The Hague University of Applied Sciences has high ambitions in the field of internationalisation. Two out of four priorities in the institutional policy touch this theme: global citizenship and internationalisation. In order to ensure that the curriculum of the new degree programme HBO ICT meets these priorities, it is interesting to know which international competencies the ICT sector requires. The main research questions in this report is: Which international competencies does the ICT sector demand of ICT graduates and how can these be embedded in the curriculum of the new HBO ICT degree programme? That the question is relevant, is shown by the fact that 25% of the respondents, ICT graduates, indicated that they actually work abroad for longer and shorter periods. In this research an online survey was held among alumni (n = 315) of the precursors of the HBO ICT degree programme in order to find out which international competencies are important. By conducting interviews on the same target group, this information was deepened. In an online survey among graduation supervisors (n = 202) it is examined to what extent the graduates master the required skills by the end of their training. This combined information provides the input to develop the new curriculum of the HBO ICT degree programme and its specialisations. The results show that English and especially English listening and reading skills are considered to be very important. Our alumni master these skills highly satisfactorily. It was specifically mentioned, however, that alumni must overcome a certain reluctance to speak. Intercultural and personal and social competencies are found very important. To master these competencies, students should learn by experiencing. This can be done by working together in international teams, but also in national teams as long as they are supervised explicitly on intercultural, personal and social competencies. As far as the international academic and professional competencies concerned, especially internationally accepted professional knowledge is considered important. On these categories the HBO ICT graduates score satisfactorily (a score of 6 or 6,5 out of 10). Depending on the ambitions of the programme, some improvements could be made here. In general, the ICT sector is quite satisfied with the extent to which our students possess international competencies they consider to be relevant. However, there are suggestions for improvement and some of them have already been included in the toolkit internationalisation as part of the development of the curriculum of HBO ICT.
Dit artikel is een oproep aan professionals in het onderwijs èn werkveld om meer aandacht te hebben voor diversiteit. Diversiteit in het hoger onderwijs is belangrijk voor het opleiden van studenten die in staat zijn om te functioneren in een steeds meer geglobaliseerde en cultureel diverse werkomgeving. Een blik op de studentenpopulatie in logistieke hbo-opleidingen in Nederland lijkt te duiden op een beperkte mate van gender- en culturele diversiteit. Het stimuleren van diversiteit is belangrijk om twee redenen. In de eerste plaats is een diverse workforce beter uitgerust om zich te bewegen in complexe internationale handelsrelaties en cultureel diverse markten, een belangrijke competentie in een steeds meer globaliserende markt. Ten tweede biedt een focus op diversiteit in (zij-)instroom een oplossing voor de tekorten op de logistieke arbeidsmarkt. In dit artikel presenteren we de resultaten van een diversiteitsscan van hbo-opleidingen logistiek met aandacht voor gender- en culturele diversiteit. Hiervoor hebben we inschrijvingscijfers van de logistieke hbo-opleidingen in Nederland van 2015 tot en met 2021 geanalyseerd. Dit hebben we gecomplementeerd met studentgesprekken om te achterhalen hoe studenten tegenover diversiteit staan, waarom zij kiezen voor logistiek en welke mogelijkheden zij zien om diversiteit te stimuleren. Op basis van deze inzichten formuleren we aanbevelingen om diversiteit in logistieke opleidingen te vergroten
MULTIFILE
Patiëntdata uit vragenlijsten, fysieke testen en ‘wearables’ hebben veel potentie om fysiotherapie-behandelingen te personaliseren (zogeheten ‘datagedragen’ zorg) en gedeelde besluitvorming tussen fysiotherapeut en patiënt te faciliteren. Hiermee kan fysiotherapie mogelijk doelmatiger en effectiever worden. Veel fysiotherapeuten en hun patiënten zien echter nauwelijks meerwaarde in het verzamelen van patiëntdata, maar vooral toegenomen administratieve last. In de bestaande landelijke databases krijgen fysiotherapeuten en hun patiënten de door hen zelf verzamelde patiëntdata via een online dashboard weliswaar teruggekoppeld, maar op een weinig betekenisvolle manier doordat het dashboard primair gericht is op wensen van externe partijen (zoals zorgverzekeraars). Door gebruik te maken van technologische innovaties zoals gepersonaliseerde datavisualisaties op basis van geavanceerde data science analyses kunnen patiëntdata betekenisvoller teruggekoppeld en ingezet worden. Wij zetten technologie dus in om ‘datagedragen’, gepersonaliseerde zorg, in dit geval binnen de fysiotherapie, een stap dichterbij te brengen. De kennis opgedaan in de project is tevens relevant voor andere zorgberoepen. In dit KIEM-project worden eerst wensen van eindgebruikers, bestaande succesvolle datavisualisaties en de hiervoor vereiste data science analyses geïnventariseerd (werkpakket 1: inventarisatie). Op basis hiervan worden meerdere prototypes van inzichtelijke datavisualisaties ontwikkeld (bijvoorbeeld visualisatie van patiëntscores in vergelijking met (beoogde) normscores, of van voorspelling van verwacht herstel op basis van data van vergelijkbare eerdere patiënten). Middels focusgroepinterviews met fysiotherapeuten en patiënten worden hieruit de meest kansrijke (maximaal 5) prototypes geselecteerd. Voor deze geselecteerde prototypes worden vervolgens de vereiste data-analyses ontwikkeld die de datavisualisaties op de dashboards van de landelijke databases mogelijk maken (werkpakket 2: prototypes en data-analyses). In kleine pilots worden deze datavisualisaties door eindgebruikers toegepast in de praktijk om te bepalen of ze daadwerkelijk aan hun wensen voldoen (werkpakket 3: pilots). Uit dit 1-jarige project kan een groot vervolgonderzoek ‘ontkiemen’ naar het effect van betekenisvolle datavisualisaties op de uitkomsten van zorg.
Aanleiding: De belangstelling voor gezonde en veilige voeding is groot. Bij de gezondheidseffecten van voeding spelen de darmen een cruciale rol. Verschillende soorten bedrijven hebben behoefte aan natuurgetrouwe testmodellen om de effecten van voeding op de darmen te bestuderen. Ze zijn vooral op zoek naar modellen waarvan de uitkomsten direct vertaalbaar zijn naar het doelorganisme (de mens of bijvoorbeeld het varken) en die niet gebruikmaken van kostbare en maatschappelijke beladen dierproeven. Doelstelling Het project 2-REAL-GUTS heeft als doel om twee innovatieve dierproefvrije darmmodellen geschikt te maken voor onderzoek naar voedingsconcepten en -ingrediënten. De twee darmmodellen die worden toegepast zijn darmorganoïden, minidarmorgaantjes bestaande uit stamcellen, en darmexplants bestaande uit hele stukjes darm verkregen uit relevante organismen. Beide modellen hebben potentieel heel uitgebreide toepassingsmogelijkheden en hebben ook grote voordelen ten opzichte van de huidige veelgebruikte cellijnen, omdat ze meerdere in de darm aanwezige celtypen bevatten en uit verschillende specifieke darmregio's te verkrijgen zijn. Gezamenlijk gaan de partners werken aan: 1) het aanpassen van de kweekomstandigheden zodat darmmodellen geschikt worden om de vragen van partners te beantwoorden; 2) het vaststellen van de toepassingsmogelijkheden van de darmmodellen door verschillende stoffen en producten te testen. Beoogde resultaten Kennisconferenties, publicaties en exploitatie van de modellen zullen zorgen voor het verspreiden van de opgedane kennis. Omdat het project gebruikmaakt van moderne, op de toekomst gerichte laboratoriumtechnieken (kweekmethoden met stamcellen en vitaal weefsel, moleculaire analyses en microscopie), leent het zich uitstekend om geïmplementeerd te worden in het hbo-onderwijs. Als spin-off zal het project dan ook voorzien in een specifieke, voor Nederland unieke hbo-minor op het gebied van stamcel- en aanverwante technologie (zoals organ-on-a-chiptechnologie).
Het project inventariseert hoe internationaliseringsactiviteiten in MBO en HAVO bijdragen aan de ontwikkeling van 21ste-eeuwse vaardigheden en welke eindtermen MBO en HAVO hiervoor hebben gedefinieerd. Kennis hiervan stelt HBOs in staat om hum beginniveau voor de ontwikkeling van 21ste-eeuwse vaardigheden af te stemmen op de eindniveaus van hun instroom. Binnen het project worden case studies van een MBO-instelling en een HAVO-school uitgevoerd, die voorbereiden op een brede enquete binnen MBOs en HAVO-scholen. De resultaten worden met de sectoren besproken via interviews en vervolgens gespresenteerd op een conferentie voor HAVO, MBO en HBO.