te volgen in de tijd. Kinderfysiotherapeuten gebruiken hiervoor een observatie-instrument, de Alberta Infant Motor Scale (AIMS). In 2014 en 2015 heeft de GODIVA-onderzoeksgroep (GrOss motor Development of Infants using home Video registration with the AIMS) van Hogeschool Utrecht een methode ontworpen, waarbij de ontwikkeling gevolgd kan worden aan de hand van video?s gemaakt door ouders. De methode wordt door professionals gezien als een aanvulling op bestaande methoden, die het monitoring van kinderen doelmatiger en transparanter maakt. De methode past uitstekend in de huidige e-health ontwikkeling en zelfmanagement/empowerment van ouders. Voor research met de videomethode is een prototype applicatie ontwikkeld waarmee op veilige wijze de filmbeelden verstuurd kunnen worden en opgeslagen. Het prototype is nog niet geschikt voor gebruik binnen de beroepspraktijk. Eerstelijns Kinderfysiotherapiepraktijken zouden graag de applicatie gebruiken. Zij verwachten dat het een waardevolle uitbreiding is van hun mogelijkheden en een kans om als praktijk te innoveren. Zij zien, als zelfstandige ondernemers, echter ook belemmeringen, zoals ICT-ondersteuning en een passende tarifering van een videoconsult. Voor deze kleine bedrijven spelen ook betaalbaarheid en gebruiksgemak een essentiële rol. Binnen GoAPP zijn vijf perspectieven voor innovatie en implementatie van e-health bij elkaar gebracht: eindgebruikers, zorginhoudelijk, harde technologie, zachte technologie en bedrijfskundig perspectief. Georganiseerd rondom drie werkpakketten wordt interdisciplinair onderzoek gedaan naar (1) optimalisatie van het videoportal, (2) implementatie, en (3) bedrijfskundige haalbaarheid, via ontwerpgericht onderzoek, literatuuronderzoek, implementatieanalyse en business-case onderzoek. Een vierde werkpakket richt zich op doorgroei van het netwerk kinderfysiotherapeuten naar een Community of Practice. Doel: Een innovatieve videomethode voor het observeren van de motoriek van zuigelingen, geschikt voor eerstelijnspraktijken kinderfysiotherapie, met een passend implementatieplan en business modelling.