The ageing of people with intellectual disabilities, with associated morbidity like dementia, calls for new types of care. Person-centered methods may support care staff in providing this, an example being Dementia Care Mapping (DCM). DCM has been shown to be feasible in ID-care. We examined the experiences of ID-professionals in using DCM. We performed a mixed-methods study, using quantitative data from care staff (N = 136) and qualitative data (focus-groups, individual interviews) from care staff, group home managers and DCM-in-intellectual disabilities mappers (N = 53). ageing, dementia, Dementia Care Mapping, intellectual disability, mixed-methods, personcentred care
MULTIFILE
De Experience Tool: Mapping facts and practice to develop (spatial) experiences (Moes, Schrandt, Manuputty, Admiraal & van der Mark, 2019), is in eerste instantie ontwikkeld door docent-onderzoekers en een oud-student van het Amsterdam Fashion Institute (AMFI) om studenten beter onderbouwde afwegingen te laten maken over inrichting van bijvoorbeeld metrostations, winkels maar ook tentoonstellingen. De toolkit is dus niet ontwikkeld in het kader van Designing Experiencescapes of De Tentoonstellingsmaker van de 21ste Eeuw, maar deze onderzoeken hebben wel een belangrijke inhoudelijke basis gegeven voor de toolkit en zijn dus zeer relevant voor de (toekomstige) tentoonstellingsmaker. Het doel van deze tool is om spelers te inspireren bij en informeren over het creëren van belevingen in (hoofdzakelijk) fysieke ruimtes. De tool is voor iedereen die geïnteresseerd is in het creëren van belevingen en met name interessant voor studenten die een beleving willen neerzetten, in welke vorm dan ook en professionals uit de museale en de retailsector die invloed hebben op het inrichten van fysieke ruimtes.
MULTIFILE
Objective: Self-management is a core theme within chronic care and several evidence-based interventions (EBIs) exist to promote self-management ability. However, these interventions cannot be adapted in a mere copy-paste manner. The current study describes and demonstrates a planned approach in adapting EBI’s in order to promote self-management in community-dwelling people with chronic conditions. Methods: We used Intervention Mapping (IM) to increase the intervention’s fit with a new context. IM helps researchers to take decisions about whether and what to adapt, while maintaining the working ingredients of existing EBI’s. Results: We present a case study in which we used IM to adapt EBI’s to the Flemish primary care context to promote self-management in people with one or more chronic disease. We present the reader with a contextual analysis, intervention aims, and content, sequence and scope of the resulting intervention. Conclusion: IM provides an excellent framework in providing detailed guidance on intervention adaption to a new context, while preserving the essential working ingredients of EBI’s. Practice Implications: The case study is exemplary for public health researchers and practitioners as a planned approach to seek and find EBI’s, and to make adaptations.
Despite their various appealing features, drones also have some undesirable side-effects. One of them is the psychoacoustic effect that originates from their buzzing noise that causes significant noise pollutions. This has an effect on nature (animals run away) and on humans (noise nuisance and thus stress and health problems). In addition, these buzzing noises contribute to alerting criminals when low-flying drones are deployed for safety and security applications. Therefore, there is an urgent demand from SMEs for practical knowledge and technologies that make existing drones silent, which is the main focus of this project. This project contributes directly to the KET Digital Innovations\Robotics and multiple themes of the top sectors: Agriculture, Water and Food, Health & Care and Safety. The main objective of this project is: Investigate the desirability and possibilities of extremely silent drone technologies for agriculture, public space and safety This is an innovative project and there exist no such drone technology that attempts to reduce the noises coming from drones. The knowledge within this project will be converted into the first proof-of-concepts that makes the technology the first Minimum Viable Product suitable for market evaluations. The partners of this project include WhisperUAV, which has designed the first concept of a silent drone. As a fiber-reinforced 3D composite component printer, Fiberneering plays a crucial role in the (further) development of silent drone technologies into testable prototypes. Sorama is involved as an expert company in the context of mapping the sound fields in and around drones. The University of Twente is involved as a consultant and co-developer, and Research group of mechatronics at Saxion is involved as concept developer, system and user requirement verifier and validator. As an unmanned systems innovation cluster, Space53 will be involved as innovation and networking consultant.
Het promotieonderzoek gaat over curriculumontwikkeling in het hbo voor snel veranderende beroepen. Er wordt onderzocht hoe curricula responsief ontwikkeld kunnen worden als antwoord op de snelle vernieuwingen in de huidige samenleving en het hoger onderwijs. In dit ontwerpgericht onderzoek wordt een protocol ontwikkeld, die (extended) teams kunnen inzetten bij het responsief ontwikkelen van curricula.Doel responsieve curriculum Theoretische en praktische kennisontwikkeling over responsieve curriculum ontwikkelprocessen bij teams in het hbo. Resultaten responsieve curriculum De studie resulteert in: Inzicht in hoe curriculum ontwikkelteams uit verschillende domeinen in het hbo een responsief curriculum definiëren en hoe ze hier handen en voeten aan geven; Inzicht in belemmerende en bevorderende factoren voor responsieve curriculumontwikkeling; Een protocol ter ondersteuning van een responsief curriculum ontwikkelproces door teams in het hbo; Vier wetenschappelijke artikelen, congresbijdragen, een proefschrift. Looptijd 01 september 2019 - 01 september 2023 Aanpak responsief curriculum definiëren Het onderzoek wordt uitgevoerd aan de hand van een design based aanpak en bestaat uit vier aan elkaar gelinkte studies. In studie 1 wordt er een kwalitatief onderzoek uitgevoerd naar hoe teams uit verschillende domeinen in het hbo een responsief curriculum definiëren en hoe ze hier handen en voeten aan geven. In studie twee wordt er middels een Group Concept Mapping methode onderzocht welke actoren en factoren een rol spelen bij een responsief curriculum ontwikkelproces door teams in het hbo. In studie 3 en 4 staat het ontwikkelen, uitproberen, evalueren en doorontwikkelen van het protocol centraal.
Brandweermensen lopen het meeste gevaar als ze onder tijdsdruk een gebouw moeten verkennen, of een brand moeten blussen terwijl de situatie nog niet goed kan worden overzien. Omvallende muren, instortende plafonds of gewoon gestruikeld over door de rook onzichtbare brokstukken leiden tot vermijdbare letsels of zelfs slachtoffers. Met name de inzet bij branden in stedelijke parkeergarages onder woontorens vormen een enorm risico. Het inzetten van onbemande, op afstand bestuurbare voertuigen voor verkenning en bluswerk is een oplossing die binnen de brandweer breed wordt gedragen. De brandweer moet deze innovatieve technologie echter zien te omarmen. Zij werken nu vanuit hun intuïtie en weten direct hoe te acteren op basis van wat zij waarnemen. Praktijkgericht onderzoek heeft echter uitgewezen dat scepsis over de inzet van blusplatforms bij incidenten plaats heeft gemaakt voor zeker vertrouwen. Een blusplatform, voorzien van juiste sensoren kan de Officier van Dienst (OVD) ondersteunen bij het nemen van een beslissing om al dan niet tot een ‘aanval’ over te gaan. Praktijktesten hebben echter laten zien dat de huidige blusplatforms nog niet optimaal functioneren om als volwaardig ‘teamlid’ te kunnen worden ingezet. Dit heeft enerzijds met technologische ontwikkelingen (sensoren en communicatieverbindingen) te maken, maar anderzijds moet de informatievoorziening (human-machine interfacing) naar de brandweer beter worden afgestemd. In dit project gaan Saxion, het instituut fysieke veiligheid, de universiteit Twente, het bedrijfsleven en vijf veiligheidsregio’s onderzoeken hoe en wanneer innovatieve blusplatforms op een intuïtieve manier kunnen worden ingezet door training én (kleine) productaanpassing zodat deze een volwaardig onderdeel kunnen zijn van het brandweerkorps. Een blusplatform kan letselschade en slachtoffers voorkomen, mits goed ingezet en vertrouwd door de mensen die daarvan afhankelijk zijn. Het vak van brandweer, als beroeps of vrijwilliger, is een van de gevaarlijkste die er is. Laten we er samen voor zorgen dat het iets veiliger kan worden.