Introduction: With a shift in healthcare from diagnosis-centered to human- and interprofessional-centered work, allied health professionals (AHPs) may encounter dilemmas in daily work because of discrepancies between values of learned professional protocols and their personal values, the latter being a component of the personal dimension. The personal dimension can be defined as a set of personal components that have a substantial impact on professional identity. In this study, we aim to improve the understanding of the role played by the personal dimension, by answering the following research question: What is known about the personal dimension of the professional identity of AHPs in (allied) health literature? Methods: In the scoping review, databases, CINAHL, ERIC, Medline, PubMed, and PsychINFO were searched for studies focusing on what is regarded as ‘the personal dimension of professional identity’ of AHPs in the health literature; 81 out of 815 articles were included and analyzed in this scoping review. A varying degree of attention for the personal dimension within the various allied health professions was observed. Result: After analysis, we introduce the concept of four aspects in the personal dimension of AHPs. We explain how these aspects overlap to some degree and feed into each other. The first aspect encompasses characteristics like gender, age, nationality, and ethnicity. The second aspect consists of the life experiences of the professional. The third involves character traits related to resilience and virtues. The fourth aspect, worldview, is formed by the first three aspects and consists of the core beliefs and values of AHPs, paired with personal norms. Discussion: These four aspects are visualized in a conceptual model that aims to make AHPs more aware of their own personal dimension, as well as the personal dimension of their colleagues intra- and interprofessionally. It is recommended that more research be carried out to examine how the personal dimension affects allied health practice.
LINK
Advanced technology is a primary solution for the shortage of care professionals and increasing demand for care, and thus acceptance of such technology is paramount. This study investigates factors that increase use of advanced technology during elderly care, focusing on current use of advanced technology, factors that influence its use, and care professionals’ experiences with the use. This study uses a mixed-method design. Logfiles were used (longitudinal design) to determine current use of advanced technology, questionnaires assessed which factors increase such use, and in-depth interviews were administered to retrieve care professionals’ experiences. Findings suggest that 73% of care professionals use advanced technology, such as camera monitoring, and consult clients’ records electronically. Six of nine hypotheses tested in this study were supported, with correlations strongest between performance expectancy and attitudes toward use, attitudes toward use and satisfaction, and effort expectancy and performance expectancy. Suggested improvements for advanced technology include expanding client information, adding report functionality, solving log-in problems, and increasing speed. Moreover, the quickest way to increase acceptance is by improving performance expectancy. Care professionals scored performance expectancy of advanced technology lowest, though it had the strongest effect on attitudes toward the technology.
Objective: To gain insight into how communication vulnerable people and health-care professionals experience the communication in dialogue conversations, and how they adjust their conversation using augmentative and alternative communication (AAC) or other communication strategies. Methods: Communication vulnerable clients and health-care professionals in a long-term care institution were observed during a dialogue conversation (n = 11) and subsequently interviewed (n = 22) about their experiences with the conversation. The clients had various communication difficulties due to different underlying aetiologies, such as acquired brain injury or learning disorder. Results from the observations and interviews were analysed using conventional content analysis. Results: Seven key themes emerged regarding the experiences of clients and professionals: clients blame themselves for miscommunications; the relevance of both parties preparing the conversation; a quiet and familiar environment benefitting communication; giving clients enough time; the importance and complexity of nonverbal communication; the need to tailor communication to the client; prejudices and inexperience regarding AAC. The observations showed that some professionals had difficulties using appropriate communication strategies and all professionals relied mostly on verbal or nonverbal communication strategies. Conclusion: Professionals were aware of the importance of preparation, sufficient time, a suitable environment and considering nonverbal communication in dialogue conversations. However, they struggled with adequate use of communication strategies, such as verbal communication and AAC. There is a lack of knowledge about AAC, and professionals and clients need to be informed about the potential of AAC and how this can help them achieve equal participation in dialogue conversations in addition to other communication strategies.
De inzet van blended care in de zorg neemt toe. Hierbij wordt fysieke begeleiding (face-to-face) met persoonlijke aandacht door een zorgprofessional afgewisseld met digitale zorg in de vorm van een platform of mobiele applicatie (eHealth). De digitale zorg versterkt de mogelijkheden van cliënten om in hun eigen omgeving te werken aan gezondheidsdoelen en handvatten tijdens de face-to-face momenten. Een specifieke groep die baat kan hebben bij blended care zijn ouderen die na revalidatie in de geriatrische revalidatiezorg (GRZ) thuis verder revalideren. Focus op zowel bewegen (door fysio- en oefentherapeut) en voedingsgedrag (door diëtist) is hierbij essentieel. Echter, na een intensieve zorgperiode tijdens hun opname wordt revalidatie veelal thuis afgeschaald en overgenomen door een ambulant begeleidingstraject of de eerste lijn. Een groot gedeelte van de ouderen ervaart een terugval in fysiek functioneren en zelfredzaamheid bij thuiskomt en heeft baat bij intensieve zorg omtrent voeding en beweging. Een blended interventie die gezond beweeg- en voedingsgedrag combineert biedt kansen. Hierbij is maatwerk voor deze kwetsbare ouderen vereist. Ambulante en eerste lijn diëtisten, fysio- en oefentherapeuten erkennen de meerwaarde van blended care maar missen handvatten en kennis over hoe blended-care ingezet kan worden bij kwetsbare ouderen. Het doel van het huidige project is ouderen én hun behandelaren te ondersteunen bij het optimaliseren van fysiek functioneren in de thuissituatie, door een blended voeding- en beweegprogramma te ontwikkelen en te testen in de praktijk. Ouderen, professionals en ICT-professionals worden betrokken in verschillende co-creatie sessies om gebruikersbehoefte, acceptatie en technische eisen te verkennen als mede inhoudelijke eisen zoals verhouding face-to-face en online. In samenspraak met gebruikers wordt de blended BITE-IT interventie ontwikkeld op basis van een bestaand platform, waarbij ook gekeken wordt naar het gebruik van bestaande en succesvolle applicaties. De BITE-IT interventie wordt uitgebreid getoetst op haalbaarheid en eerste effectiviteit in de praktijk.
Anne4Care is een virtuele assistent ontwikkeld door Virtual Assistant BV. Zij biedt ondersteuning aan mensen met cognitieve problemen bij het behouden van dagstructuur, het onderhouden van sociale contacten en uitvoeren van betekenisvolle dagactiviteiten. De instructiematerialen zijn in de Nederlandse taal beschikbaar en gericht op gebruikers met een Nederlandse achtergrond. Anne4Care wordt op dit moment geïmplementeerd bij een dagbesteding van IMEAN Care in Almelo voor migrantenouderen. IT-professionals van Anne4Care en de zorgprofessionals van de dagbesteding van IMEAN hebben behoefte aan instructiematerialen en leermethoden die aansluiten op de behoeften van de groep migrantenouderen. Met als doel de introductie, acceptatie en het gebruik van Anne4Care zo optimaal mogelijk te laten verlopen. Dit zal resulteren in een betere ondersteuning van migrantenouderen en daarmee sociale inclusie en zinvolle dagbesteding bevorderen. Het consortium bestaat uit mbk-partners IMEAN Care (praktijk) en Virtual Assistant BV (technologieontwikkelaar) en de lectoraten Technology, Health & Care en Verpleegkunde van hogeschool Saxion. Samen met eindgebruikers (migrantenouderenouderen, hun mantelzorgers en zorgprofessionals) worden instructiematerialen en leermethoden ontwikkeld voor het gebruik van Anne4Care. Op basis van (1) observationeel en (2) literatuuronderzoek wordt een programma van eisen opgesteld. Vervolgens worden in co-creatie met eindgebruikers de instructiematerialen en leermethoden ontwikkeld en geëvalueerd. Tot slot zal virtuele assistent Anne4Care zelf een rol krijgen als instructrice waarbij een onboarding faciliteit wordt gecreëerd. De resultaten van dit project zijn: - Programma van eisen waaraan de instructiematerialen en leermethoden aan moeten voldoen - Instructiematerialen en leermethoden passend bij de wensen en behoeften van migrantenouderen, hun mantelzorgers en zorgprofessionals - Onboarding faciliteit op de tablet: Anne4Care als ‘instructrice’ in eigen (Turkse) taal - Inzicht in het gebruik en het gemak van Anne4Care en de instructiematerialen - Inzicht in de invloed van de instructiematerialen en leermethoden op het gebruik van Anne4Care.
Veel patiënten binnen de GGZ kampen met chronische pijn en depressie. Het bevorderen van een gezond beweegpatroon speelt een belangrijke rol in hun behandeling. Deze patiënten kunnen echter door emoties en veranderde prikkelverwerking signalen van het lichaam niet goed inschatten. Daarbij zijn hun klachten belemmerend in hun activiteiten waardoor motivatie vaak afwezig is. GGZ-professionals gebruiken zorgstandaarden waarbij uitgegaan wordt van 'one-size-fits-all' behandelprogramma's. Deze sluiten onvoldoende aan bij de behoefte aan gepersonaliseerde interventies uitgaande van zelfmanagement van de individuele patiënt. Dit pleit voor een instrument dat professionals helpt objectief inzicht te krijgen in het beweegpatroon van hun patiënten, dat gepersonaliseerde feedback geeft en ondersteunt bij de verdere individueel passende begeleiding van de patiënt. Zelfmeettechnologie ('activity trackers') lijkt hier goed te passen. De mogelijkheden om zelfmeettechnologie als basis voor de behandeling van deze patiënten te gebruiken zijn echter bij GGZ-professionals veelal onbekend. Daarnaast is het inzetten van alleen zelfmeettechnologie waarschijnlijk onvoldoende en is niet goed bekend hoe deze patiënten gemotiveerd kunnen worden om deze technologie te (blijven) gebruiken. In dit project willen de Hanzehogeschool Groningen, Inter-Psy, Transcare en MobileCare samen met professionals en patiënten en andere nog te betrekken partners (o.a. het Rob Giel Onderzoekscentrum als trekker van het eHealth netwerk Noord-Nederland heeft aangegeven een bijdrage te willen leveren) ontdekken hoe op een goede manier aan de bovenbeschreven behoefte van GGZ-professionals kan worden bijgedragen. Beoogd wordt om met deze subsidie een proof of concept te leveren van een digitaal instrument dat op basis van zelfmeettechnologie meerwaarde biedt in de behandeling van patiënten met chronische pijn en depressie. Deze proof of concept vormt de basis voor een te schrijven subsidievoorstel om dit verder te ontwikkelen.